Ethiek

Uit de kerken

Nieuwe artikelen
Signalen



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

CGK kroniek - 6

 

D.J. Bolt

24-01-26

 

De strijd in de Christelijke Gereformeerde Kerken duurt voort. Dat is ook meer en meer te merken in haar kerkblad De Wekker. Lange tijd was het alsof het blad zich voorzichtig afzijdig hield en niet koos in de kernpunten van het conflict. Daar lijkt met het aantreden van een nieuwe hoofdredacteur, ds. J.L. de Jong, wat verandering in te komen. Weliswaar niet met duidelijke standpunten maar wel in houding en het wijzen van richtingen waarin een oplossing zou moeten kunnen worden gevonden. We laten er iets van zien met een drietal recente artikelen in het blad. En nemen ook iets over uit het blad Bewaar het Pand.

Hier en daar geven we wat ingesprongen commentaar.

 


 

I - Broederlijk gesprek

De Wekker 14-11-25

Hoofdredacteur ds. J.L. de Jong

 

In het voor de Christelijke Gereformeerde Kerken bewogen jaar 2025, waarin zij sinds 1892 alweer 133 jaar voortbestaan, reed ik van Nieuw-Balinge tot Middelburg en kwam in 34 gemeenten, die tussen de beide plaatsen in liggen, op de preekstoel. Overal ontmoette ik broeders en zusters, die verlangden om het Woord te horen. Hoe goed is dat!

 

Dankdag

Ik schreef deze woorden in de week van de dankdag. We dankten God vorige week ook voor wat we in het midden van de kerken samen hebben ontvangen. In de eerste helft van het jaar is er door velen uit ons kerkverband met de beste bedoelingen veel energie gestoken in de generale synode. Kreeg dat ook een plek in ons dankgebed? En welke woorden werden daar in uw gemeente voor gekozen?

 

Ziek

Het zal vele voorgangers en gemeenteleden dit jaar moeite hebben gekost om te danken voor het verband van 181 kerken, waar we deel van uitmaken. En toch is het goed om te blijven dan­ken voor Gods werk door het hele kerkverband heen. Dat kost moeite wanneer er het afgelopen jaar ook momenten waren dat u (bijna) ziek was van de kerk. En moe van de discussie, waarbij het onmogelijk leek niet op de een of andere manier positie te kiezen. Moe ook van kerken en kerken­raden, die zelfgekozen wegen inslaan. Maar wie door de breedte van het kerkverband is heenge­gaan het afgelopen jaar, kwam ook dit jaar in de volle breedte Gods eigen werk tegen.

 

Is dit niet een wat vreemde vergelijking? 'Zelfgekozen wegen inslaan', dus de weg achter Christus verlaten, dat gaat toch niet samen met de constatering 'de volle breedte van Gods eigen werk tegenkomen'?. Zijn werk wordt immers zeer gehinderd door 'het werk van de duivel' in de CGK, zie taxatie in onderdeel II van deze kroniek? Zie ook De Jongs eigen waarnemingen hieronder.

 

Verbittering

Wanneer er sprake is van verbittering tussen broeders, worden over en weer bittere woorden gewisseld over de verschillende standpunten. Het raakt allemaal zo diep omdat de kerk van God is. Een scheur in dat wat van Christus is, lijkt bijna onafwendbaar. Dat is het meest pijnlijke. Laten we dat ook proberen te bedenken wanneer we een broeder of zuster ontmoeten, die anders in de kerkelijke discussie staat dan wijzelf. En reik elkaar ook eens de broeder- of zusterhand om het daarna samen over Christus te hebben.

 

Opnieuw kunnen we de hoofdredacteur niet goed volgen. Want als we gaan spreken over moeiten in de kerk dan beginnen we met, zoals het hoort!, elkaar de hand te reiken als broeders en zusters. En ja, we willen het samen over Jezus Christus hebben met wat Hij van ons vraagt. Liefde tot Hem moet immers ook bewezen worden in het volgen van Hem? Zo voeren we het gesprek tot behoud van degenen die 'zelfgekozen wegen inslaan'.

 

Gesprek

In deze bijdrage zie ik er bewust van af te schrij­ven over alles wat er de afgelopen maanden weer is gepasseerd sinds het moment dat op advies van de rechter dan toch Hoogeveen aangewezen is als roepende kerk. Een uitzondering maak ik voor de onlangs verstuurde brief van het weer aangevulde deputaatschap vertegenwoordiging. Bij die brief zijn vragen te stellen, maar de toon is eerlijk en gericht op het geheel van de CGK.

Ik citeer: 'Deputaten vertegenwoordiging willen dienstbaar zijn aan alle 181 Christelijke Gere­formeerde kerken, waarbij zij ervan uitgaan dat het verband tussen deze kerken nog altijd bestaat en samenkomt in de tot nu toe geldende presby­teriaal-synodale organisatiestructuur'. Dat het tweede deel van deze zin ook discussie kan oproepen weet ik. En zo'n noodzakelijke aanvulling van een grotendeels afgetreden deputaatschap vertegenwoordiging blijft voor ons allen in de CGK ongelukkig voelen.

 

Als De Wekker (mede) leiding wil geven aan het kerkverband is toch meer helderheid nodig. Niet-kiezen is verliezen!

 

Verlangen

Toch leg ik graag de vinger bij het verlangen dat er uit deze brief van deputaten vertegenwoordi­ging spreekt om in een nieuwe synode met alle 181 kerken weer samen te komen. Dit verlangen komt ook daarin uit dat het broederlijke gesprek gezocht wordt met de kerkenraad van Rijnsburg, of de commissie, die - uitgaande van het op 3 oktober gehouden en op 29 november te houden (vervolg)convent- namens de kerken die daar samenkomen, gesprekken voert.

 

Realistisch

Tegelijk is de brief zeer realistisch. De toekomst van de kerk is in Gods handen. Een komende sy­node zal richting dienen te geven over de toekomst van het kerkverband. In het licht van Schrift en belijdenis zullen de vaak genoemde scenario's als voortbestaan, ontvlechting in een A- en B-model, ontbinding - en wellicht ook nog andere scena­rio's - moeten worden doordacht. Dat besef is er na het afgelopen jaar meer dan ooit. Deputaten be­grijpen dat er bij een deel van de kerken terughou­dendheid is in de richting van de komende synode. Toch menen zij dat de aanwezigheid en de inbreng vanuit de breedte van de CGK van groot belang is. Daarom roepen zij de kerken op om via de kerkelij­ke weg met elkaar in gesprek te blijven.

 

Maar we hebben gezien en gehoord hoe de kerken met elkaar in gesprek zijn geweest. Het probleem ligt niet in het niet-willen voeren van (broederlijke) gesprekken maar uiteindelijk in gebrek van gehoorzaamheid aan kerkelijke besluiten en daarin aan de Schrift. Opnieuw, het gaat om het verlaten van 'zelfgekozen wegen'. Daarvan moet worden teruggekeerd, bekeerd zoals de Schrift zegt.

 

Gehoorzaamheid

Er is nog een zin uit de brief, die ik er in De Wek­ker graag uitlicht: 'Deputaten willen de kerken onverminderd dienen en voorgaan in gehoor­zaamheid aan de Schrift en de gereformeerde belijdenis, volgens de kerkorde, genomen synode­besluiten voor vast en bondig houdend, tenzij deze onder revisie liggen'. Wat betekent dit nu? Ik put er hoop uit, maar heb er ook vragen bij. Want de praktijk is ondertussen wel dat steeds meer kerken in de CGK sommige synodebesluiten niet meer voor vast en bondig houden. Misschien is deze zin voor sommige kerkenraden wel aan­leiding om wederkerig ook met deze deputaten eens een broederlijk gesprek te willen voeren.

 

Twee groepen

De afgelopen maanden werd hier en daar de in­druk gewekt dat de CGK het beste maar in twee groepen uit elkaar kunnen gaan. De ene groep houdt zich wel aan de kerkelijke afspraken en de andere groep niet meer. Zij, die wel naar de sy­node van Hoogeveen zouden willen gaan en toch ook gehoorzaam willen zijn aan wat in synodaal verband is afgesproken, voelen zich daarbij ongelukkig. De CGK zijn niet zo gemakkelijk in te delen in twee groepen als in de krant soms wel gebeurt. Juist daarom is het, voor wie uitziet naar een volgende gezamenlijke synode, toch goed te lezen dat deputaten het geheel van de kerken ook willen dienen door genomen synodebesluiten voor vast en bondig te houden.

 

Het punt is niet het 'vast en bondig houden van besluiten door deputaten', maar door kerken. Even afgezien van vragen bij de organisatie en wettigheid van de synode van Hoogeveen, laat deze synode als het tot vergaderen komt, bewijzen dat het ernst is met artikel 31 KO: d.w.z. alléén die kerken welkom heten die zich metterdaad willen houden aan wat kennelijk deputaten vertegenwoordiging in hun brief uitspreken: 'Houdt de genomen besluiten voor vast en bondig'!

 

Gebed

De brief sluit af met een oproep tot gebed. Er wordt gevraagd om gebed voor de inzet van de­putaten, maar ook voor ieders eigen inzet. De ge­dachte is dus duidelijk niet dat de broeders achter deze brief alleen de wijsheid in pacht hebben. De gebrokenheid wordt erkend; Schaamte en schuld worden benoemd. Laten we in de breedte van de kerken, nu we de adventstijd tegemoet gaan, met verwachting roepen tot onze God. Hoe goed is het wanneer broeders, die elkaar bijna niet meer kunnen vinden, toch samenkomen en elkaar de hand reiken. Om vervolgens met de gedachte bij Christus als Koning van de kerk te zoeken naar wat in het licht van Schrift en belijdenis het meest naar Zijn wil is. Ook wanneer het over Zijn eigen kerk gaat. Hopelijk blijft het niet bij één broederlijk gesprek. We hebben nog zo veel samen te bespreken. Laten we dat dan doen in één synode na zo veel broederlijke gesprekken als nodig zijn!

 

Eerlijk gezegd bekruipt je het gevoel dat zo opnieuw een eindeloos praat-pad wordt ingegaan. Waarin de klaarblijkelijke zonden waarin een aantal gemeenten leven, voortwoekeren en ook andere gemeenten besmetten. Waren er zelfs tijdens de vorige synode niet ook gemeenten die ondanks alle intensieve broederlijke gesprekken hun zelfgekozen wegen gingen…?
Ja, bidden is nodig! Om bekering toch?

 

J.L. de Jong

Hoofdredacteur De Wekker

 


 

II - Als je van de duivel spreekt ...

De Wekker, 26-12-26

Dr. A. van den Os, lid van de redactie en universitair docent Nieuwe Testament aan de TUA.

 

Er is veel gezegd de laatste tijd over de crisis in ons kerkverband. Grote woorden en genuanceerde betogen zijn uitgesproken. Toch merk ik een verlegenheid op bij het bespreken van een belangrijk aspect in het tumult: het werk van de duivel.

 

In de kerk spreken we terecht veel over Jezus Christus. Zijn werk van verzoening, recht­vaardiging en oordeel is de basis van het hele zijn van de kerk. Over de duivel zeggen we ei­genlijk niet zo veel. Daar kan ik natuurlijk allerlei redenen voor verzinnen. Onze kostbare aandacht kunnen we toch beter spenderen aan Christus en Zijn bevrijdend werk en niet aan de grote tegenstander? Wie zou daarnaast kunnen onderschei­den wat precies de gangen van de duivel zijn?

 

Ik snap die voorzichtigheid. Tegelijk kan die voorzichtigheid ook een symptoom van secula­risatie zijn. Wij kunnen het bovennatuurlijke in de geschiedenis moeilijk duiden, dus sluiten we het geheel uit ten faveure van dat wat tastbaar, zichtbaar en te vatten is. Westerse christenen zijn misschien struisvogels met de kop in het zand als het gaat om het werk van de duivel. Hij is er en werkt, maar wij zien het niet.

 

De Canadese dogmaticus Philip Ziegler, werk­zaam aan de universiteit van Aberdeen (Schot­land), merkte dezelfde verlegenheid op en schreef daarom een boek over de duivel. Zijn pleidooi is om in de kerk en de wereld meer over de duivel en het duivelswerk te spreken. De handelingen van het kwaad bezien in het licht van de duivel doet recht aan de bovennatuurlijke en anti-god­delijke aard van zonde en verderf.

 

Daarbij moeten we inderdaad niet de duivel een plaats toekennen die hij niet verdient. Ziegier wil niet zelfstandig van de duivel spreken, alsof hij een bestaand persoon is, maar spreekt liever over de duivel in samenhang met Christus. De duivel manifesteert zich in de Bijbel als de grote tegen­stander van Christus. Zijn bestaan hangt dus af van de aanwezigheid en het werk van de tweede Persoon in de Drie-eenheid, aldus Ziegier.

 

De Kerk is de gemeenschap van gelovigen die Christus door de Geest verzamelt en behoudt, de 'vergadering van ware Christ-gelovigen' (NGB art. 27). Kerken en kerkverbanden op aarde zijn een weerslag en spiegeling van die Kerk, alhoewel zij altijd een 'gemengd lichaam' zullen zijn van ge­lovigen en niet-gelovigen (Augustinus). De Kerk, kerken en kerkverbanden zijn dus aan Christus verbonden en dus moeten we, in lijn met Ziegler, ook spreken over de aanwezigheid en werkzaam­heid van de duivel. Ik geef slechts aanzetten.

 

Wij zijn blij met deze insteek die mogelijk tot een dieper begrijpen en Schriftuurlijk handelen leidt. Hoe werkt Van den Os dit concreet uit?

 

Ziegier verheldert het werk van de duivel in rela­tie tot Christus aan de hand van de identiteit van Jezus als de Weg, de Waarheid en het Leven (Joh. 14:6). Allereerst is Christus de Weg. De Bijbel getuigt ervan dat Christus mensen roept tot na­volging. Zij moeten hun kruis opnemen en Hem volgen, zoals Christus gehoorzaam is geweest en Zijn kruis gedragen heeft. Het richtpunt van de Kerk is Jezus, de Christus. Het werk van de duivel is om de gelovige nu van deze weg van navolging af te brengen. In de verzoeking van Christus in de woestijn (o.a. Luk. 4) probeert de duivel Christus zelf los te weken van God en Zijn gehoorzaam­heid te verbreken. Zoals Hij dat bij Christus deed, zo zal de duivel dat ook proberen bij de kerk.

 

Het punt is inderdaad Christus volgen op Zijn weg, en niet 'zelfgekozen wegen' gaan. Het gaat om luisteren naar Hem en gehoorzamen aan Zijn Woord.

 

Als ik kijk naar de crisis in onze kerken, zie ik allereerst iets positiefs. Ik zie dat de problematiek, de verwarring en de moeiten de verkondiging van het Evangelie niet belemmeren. Ik hoor en zie dat het werk van Christus in de diepte, de breedte en de hoogte in gemeenten in het centrum staat. Als het gaat om het werk van de duivel in dit kader wil ik tijd, aandacht en wervingskracht als aspecten noemen die negatief zijn. Allereerst hebben de za­ken die onze kerken beroeren ongelooflijk veel tijd en aandacht gekost. In de voorbereiding van ver­gaderingen moesten stukken gelezen en overdacht worden. Vergaderingen hebben veel kostbare uren gevraagd. Al die tijd is niet nutteloos besteed, maar moeten we ook niet zeggen dat de duivel die tijd en aandacht wellicht ook misbruikt heeft om niet volledig ten dienste van de verhoging van Gods Koninkrijk bezig te zijn? Daarnaast: wie wil er nu lid worden van een kerk in een kerkverband waar een breuk aan het voltrekken is?

 

Christus is ook de Waarheid. In het Johannes­evangelie openbaart Christus zich als de Getuige van de Waarheid van God, tegenover de leugen van de heerser van de wereld. Het kruis bevestigt dat Christus de Waarheid is, bracht en sprak. De duivel verraadt de waarheid, verleidt discipelen als Petrus en Judas tot leugen en bedrog. Hij  verdraait het juiste spreken. De voorbije jaren is er heel wat geframed online en offline. Mensen schilderen woorden en personen in een bepaald licht om ze vervolgens te verwerpen of weg te zet­ten. Ik vind het ongelooflijk triest dat ik onwaar­achtige frames, halve waarheden en hele leugens verspreid (heb) zie(n) worden in de kerk. Die tong blijkt toch weer een 'onbedwingelijk kwaad' te zijn (Jak. 3:8). Ziegier noemt ook het feit dat de duivel het verstaan van de Schrift kan verdraaien en dat we daarom bidden om verlichting van de Geest bij het lezen van die Schrift: 'ontsluit mijn ogen en laat mij aanschouwen de wonderen van Uw wet' (Ps. 119:18). Staan we nog open voor het feit dat ons Schriftverstaan en onze hermeneutiek wellicht aangetast is?

 

We begrijpen niet 'dat de problematiek, de verwarring en de moeiten de verkondiging van het Evangelie niet belemmeren'. Dat is toch geheel in tegenspraak met wat er geleerd worden in een aantal kerken rond vrouw-in-ambt en homoseksueel samenleven. We hebben het al eens eerder opgemerkt: m.n. dat laatste, wat heeft dat een niet te onderschatten invloed op het 'leven der geslachten'. Naar onze overtuiging leidt het uiteindelijk tot een totale verwildering van het seksuele leven in de samenleving.

 

Tot slot is Christus ook het Leven. Christus drijft demonen uit om mensen uit hun isolement te halen en het ware en eeuwige leven te schenken. De duivel wil de duisternis en de dood brengen, vervreemden van God en mensen. Christus brengt het zoete leven, de duivel wil het leven zuur maken. Kerken zijn in onze huidige situatie uiteengedreven, van elkaar vervreemd. Predikan­ten en gemeenten worstelen met verdriet, ver­moeidheid en lusteloosheid. Het kerkelijk leven is op dit moment verre van genieten. Dat zijn geen kenmerken van een vreugdevol leven.

 

Wellicht is deze bijdrage te pessimistisch. Ik wil zeker niets afdoen aan de zegeningen die we nu nog in onze kerken en ons kerkelijk leven kunnen ervaren. Tegelijk kan ik mijn ogen niet sluiten voor het werk van de duivel in ons midden. Laten we de duivel niet negeren, ook niet in deze roerige tijden. Laat ons oog echter ultiem op Christus zijn: de Weg, de Waarheid en het Leven werd mens. Hij verbrak de machten van zonde, dood en kwaad. In de stormen van ons kerkelijk leven is het Advent. Het is in Christus verzetten tegen de werkingen van de duivel (Jak. 4:7), maar niet zonder hoop: Christus komt eraan. Als je van de duivel spreekt, heeft Christus het eerste en het laatste woord!

 

Het is niet gering wat dr. Van den Os hier aan de orde stelt: niet minder dan het werk van de duivel in de CGK! Eerder hierboven haalde hij de verzoeking van Christus in de woestijn aan. De duivel die probeerde Christus los te weken van God en Zijn gehoorzaam­heid te verbreken. Concreet, zoals hij dat bij Christus deed, zo probeert de duivel dat ook bij de CGK, stelt Van den Os. We hopen en bidden dat deze kerken integraal dezelfde gehoorzaamheid betonen als Jezus: ga weg satan, er staat immers geschreven!

 

Naar aanleiding van:

Philip G. Ziegler; Gods Adversary and Ours. A Brief Theology of the Devil (Waco: Baylor Univer­sity Press, 2025).

 


 

III - Bidden om eenheid - een geestelijke weg

De Wekker, 09-01-26, Deputaten Eenheid Gereformeerde Belijders

 

In de nacht voordat Hij Zijn leven gaf, bad Jezus Christus om eenheid. Niet als bijzaak, maar als wezenlijk onderdeel van Zijn hogepriesterlijk gebed: 'opdat zij allen één zijn ... opdat de wereld zal geloven' (Joh. 17). Eenheid van allen die Zijn Naam belijden is onlosmakelijk verbonden met het getuigenis van het evangelie. Juist daarom raakt verdeeldheid niet alleen de kerk zelf, maar ook haar roeping in de wereld.

 

Wie de kerkelijke kaart van vandaag bekijkt, ziet hoe verdrietig actueel dit gebed is. De veelheid van kerken en kerkverbanden verzwakt het gezamenlijke getuigenis. Letten we op onze Christelijke Gereformeerde Kerken, dan is er een groot gevoel van onmacht en schaamte. Dat alles roept de vraag op: hoe zoeken wij, te midden van verschillen en pijnlijke breuken, de eenheid waarvoor Christus bad?

 

Als Deputaatschap Eenheid van Gereformeerde Belijders ligt onze primaire taak bij de contacten met andere kerken. Die gesprekken worden echter onvermijdelijk beïnvloed door onze eigen interne situatie. Daarom willen wij niet beginnen met nieuwe verklaringen of standpunten, maar met een geestelijke oproep tot gebed. Specifiek vragen wij aandacht voor de Week van Gebed voor de eenheid van christenen, die van 18 tot en met 25 januari wordt gehouden.

 

De Week van Gebed kent een lange geschiedenis. Vaak wordt verwezen naar 1908, toen de anglicaan Paul Wattson opriep tot een 'Octaaf voor de Eenheid van de Kerk'. Minder bekend, maar minstens zo belangrijk, is de rol van de Franse priester Paul Couturier (1881-1953). Hij gaf een beslissende wending aan het oecumenische gebed door niet te bidden voor een vooraf gedefinieerde eenheid, maar om de eenheid 'zoals Christus die wil, met de middelen die Hij wil'. Daarmee legde Couturier het accent niet op kerkpolitiek of institutionele her­eniging, maar op een geestelijke weg van toewending tot God. Deze benadering wordt vaak aangeduid als spirituele oe­cumene. Dat is geen vrijblijvende vroomheid en ook geen ontkenning van leerstellige verschillen. Integendeel: spirituele oecumene erkent dat echte eenheid niet maakbaar is en niet voortkomt uit besprekingen alleen. Zij begint bij gezamenlijke verootmoediging, bij luisteren naar Gods Woord en bij het gebed dat de Heilige Geest zelf de weg wijst. Eenheid is uiteindelijk gave, geen prestatie.

juist dit perspectief is voor ons als Christelijke Gereformeerde Kerken van groot belang. Wij hechten terecht aan de waarheid van het evangelie en aan de belijdenis. Tegelijkertijd dreigt het gevaar dat verschillen verharden tot scheidsmuren, en dat het gesprek stokt nog vóór het gebed begint. Spirituele oecumene vraagt niet dat wij onze overtuigingen relativeren, maar dat wij erkennen dat wij elkaar nodig hebben voor Gods aangezicht. Het gebed om eenheid begint dan ook bij onszelf: bij schuld­belijdenis over trots, hardheid en ongeduld, en bij het verlan­gen om ons opnieuw te laten vormen door Christus.

 

De kerk is als een mooie vaas die in duizend scherven uiteengevallen is. De vraag is hoe we zicht houden op de oorspronkelijke vaas en niet in verleiding komen om uit een paar scherven een nieuw klein vaasje te maken.

 

In Nederland wordt de Week van Gebed gedragen door een breed samenwerkingsverband van kerken en organisaties. Dat betekent dat ook kerken deelnemen die op onderdelen anders denken over bijvoorbeeld doop of ambt. Dat kan spanning op­roepen. Toch menen wij dat dit gezamenlijke gebed niet ver­meden hoeft te worden, zeker niet binnen de eigen gemeente. Christus' gebed reikt verder dan onze kerkelijke grenzen. Waar wij samen bidden tot Hem, erkennen wij dat Hij Heer is van de kerk - niet wijzelf.

Daarom hebben wij kerkenraden met een brief opgeroepen om in de komende Week van Gebed bijzondere aandacht te geven aan het gebed om eenheid. In eventuele bijeenkomsten doordeweeks, maar vooral ook in de zondagse eredienst. Laat er ruimte zijn voor verootmoediging over interne verdeeld­heid én voor gebed om de bredere eenheid van allen die Zijn Naam belijden.

Misschien is dit wel de meest wezenlijke weg vooruit: niet eerst spreken over elkaar, maar samen spreken tot God. In het spoor van Christus' eigen gebed, mogen wij verwachten dat de Heilige Geest werkt - soms langzaam, vaak verborgen, maar krachtig in de Heere.

 

Het zijn allemaal prachtige woorden en zinnen. Er is werkelijk heel wat bij te zeggen. Alleen al over die 'spirituele oecumene' die het kan zonder 'institutionele hereniging'. Gezamenlijke 'toewending tot God', die maakt dat je in je eigen kerkbank blijft zitten wachten op te geven eenheid.

Maar het is 'ora et labora', bid én werk, ook in de kerk. Wij merken een gevoel van trots bij christelijk gereformeerde broeders over dat zij al 134 jaar geen scheuring hebben gekend. En dat zij breed zijn, heel veel van elkander kunnen verdragen. Maar, afgezien ervan of deze trots verantwoord is, is het ook niet diep treurig dat er in al die lange jaren sinds 1892 geen vereniging meer is geweest?  

 

We hebben groot verdriet over de scheuringen in de kerken. Daarvoor is belijdenis van schuld nodig. Tegelijk willen het boven aangehaalde gedeelte uit Christus hogepriesterlijk gebed wel in zijn context citeren

 

Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden.

En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid.

En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven,

opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt.
(Joh. 17:17-21)

 

Geheiligd in het Woord, de waarheid. Dáár gaat o.i. de strijd in de CGK om. En dáár vallen de beslissingen. Dat wordt in elk geval in een deel van de CGK goed begrepen.

Laten we luisteren.

 


 

IV - Dan toch ook maar onverdraagzaam

Bewaar het Pand, 16-10-25

Ds. W.L. van der Staaij

 

"Ach, wat zijn er toch weinig verdraagzame, ruimhartige mensen! Hoe hebben wij nodig de verschillende dialekten der zielen te leren verstaan, al spreken wij ook eenzelfde kerkelijke taal! Hoe moeten wij leren, dat vaak diepgewor­telde wantrouwen in elkander af te leggen, dat ons da­delijk bevreesd maakt, zodra het niet precies naar onze denkbeelden gaat. Ik begin meer en meer in te zien dat verdraagzaamheid de moeilijkste der christelijke deugden is, en dat velen hun kijk op de waarheid liever hebben dan de waarheid zelf. Is dat niet beschamend en iets om op de knieën te bestrijden?"

 

Deze woorden van dr. J.H. Gunning JHZn. (1858-1940) blijken actueler dan ooit. Want wat is de zo geprezen deugd van de verdraagzaamheid nu waard?

 

Nieuwsuur

Hoewel velen graag verdraagzaamheid als deugd promoten, valt het in de uitwerking daarvan vies tegen. Een duidelijk politiek en maatschappelijk voorbeeld daarvan is de ophef na twee recente uitzendingen van het tv-programma Nieuwsuur. De programma­makers bekritiseren daarin islamitische en reformatorische scholen, omdat die naar hun mening boodschappen uitdragen die botsen met de de­mocratische waarden vrijheid, gelijkwaardigheid en ver­draagzaamheid. Dat laatste houdt in dat je respect hebt voor allerlei verschillen en zelfs afwijkende opvattingen.

 

Toch heeft de verdraagzaamheid blijkbaar een grens, want na het programma buitelden politici van Groenlinks­-PvdA, D66 en VVD over elkaar heen om te onderstrepen hoezeer het uit de boze is dat je als reformatorische school ten aanzien van huwelijk, gezin en seksualiteit iets anders uitdraagt dan wat de seculiere samenleving ons dwingt te geloven. Zo schermen Nieuwsuur en genoemde politici dus met het begrip verdraagzaamheid en wekken zij de indruk alsof de betekenis die zij er nu aan geven vanzelf­sprekend is. Maar ondertussen is hun visie op verdraag­zaamheid zo wel een voorbeeld van onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden. Zeg je ruimte te willen bieden aan de diversiteit van kleuren, maar sluit je zelf wel een aantal kleuren uit, omdat je die niet passend vindt. Dat is de onverdraagzaamheid van de verdraagzamen ten top.

 

Maar moeten we verbaasd zijn over deze ontwikkelingen? Ja, aan de ene kant wel. Omdat de Nieuwsuur-uitzendin­gen weer laten zien hoe gemakkelijk journalisten en po­litici de publieke krachten weten te mobiliseren om een hen niet welgevallig gedachtengoed tegen te gaan. Zelfs al is er geen directe aanleiding en wordt er niets aangetoond wat al niet bekend kan zijn. Maar aan de andere kant is het inderdaad niet verbazingwekkend. Want de getoonde onverdraagzaamheid is slechts een bevestiging van wat Hebreeën 11 al laat zien dat er de eeuwen door zelfs zijn bespot, gegeseld, gevangengenomen en kwalijk behan­deld, "welker de wereld niet waardig was." Is het in dat opzicht een wonder dat we in ons land zo lang vrijheid van onderwijs hebben genoten.

 

Kerkelijk leven

En hoe zit het met de onderlinge verdraagzaamheid in ons eigen kerkelijke leven? Al in 1986 schreef ds. W. van Gorsel in het Gereformeerd Weekblad over de grenzen van verdraag­zaamheid die hij ervoer als tegenstander van de vrouw in het ambt:

 

"Merkwaardig dat juist in de kringen waarin men het altijd heeft over "samen-kerk zijn" en waar men het woord "verdraagzaamheid" hoog in het vaandel heeft geschreven, die verdraagzaamheid ineens ophoudt bij de gereformeerde prediking, liturgie en ambts­opvatting."

 

Zo kan er onder het mom van christelijke verdraagzaamheid geweldig veel mee door, maar alleen zolang het in het eigen straatje past om recht te praten wat krom is.

Ds. K. ten Klooster wees daartoe in 2001 in bovengenoemd weekblad op één van de ge­schriften van Jacobus Trigland: 'De recht gematigde chris­ten' uit 1615.

 

"Daarin schrijft hij over de kernvraag: kunnen twee tegenstrijdige leringen in één kerk geduld worden? Het antwoord is: nee. "Waartoe zal de onderlinge ver­draagzaamheid dienen? ( ..) Dus is het noch de verdraagzaamheid noch de synode die zij eigenlijk voorstaan, maar alleen de erkenning en de vaststelling van hun leer, die zij door deze middelen trachten te bewerkstelligen.

De waarheid en de eer van God boven alles!""

 

Was dat laatste ook niet wat volgens Openbaring 2 de gemeente van Efeze voor ogen had?

 

Zeker, als het gaat om onszelf, om onze eigen wil of den­ken, dan is onverdraagzaamheid afschuwelijk, schreef dr. H.F. Kohlbrugge in 1924.

 

"Maar er is een onverdraagzaamheid, die heilig toornt tegen het kwade in Woord en daad, in belijdenis en praktijk. Dan gaat het niet om het eigen ik, maar om God de Heere. Dan gaat het niet om eigen richting of leer of kerk of partij, maar om Gods eer. Dan onderwerpt men zichzelf mee onder Godsoordeel; men erkent zijn eigen afkerigheid, maar Gods Woord moet bestaan."

 

Dan toch ook maar zo onverdraagzaam!

 


 

Classes

 

We laten nog iets zien uit de verslagen van enkele classes waar ook de strijd in de kerken wordt gevoerd.

 

Classis Groningen

De Wekker, 14-11-25

 

Op 7 oktober vond bij CGK Winschoten de najaarsclassis plaats. Alle kerken, behalve Zuidlaren, waren vertegenwoordigd. Volgens het verslag nam het bespreken van de situatie in het kerkverband het grootste ge­deelte van de vergadering in beslag. In deze classis wordt 'de breedte van de CGK teruggevonden en er wordt verschillend naar de landelijke ontwikkelingen gekeken', zo horen we. Maar toch kon de vergadering worden beëindigd met de woorden: 'We hebben broederlijk vergaderd'.

De CGK van Zuidlaren bezint zich nog op hun plek binnen het kerkverband

 

Een appel tegen een besluit van de CGK Groningen over homoseksualiteit en pastoraat werd niet ontvankelijk verklaard omdat het niet aan de eisen van een appel voldeed.

Verder werd gemeld dat 'veel gemeenten worstelen met de opkomst in de tweede diensten en op zoek zijn naar alternatieven en ideeën voor de invulling'.

 

Classis Leeuwarden

De Wekker, 09-01-26

 

Op 25 november en 16 december 2025 vergaderde de classis Leeuw­arden te Damwoude.

Er werd doorgesproken 'over wat het concreet betekent voor onze classis dat op de generale synode van 2024-2025 de revisieverzoeken betreft vrouw en ambt grotendeels zijn afgewezen'. Twee besluitvoorstellen worden ingediend. Deze worden op de tweede vergadering besproken.

De classis besluit

  1. gemeentes die géén samenwerkings­gemeente zijn en zich niet houden aan synodale besluiten indringend te verma­nen in relatie tot de onderlinge verbon­denheid en eenheid van de kerken;
  2. samenwerkingsgemeentes te vragen de classis tijdig te informeren wanneer zij afwijken van de kerkelijke besluitvorming van de CGK;
  3. zelf actief te gaan werken aan herstel van het onderlinge vertrouwen, aangezien dat duidelijk is geschaad;
  4. via de PS aan de GS te vragen om het gesprek op het gebied van herme­neutiek en ecclesiologie voort te zetten;
  5. helderheid te bieden over hoe om te gaan met gemeentes die afwijken, zonder dat is vastgesteld dat er sprake is van ontrouw aan Schrift of belijdenis;
  6. dit besluit te delen met de PS, alle kerken in de classis en breder in de kerken.

De classis besluit ook de PS niet vervroegd bijeen te roepen gezien 'redenen die vragen om tijd en ruimte in de voorbereiding naar een PS en GS'.

 

Classis Zwolle

Cvandaag, 16-01-26

 

De christelijke gereformeerde kerk (CGK) Urk-Eben-Haëzer zal het bijeenkomen van kerken uit de classis Zwolle niet langer blokkeren. Reden: 'Wij willen verdere juridisering voorkomen'. Dat maakte de kerkenraad woensdagavond volgens het RD (15-01-26) bekend in een brief aan alle vijftien classiskerken. Daarmee lijkt een dreigend juridisch conflict voorlopig afgewend en komt de gemeente tegemoet aan de wens van andere classiskerken, die de afgelopen maanden herhaaldelijk aandrongen op een reguliere classisvergadering.

Wel geeft Urk-Eben-Haëzer aan dat zij zelf niet op die classis aanwezig zal zijn en die bijeenkomst ook niet als een wettige classisvergadering zal erkennen.

De gemeente wil op deze wijze ruimte scheppen voor 'een vorm van hergroepering', zowel in de classis Zwolle als in het hele kerkverband van de CGK. 'Wij gaan mee met het initiatief van Rijnsburg. Wanneer u de weg van Hoogeveen wilt gaan en daarvoor kerken uit het resort van de classis Zwolle bijeen wilt roepen, houden wij dat niet tegen.'

 


 

Deputaten Kerkorde en Kerkrecht

 

Evenals het deputaatschap vertegenwoordiging heeft ook dit deputaatschap zichzelf aangevuld na het aftreden van een zestal leden.

 

'Afgetreden:

Drs. H. van Eeken, Den Helder

Drs. H. Raveling, Hilversum

Drs. M. Renkema-Hoffman, Aalsmeer

Prof. Dr. H.J. Selderhuis, Hasselt

Ds. H.J.Th. Velema, Hoogeveen

Ds. C. Westerink, Ermelo

 

Herbenoemd:

Drs. R. Jansen, Dordrecht

Mr. J.C. Tebrugge, Spijkenisse

Drs. A.J. van der Toorn, Apeldoorn

 

Benoemd:

Drs. D.J.T. Hoogenboom, Bennekom

Mr. A. Rouvoet, Woerden

Prof. dr. H.J. Selderhuis, Hasselt

Drs. W. van ’t Spijker, Hilversum

Drs. J. van Vulpen, Urk

 

De (her)benoemingen voor het deputaatschap kerkorde en kerkrecht zijn na de sluiting van de generale synode gedaan door deputaten vertegenwoordiging.'