Ethiek

Uit de kerken

Nieuwe artikelen
Signalen



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

'Hier, op deze plek, is God'

 

D.J. Bolt

24-01-26

 

Deze constatering maakt ons natuurlijk uitermate nieuwsgierig. We willen weten wie deze uitspraak deed en waar die 'plek' is. Want waar onze Heere is willen wij ook zijn! We vonden de antwoorden. Maar voegen een derde vraag toe: is deze exclamatie waar?

 

De eerste vraag is eenvoudig te beantwoorden. De uitspraak werd gedaan door dr. C.M.A. van Ekris (1972), sinds vorig jaar de nieuwe scriba generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Zijn uiting vormt ook de titel van het interview dat de hoofdredacteur van De Waarheidsvriend, R.H. Molenaar, met hem had, te vinden in de editie van 30-12-25.

Scriba in de PKN, een zeer belangrijke en publieke functie. Wie herinnert zich niet de zeer frequente aandacht die in de pers werd gegeven aan Van Ekris' voorganger dr. Réné de Reuver? Bovendien was dr. Van Ekris in 2023 'Theoloog des Vaderlands'. Eerder werd hij voor de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) uitgezonden naar Indonesië als zendingspredikant. Na vervolgens predikant te zijn geweest in Breukelen en Zeist kwam hij in dienst van IZB-Areopagus, 'een missionaire organisatie binnen de Protestantse Kerk in Nederland'.

 


 

Interview met PKN-scriba dr. Van Ekris

 

We zijn benieuwd of we een antwoord op de tweede vraag – waar is die plek? - kunnen krijgen uit het interview met deze 'gereformeerde bonder'. Daartoe nemen een groot deel van het interview over. Het eerste deel slaan we over: het gaat over de problematiek van het PKN dienstencentrum waarvan het hele bestuur is afgetreden. Een groot probleem in deze kerk (en voor Van Ekris!) maar voor ons doel niet zo van belang.

 

We starten met deze vraag van de interviewer:

 

Dan ben je als scriba een soort organisatiemanager?

"Ik probeer rolvast te blijven. Ik kan wel even iets van iemand overnemen, maar ik communiceer steeds duidelijk: dit is niet mijn rol en niet mijn kunde. Ik ben dominee en theoloog en probeer na te denken over de geestelijke samenhang tussen wat wij als kerk zijn, welk beleid we als synode ontwik­kelen en hoe de dienstenorganisatie daarin arbeidt.

Maar als het organisatorisch niet loopt, heeft dat ef­fect op de geestelijke kracht van de kerk. Dus daarin denk ik mee.

Iemand zei pas tegen mij: 'In goede organisaties moet kennis stromen': En er zit in de kerk heel veel kennis! Denk aan alle pleegmoeders, rechters, studenten, journalisten, vrachtwagenchauffeurs en ambtenaren, naast zoveel theologen en predikan­ten, die allemaal lid zijn van onze kerk. Hoe mooi zou het zijn als zij hun kunde inzetten voor de kerk en dat dat gezien wordt. Ik wil als scriba om die reden meer 'reizen door de kerk', zoals ik dat noem. Er zit soms te veel afstand tussen de landelijke kerk en de classes en regio's. Die afstand kan kleiner ge­maakt worden. En dan laat je dus kennis stromen."

 

Tegelijk zult u zich als scriba vooral ook met bestuur en beleid bezig moeten houden. Past die kerkpolitiek u?

"Mijn promotor prof. Gerrit Immink schreef eens in De Waarheidsvriend dat we moeten ophouden met negatief doen over de vergadering in de kerk. Het ging hem om de kerkenraadsvergadering. Want ja, die is soms langdradig en het kan gedoe zijn, met vaak verhitte koppen. Maar, schreef hij, er zit juist ook schoonheid en eer in het feit dat wij een kerk zijn waarin, nadat wij gezongen en gebeden heb­ben, mensen elkaar opzoeken en overleggen om te zien wat goed is voor de gemeente. Wij geloven zelfs dat God onze kerk daardoorheen regeert.

 

Ja, dat geloven wij ook. Soms horen we ook in onze omgeving (synode)vergaderingen negatief duiden en dat die zo spoedig mogelijk beëindigd moeten worden. Want Christus' werk is in de gemeente, zegt men dan. Maar dat is wel een beperkte visie. Want Christus wil naar onze overtuiging óók werken in de kerk door vergaderingen, door overleggen, door koersbepalingen en besluiten nemen!

 

Je kunt als buitenstaander naar de vergaderingen, ook naar de synode, kijken door een bril van kerk­politiek. Dat is er ook. Maar er is meer te zien. Ik zie allerlei mensen met terechte belangen, verworteld in overtuigingen en geloofsachtergronden, naar elkaar luisteren, argumenten wegen, met elkaar zoeken naar beleid en gezamenlijkheid voor onze kerk. En dat vind ik mooi. Ik zie mensen die soms ter vergadering een sprong maken, meebewegen, innerlijk ergens mee instemmen ter wille van de kerk. Vaak in stilte. En ik bewonder dat. Als de ver­gadering ook geestelijk zoeken is naar elkaar, naar God en naar wijs beleid".

 

Nu wordt het interessant want wat is de basis voor dat 'beleid en gezamenlijkheid'? Dat lijkt ook de achtergrond van de volgende vraag van de interviewer.

 

Die overtuigingen worden ook gebundeld, om krachtiger te kunnen klinken. De Gereformeerde Bond wil dat doen in verbondenheid aan Schrift en belijdenis. Hoe noodzakelijk zijn zulke vereni­gingen in de kerk volgens u?

"Het is voor mij natuurlijk een beetje delicaat om, net uit een bond (de IZB) komend, daar opeens iets van te vinden. Maar over het algemeen denk ik dat de stuwende kracht die uitgaat van allerlei soorten bewegingen in onze kerk alleen maar goed is. Ik hou van meerstemmigheid in de kerk. Als we proberen het waarheidsmoment in die stemmen met elkaar te ontdekken; zit daar kracht in. Ik merk wel dat we voorheen, met name in de laatste decen­nia van de twintigste eeuw, veel bezig waren met elkaars stemmen. Maar nu is er iets anders nodig. Mensen willen niet horen waar je kerkelijk staat, maar of je kunt helpen om God te ontmoeten en hoe je kunt leven in deze tijd.

 

We voelen hier gemengde gevoelens opkomen. Het is begrijpelijk dat deze centrale scriba kolen en geiten wil sparen. Maar gezien zijn toch gereformeerde achtergrond mag meer worden verwacht dan 'waarheidsmomenten' te willen ontdekken en die aan elkaar te lijmen. Om het concreet te maken, als we midden in de PKN vragen 'hoe moet ik God ontmoeten en hoe kan ik leven in deze tijd' krijg ik van misschien zeven kanten verschillende (soms tegengestelde) antwoorden. Zoek het maar uit… Is dat 'krachtig'? Wie zit hierop te wachten?
Zou dit niet ook de klacht van ds. M. de Jager verklaren: er traden vorig jaar slechts 300 mensen – als belijdend en gedoopt lid - toe tot de PKN. De PKN met 1.400.000 leden, 1352 actieve predikanten en bijna 2000 gemeenten …!
De Jager: '… kunnen we niet op zijn minst zeggen dat alle alarmbellen moeten afgaan? Zijn we als kerk niet door en door ziek, en ver afgedreven van onze roeping, als we dé Grote Opdracht van Jezus om ‘alle volken tot zijn leerling te maken’ zo laten liggen?'   

 

Gisteravond was ik in de Utrechtse Dom in gesprek met allerlei soorten kerkgangers over de betekenis van Willibrord en de vitaliteit van de eerste jaren van het christendom in Nederland. Wat kunnen wij daarvan leren? Tegenwoordig, zo vertelden twee Utrechtse predikanten mij, krijgen zij maandelijks wel een mailtje van iemand die online met het christendom in aanraking is gekomen en verder wil komen in de geloofszoektocht. Die dynamiek is een heel uitdagende op dit moment. Want hoe gaan we om met deze vragen? Hoe zijn we kerk? Wat moe­ten we achterlaten of afleren om er voor nieuwko­mers te kunnen zijn? Je ontstijgt in zo'n gesprek het onderlinge kerkelijk debat, daar zitten nieuwko­mers niet op te wachten, Zij zoeken God. Heb je de vrijmoedigheid als kerk om te durven zeggen: 'Hier is God te ontmoeten, we kunnen je helpen.'"

 

Het is verbazingwekkend dat de 'voorman' van de PKN niet kan of wil aangeven 'hoe we kerk zijn'. En dan toch, tenminste zo lezen we het, 'vrijmoedig' durft zeggen: 'hier is God'. Terwijl in zijn kerk ook het bestaan van God en Christus kan worden ontkend. Waarmee kan deze kerk dan 'nieuwkomers', maar ook oud-leden, echt helpen? Het blijft voor ons een raadsel.
 

Hoe kun je individueel of bijvoorbeeld als Gereformeerde Bond je stem het beste kenbaar maken in de kerk?

"Door jezelf af te vragen: verhoud ik me tot die nieuwe vragen, tot die nieuwe werkelijkheid, en wat heb ik in te brengen? Als jij bijvoorbeeld weet hoe je met generatie Z om moet gaan en hoe je hun het geloof kunt leren, of je nu de Gereformeerde Bond, de EO, de IZB of de HGJB bent, dan zie je dat iedereen in de kerk meeluistert. Want ze herkennen iets van wat je zegt: 'Hé, daar zit mijn kleindochter ook mee!'

Zo begint een nieuwe geloofwaardigheid naar elkaar toe. We staan voor dezelfde vragen. Laat dus vooral zien wat je kunt inbrengen vanuit je eigen traditie:'

 

Na het voorgaande, hebben we niet veel meer toe te voegen. Elk vogeltje in de PKN mag op zijn eigen traditionele toontje fluiten. Maar dat postmoderne relativisme mag én kan toch geen kenmerk van Christus' kerk zijn? Dat werpen christenen in hun gereformeerde belijdenis toch ver van zich?

 

Uw wortels liggen ook in deze traditie. Wat neemt u daaruit mee in de rol van scriba?

"Ik kom uit een volkskerksituatie. De kerk in Veenendaal, mijn geboortedorp, was aanwezig, maar op een bepaalde manier ook mild, divers, met het oog op het dorp. Ik heb daar de kracht van de breedte van de kerk geleerd. Ik heb als puber mijn arm ernstig gebroken en kwam in het ziekenhuis terecht. Daar bezocht ouderling Van Egdom mij, een wat behoudende stem in onze kerk. De ver­schillen tussen ons waren groot, maar hij bezocht mij, vroeg naar me en raakte iets in mij. Dat zal ik nooit vergeten. Daarna vroeg hij aan de hele zaal of hij voor mocht gaan in gebed, zoals dat toen nog ging. Hij deed dat integer en warm: 'U ligt hier, u bent ziék, we leven als kerk met u mee. Vindt u het goed als ik voor u bid?' Dat kon toen, maar ik geloof dat er genoeg situaties zijn waarin dat nu weer zou kunnen. Mits je communiceert en je houding eentje van meeleven is.

Verder leerde ik in de kerk ernst, ontzag voor God, liefde voor de prediking, en ruimhartigheid. En ik deed Godservaringen op als jonge jongen. In de hervormde traditie, die een bevindelijke binnenkant heeft, leer je naar jezelf te kijken - kritisch, maar ook genadig - en te luisteren naar je ziel.

Daarin ontdek je ook sporen van God die bezig blijkt te zijn met jou:'

 

Bedoelt u dat met Godservaringen?

"Die Godservaringen waren incidentele momen­ten, maar er zat ook iets van continuïteit in. Gezin, kerk en school waren een eenheid. Het is overigens moeilijk om over Godservaringen te spreken, maar het waren de momenten waarop je merkte dat er tegen je gesproken werd. Dat je doorkreeg dat niet alleen je eigen stem en gedachten je gevoelsleven doortrokken, maar dat er meer gebeurde."

 

Maar de vraag was wat Van Ekris uit 'zijn wortels in de gereformeerde traditie' gaat gebruiken in zijn rol als protestantse scriba. Dan is dit toch niet echt een antwoord?

 

Gezin, kerk en school zijn op veel plaatsen geen natuurlijk gegeven meer. Hoe kunnen we nu verbindingen maken en welke rol ziet u daar voor uzelf in?

"Ik zie dit als een opdracht voor mijn generatie. Ik kom een heleboel leeftijdsgenoten tegen die op de een of andere manier nog wel iets met de kerk willen, ook voor hun kinderen, maar het kwam er tot nu toe gewoon nog niet zo van. Het zijn vijftigers met puberkinderen, met een goede baan en een ze­kere routine, én met het besef: dit mag niet verloren gaan."

 

Een belangrijke vraag naar de zgn. triangel van gezin, kerk en school, volop in politieke discussie vandaag. Fijn, dat dr. Van Ekris die verbinding blijkbaar ook als een opdracht ziet.

 

Maar het stroomt ook nog niet ...

"Precies. Rutger Bregman heeft het in dit verband over morele ambitie. Je hebt meer te geven dan wat je tot nu toe geeft. Misschien ben je vooral bezig met jezelf en je drukke baan? Nu is het woord ambitie in de kerk niet fraai, maar laten we het hebben over een kerkelijk appel. Je hebt zo veel ontvangen, en misschien heb je het ook een beetje laten lopen, maar je kunt gewoon kerkenraadslid worden, of sy­nodelid. Kom, waarom mag het geloof niet opnieuw oplaaien in je leven?"

 

Maar zou het niet belangrijker zijn eerst Van Ekris's fundamentele vragen 'Hoe zijn we kerk? Wat moe­ten we achterlaten of afleren', grondig met elkaar door te spreken? Ongetwijfeld komt dan ook op basis van Christus' Woord de 'ambitie' om Zijn kerk te bouwen. Vast!

 

Werkelijkheid vol kwaad

"Verder zou ik graag bezig willen zijn met thema's die ertoe doen in onze kerk en cultuur", vervolgt Van Ekris. "Stel dat het oorlog wordt. Wat hebben wij met onze kinderen dan besproken? Over leven en dood? Zo'n thema schoffelt allerlei vragen los die ons als kerk in beweging zetten. Niet omdat het mijn thema's zijn, maar omdat ze nu spelen en omdat je in de traditie van onze kerk heel relevante antwoor­den vindt. Zullen we die eens in het midden leggen?

 

Oorlog kan tot een bepaalde evaluatie van het geloof leiden. Houden onze taal, ons kerkelijk leven, onze liederen stand in tijden van oorlog? Welke thema's zullen verdampen als het grimmiger wordt? En wat zegt dat over het kerkelijk leven nu? Zijn gesprek­ken, thuis en in de kerk, geestelijk gezien niet nogal dunnig en op onszelf gericht, en zul je daar met een soort wroeging op terugkijken als oorlog actueler wordt? Die vragen moeten we nu op tafel leggen.

Als je dat doet, zul je merken dat het eigenlijk steeds weer gaat over het kwaad dat aan alle kanten loert, over machten die Gods schepping vernielen en die chaos willen, over angst en het uitschreeu­wen naar God, en dus gaat het ook over heil en Godsvertrouwen. De werkelijkheid vol kwaad haalt ons veel te optimistische wereldbeeld dat we in de kerk ontwikkeld hebben, onderuit. De Bijbel is het Boek dat je juist in die omstandigheden nooit in de steek laat."

 

We geloven niet dat we een oorlog nodig hebben om ons kerkelijk en geestelijk leven op te peppen. Nota bene! Na de Tweede Wereldoorlog stroomden de kerkgebouwen even vol, maar korte tijd daarna zette de secularisatie in.
Is het niet juist in onze tijd van welvaart en (nog steeds) veiligheid die dringend vraagt de Heere te dienen? Nu we er alle middelen en mogelijkheden voor hebben?

En dan moet Christus worden gediend naar Zijn Woord. Zo mag inzet voor en bloei van het kerkelijk leven worden verwacht onder Zijn zegen.

 

Als Paulus in 1Timotheüs 3 aanwijzingen geeft voor ambtsdragers, schrijft hij ten slotte: 'Maar voor het geval dat ik langer wegblijf, weet u nu hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, zuil en fundament'.

 


 

'Hier, op deze plek, is God?'

 

Ondertussen behoeft deze derde vraag nog antwoord. Laten we eerst nog wat verder rondkijken op de 'PKN-plek'. Er zijn enkele publicaties die onze aandacht trokken de laatste tijd.

 

Richtingen in de PKN

Historicus prof. Fred van Lieburg (Vrije Universiteit) wilde weten welke 'richtingen', 'stromingen' of 'modaliteiten' er in de PKN zijn en hoeveel aanhangers deze hebben onder de predikanten. Hij onderzocht het en het ND (03-01-26) wijdde daar een artikel aan.
Over het algemeen werd door de geënquêteerden negatief tegen modaliteiten aangekeken, zo bleek. Men wil niet (meer) in een 'hokje' worden geplaatst. Maar desalniettemin kwam Van Lieburg toch met een aantal numerieke resultaten. We laten er iets van zien.

 

Van Lieburg stuurde 1153 dienstdoende gemeentepredikanten een enquêteformulier: 805 mannen, 348 vrouwen. De respons was bijzonder hoog. Het onderstaande cirkeldiagram laat het resultaat zien:

 

 

De PKN telt zo te zien zeven (gevarieerde) modaliteiten: confessionelen, gereformeerde bonders, een midden-orthodoxen, vrijzinnigen en evangelischen. Eén kerk maar zonder één vast fundament. Zeker, ongeveer een kwart van de predikanten is lid van de gereformeerde modaliteit en heeft als basis voor geloof en leven het Woord en de gereformeerde belijdenis. Maar daarna wordt het steeds onduidelijker. Tot aan pure vrijzinnigheid toe. De kerk doet zich voor als een consumentenmarkt, voor elck wat wils. Kan Van Ekris' zijn 'Hier, op deze plek, is God' wel volhouden?

 

Wie is God?

We gaan nu niet verder over de modaliteiten uitweiden maar willen onze grote moeite met deze kerk, en dus een antwoord op de vraag, illustreren met een fragment uit een kerstvertelling, 'kerstcolumn', van ds. E.J. Tillema, voorganger van de protestantse gemeente Zijpe en de vrijzinnige Kapel in Hilversum. Zie voor het hele verhaal: vrijzinnig.nl van VVP – Beweging voor eigentijds geloven, gepubliceerd vlak voor Kerst 2025.

***

Ds. Tillema ging voor de kerstdagen zijn destijds jonge kinderen het bekende kerstverhaal vertellen. Toen hij daarmee klaar was wilde hij warme chocolademelk met hen gaan drinken. Maar de kinderen hadden veel vragen, namelijk wie er behalve de herders en koningen ook nog allemaal bij de kribbe hadden kunnen worden uitgenodigd: de herbergier, de mensen van het dorp met hun kinderen, de schapen, daklozen, verdwaalden, engelen en …  Iedereen was welkom.

Tillema zuchtte. 'Wie missen we nog?', vroeg hij.
'God', zeiden de kinderen.

De dominee 'dacht: ik moet ze op theologisch gebied toch wat bijbrengen.'

'God is niet echt een persoon', zei hij voorzichtig, ‘geen oude man met een witte baard op een wolk. Zo is het toch niet helemaal.’
De kinderen waren niet tevreden en vroegen: ‘Maar wat is God dan?’.
Tillema dacht even na. Hij kon zeggen dat 'sommige mensen God ervaren als een dragende kracht. Een inspiratiebron, een steuntje in de rug. Maar hoe kon ik dat goed uitleggen aan twee jonge kinderen?'
En zo bracht deze dominee de kinderen als zijn 'evangelie':
Kijk: ‘Iedereen is welkom. En daar word je natuurlijk vrolijk van. En dat gevoel dat je dan hebt, dat vrolijke gevoel, dat is misschien wel God.’

 

Als dit ook de 'God' van Van Ekris is dan is het antwoord 'ja' op de derde vraag. Immers de god van het 'goede gevoel' van het 'goede leven', en dat is wellicht overal wel te creëren. Maar dat is toch niet de almachtige God die hemel en aarde schiep? Die een Zoon heeft die Heer van de kerk is. En onze hemelse Vader.
Als die God in de kerk niet beleden wordt is het antwoord dus 'nee'.

 

Fundament

Nog een laatste opmerking.

Ds. W.J. Westland, predikant van de hervormde gemeente in Katwijk aan Zee en lid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond schreef een mooi artikel over de betekenis van Ps. 122 in De Waarheidsvriend (09-10-25). Hij zegt o.a.:

'De psalmen 120-134 zijn bedoeld als liederen voor onderweg naar Jeruzalem. Vanuit dat perspectief denken we bij Psalm 122 vooral aan de tempel. De tempel vertelt van Gods glorie en majes­teit. In de tempel wordt duidelijk dat God de Heilige is, Die woont tussen onheilige mensen. De tempel ademt Gods grootheid en macht.'
 

Daar gaat de predikant dan verder op door. Hij eindigt zijn artikel als volgt:

 

'Fundament

De Heere van de kerk bepaalt de heiligheid van de kerk. Waar het Woord van de Heere Jezus wordt gelezen en verkondigd en waar het Woord zichtbaar is in de sacramenten van doop en avondmaal, dáár is de kerk te herkennen. Paulus noemt het huis van God zuil en fundament van de waarheid (1 Tim. 3:15).

De roeping van de kerk is om het Woord van Christus hoog te houden. Om te bouwen op het getuigenis van apostelen en profeten, waarvan Jezus de spil is en om dat Woord uit te dragen in deze wereld. Gods Geest verandert door dat Woord mensen, maakt ze dienstbaar, liefdevol en genadig. Zo zie je onder de stoflaag ineens iets glinsteren van Gods heiligheid .'

 

Prachtig! Maar ontbreken het in de PKN niet veelal deze kenmerken waaraan de kerk van Christus is te herkennen?, we hebben er hierboven iets van gezien. Gereformeerden belijden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis art. 29:

 

'De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: 

  1. dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt;
  2. dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld;
  3. dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen.

Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd. Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden.'

 

Het is diep verdrietig dat de PKN weigert ernst te maken met haar belijden van dit artikel in z'n geheel.

Daarom kunnen we niet volmondig instemmen met Van Ekris' statement.
Helaas!