Ethiek

Kerkverband

Nieuwe artikelen
Signalen



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Twee onder één kap, of één dak

 

D.J. Bolt

09-03-23

 

De afgelopen tijd lazen we (nog eens) het boek de vereniging van 1892, geschreven door wijlen ds. H. Bouma. Bijzonder boeiend want het beschrijft hoe het hele proces van eenwording tussen Afgescheidenen (1834) en Dolerenden (1886) is verlopen. In zes jaar tijd vonden de broeders elkaar in de vereniging van beide kerkverbanden in 1892. Dat ging bepaald niet van een leien kerkdakje. Wat is er niet heen en weer voorgesteld, geschreven, getelegrafeerd, geconfereerd, vergaderd!

 

Het is ook zo interessant omdat wij als DGK en GKN in een soortgelijk proces van eenwording zitten. Ook nu wordt er heel wat af vergaderd en worden voorstellen gemaakt, aanvaard en afgewezen. We hebben er afgelopen tijd aandacht aan geschonken en doen dat opnieuw. Want er is een gevleugeld woord dat 'wie de geschiedenis niet kent haar moet overdoen'. Daarom is het goed aandacht te vragen voor wat onze voorvaderen, waar we ons mee verbonden weten, hebben gedaan en ervaren. Het zou mooi zijn om die zesjarige worsteling om eenheid nog eens helder en uitgebreid voor het voetlicht te brengen. Maar in dit verhaal moeten we ons beperken tot enkele, naar ons gevoelen relevante en vaak ook zo menselijke aspecten, voor onze tijd. 
De cijfers tussen haakjes refereren aan pagina's in het boek van ds. Bouma.    

 

Inzet

 

Altijd weer als je de geschiedenis van eenwording van de toenmalige Afgescheidenen en Dolerenden indenkt kom je onder indruk van de inzet van de broeders. Al die vergaderingen van synodes, deputaten, commissies met stromen rapporten, voorstellen, amendementen en tegenvoorstellen, hoe heeft men het in goede banen weten te leiden! En dat zonder te beschikken over de moderne communicatiemiddelen en mogelijkheden aan tekstverwerking zoals wij die kennen. Er kon kan toen alleen nog gebruik gemaakt worden van de telegraaf.

Je merkt aan alles de gedrevenheid, ja vurige liefde voor de eenwording van Christus' kerk. De verdeeldheid werd als ernstige zonde voor Gods aangezicht beleden waarvan de kerken zich zo spoedig mogelijk zouden moeten bekeren!

 

Dat verklaart ook dat er over een weer een groot geduld met elkaar is betracht. Dat was niet altijd eenvoudig. Want bij het samensprekingsproces waren ook lastige 'kopstukken' betrokken die niet makkelijk te overtuigen waren. We noemen hier de bekende dr. Abraham Kuyper, de grote voorman van de Dolerenden. 'Abraham de Geweldige' werd hij wel in de pers genoemd om zijn buitengewone grote gaven en werklust. Maar Bouma meldt ook van hem:     

'Wat kon Kuyper het overigens maar moeilijk verdragen, wanneer anderen anders dachten dan hij'…. (81)

En, Kuyper heeft er ook zelf een idee over waarom aanvankelijk de pogingen tot vereniging niet slaagden[1]:

 

„Maar al te vinnig stonden vaak de broederen van beide zijden tegenover elkander. Maar in die vinnigheid lag toch ook troost; want immers wie elkander onverschillig zijn, worden niet vinnig…. Hoe nauwer men verwant is, des te pijnlijker vorm neemt elk geschil aan". (139)

 

We pleiten niet voor 'vinnigheid' in onze situatie, integendeel. Maar het positieve dat Kuyper constateert kan ons toch helpen om over gevoelens heen te komen als het een keer mis gaat!

 

Betrokkenheid

 

Verbazingwekkend is ook de intensieve betrokkenheid van het kerkvolk, ds. Bouma maakt er regelmatig melding van. We noemen een paar voorbeelden.

 

Als op woensdag 15 augustus 1888 de morgenzitting van de christelijke gereformeerde synode begint, is de vergaderzaal van het Concerthuis te Assen geheel gevuld. 'Extra-stoelen moeten zelfs worden bijgezet, om aan de vele broeders en zusters, die uit Assen en van elders zijn opgekomen, plaats te verschaffen.' (66)
Deze drukte is niet eenmalig, want als vervolgens deze synode in Kampen vergadert[2] blijkt die 'bizondere' belangstelling van de zijde van de gemeente weer: 'Gedurende deze, vier dagen durende, zittingsperiode was het [de Kamper Burgwalkerk] geheel den dag door, maar vooral in de namiddag- en avondzitting met belangstellenden gevuld, soms zelfs volgepropt'. (98) En als dr. Kuyper en dr. Van den Bergh naar Kampen gaan om deze synode bij te wonen, gaat dat als een lopend vuurtje door Kampen. Het gevolg is dat 'van alle kant het volk bijeen stroomde in de Burgwalkerk, die tot in de uiterste hoeken werd gevuld.'
En zo zijn er nog vele andere voorbeelden te noemen.

 

Is die oprechte betrokkenheid er ook zo breed bij ons? We hebben bij de eerste vergaderingen van de Kamper en Dalfser synodes inderdaad nogal wat publiek gezien gelukkig. Maar hoe gaat het nu verder?
Opnieuw voeren we het pleit om maximale openheid te betrachten bij de synodale vergaderingen. Deze vergaderingen zweven immers niet als een soort centraal bestuur boven de kerken maar staan in dienst van de gemeenten. Zo voeren uit wat door de kerken niet afzonderlijk gedaan kan worden en wat deze opdragen.
Het is ook zo belangrijk dat er niet een sfeer ontstaat van 'ze doen maar' doordat belangrijke beraadslagingen angstvallig achter gesloten deuren worden gehouden. Openheid, eerlijkheid en transparantie moeten, net als in 1892 kernbegrippen zijn. En doet er zich soms een dringende reden voor om onder 'vier ogen' met elkaar te spreken, welaan dan kan de vergadering worden geschorst en in comité worden voortgezet zolang als nodig is.     

 

Het is om deze reden dat we de beide moderamina van de generale synodes gevraagd hebben de komende zeer belangwekkende gezamenlijke vergadering niet achter gesloten deuren te houden. En mag er niet over gepubliceerd worden, jammer maar goed.
We wachten nog op antwoord.

 

Zichtbare en onzichtbare kerk

 

In het proces van de toenmalige eenwording kwam ook de 'gewichtige kwestie' van 'zichtbare en onzichtbare kerk' aan de orde. (29) Waar gaat dat over?
NGB artikel 28 zegt, heel normatief, dat je je moet afscheiden van hen die niet van de kerk zijn, en dat je je moet voegen bij die vergadering waar het heil van Christus is. Maar als je rondkijkt zie je talloze kerken en kerkformaties stammend uit de grote Reformatie. Nogal problematisch!

Hier kwam m.n. dr. A. Kuyper een 'oplossing' aandragen. Even kort gezegd, de ene algemene kerk van NGB art. 27 moet je zien als het 'mystieke', het verborgen lichaam van Christus. Die kerk omvat alle gelovigen maar is onzichtbaar. Concrete kerken zijn zichtbare openbaringen van Zijn lichaam. Kuyper vergelijkt het met een menselijk lichaam: de ziel van de mens, zijn wezen, is onzichtbaar, maar de leden, handen, voeten, etc. zien we en allemaal verschillend van vorm en functie. Zo is het ook volgens Kuyper met de zichtbare kerken, die zijn pluriform. Een graag toegepast beeld is: de algemene kerk is als een boom waarvan de vertakkingen de verschillende kerken zijn. De leden er van behoren dus allemaal bij die grote ene katholieke boom(kerk).

 

We gaan deze verkeerde theorie hier nu niet verder analyseren en bestrijden[3]. Maar wel willen we wijzen op een van haar kerkbesef uithollende gedachten die gemakkelijk een rol kan gaan spelen in het huidige eenwordingsproces. Namelijk dat het er eigenlijk niet zoveel toe doet tot welke kerk of kerkverband, tot welke denominatie je behoort. Je bent immers verbonden aan dezelfde boom van de algemene christelijke kerk? Het kan ook gemakkelijk de 'drive' verlammen om bij tegenslagen en moeiten niet meer 'te gaan' voor de echte zichtbare eenheid van Christus' kerk zoals Hij daarvoor gebeden heeft in Joh. 17.

Echter als het gaat om de eenheid van Christus' kerk dienen we wars te zijn van zulk 'denominationalisme'. Kortgezegd, we aanvaarden niet het naast elkaar leven van kerken die elkaar erkend hebben als ware kerken en daar ook werkelijk naar (willen) leven. In de titel van dit verhaal hebben we het wat metaforisch verwoord waar het om gaat: Twee onder één kap, of één dak. Het verschil tussen de woningtypen lijkt minimaal: een twee-onder-één-kap woning kan er bijna net zo uit zien als een woning-onder-één-dak. Maar als we het over de bewoning hebben is het verschil levensgroot: in het eerste type huizen twee gezinnen naast elkaar, in het tweede leven ze samen met elkaar.
Nu zou tegengeworpen kunnen worden dat die gezinnen in die twee-onder-een-kapper toch ook van alles gemeenschappelijk kunnen hebben en doen, zoals dat met goede buurlieden het geval is. Ja, en toch het wezenlijke ontbreekt: samenleven. En dat is precies waar het in de algemene christelijke kerk omgaat, verenigd in Christus alles delen. Vreugde en smart. Lasten en lusten. Woord, Sacrament en Tucht.

De kerken DGK en GKN hebben elkaar erkend als ware kerken. Zij hebben besloten de kansels voor elkaar open te stellen (besluiten 1,2). En, zo horen we inmiddels, daar wordt hier en daar al ruim gebruik van gemaakt. Maar is er voldoende besef dat dat alleen verantwoord is als er zekerheid is dat er op korte termijn ook één gemeenschappelijk kerkverband is gevormd?
We lazen in De Bazuin een artikel van ds. M.A. Sneep onder de titel Op weg naar één kerkverband. Daarin geeft hij iets weer van de afgelopen vergaderingen van de DGK- en GKN-synodes. Eén opmerking trof ons. Ds. Sneep stelt dat op de vergadering van de GKN synode waarvoor ook het moderamen van de DGK synode was uitgenodigd (alleen ds. Koster was verhinderd):

 

'Op deze vergadering kwam duidelijk naar voren dat beide synodes van mening zijn, dat nu beide kerkverbanden kerkelijk één zijn, er overlegd moet worden wat de beste manier is om de vereniging van beide kerkverbanden vorm te geven.'

 

Maar op basis van de besluiten van zowel de synode Dalfsen en de synode Kampen is het o.i. onjuist al te spreken van kerkverbandelijke eenheid op dit moment. Wel is de intentie daartoe uitgesproken. Maar het 'echte' besluit moet nog genomen worden. Eén kerkverband zijn betekent o.a. dat er op synodaal niveau besluiten worden genomen door de 'gefuseerde' synode die gelden voor alle kerken van DGK en GKN.
Zover is het nog niet.

Wij achten de besluiten 1,2 en 3 van DGK synode Dalfsen onlosmakelijk verbonden. Ze zijn ook gezamenlijk in één stemming aangenomen. Als, zeer onverhoopt, besluit 3 niet wordt verwezenlijkt, bijvoorbeeld omdat de kerkverbanden toch naast elkaar blijven bestaan dan vervallen naar onze overtuiging ook besluiten 1 en 2. Dat zou het geval kunnen zijn als gekozen wordt voor een kerkverbandelijke twee-onder-één-kap constructie die niet meer is dan een Kuyperiaanse uitloper van zijn pluriformiteitsleer. En die op termijn leidt tot de kerkelijk wanhopige situatie in de CGK[4]. Een baken in zee!

Laten we eens zien hoe Kuyper als bedenker van de pluriformiteitstheorie en zijn volgelingen zich in het proces van 1892 gedroegen, juist op dit punt. Streefden ze naar twee-onder-een-kap of twee-onder-een-dak?
Heel verrassend!

 

Kerkverband en kerkordening

 

Kuypers opvattingen over 'zichtbare en onzichtbare kerk' zijn wel aan de orde geweest in het eenwordingsproces. Het was zelfs een 'gewichtig punt', zo lezen we bij de christelijke gereformeerde theoloog Lucas Lindeboom. (29)

Maar, en dat is opmerkelijk, in alle besprekingen en voorstellen is het haast een refrein: daadwerkelijke eenheid is gefundeerd in aanvaarding van de Heilige Schrift, de gereformeerde belijdenis en de Dordtse Kerkorde! Die laatste fundamentsteen werd met verve verdedigd, m.n. door Dolerenden mede omdat er door de christelijke gereformeerden een 'reglement' was aanvaard om erkenning bij de overheid te ontvangen. We laten die kwestie hier verder onaangeroerd. 

We laten enige voorbeelden zien hoe men sprak over 'daadwerkelijke kerkverbandelijke eenwording'. (vet djb)

 

Op eerste Dolerende generale synode te Utrecht 25 juni 1888 wordt besloten een brief (concept Kuyper(!) en Rutgers) naar de christelijke gereformeerde synode van Assen te sturen. Daar staat o.m. in:

 

'De kerk is geen menselijke vinding, maar „goddelijke schepping"; zij is het lichaam van Christus, en „elke gescheidenheid en gedeeldheid op aarde doet aan de eere van dit Lichaam des Heeren te kort". Zulke gedeeldheid is „niet uit Hem, die ons riep, maar uit den wortel der zonde". Wij hebben gezamenlijk toch één belijdenis, één liturgie en één kerkenordening. „Hoe, Mannen Broeders, zou het dan ooit voor God te verantwoorden wezen, als we als twee gedeelde groepen naast elkander bleven bestaan, en niet het uiterste beproefden, om elk verder gapen van de breuke te voorkomen?" Immers, „een gedeeldheid, die door niets gerechtvaardigd wordt, moet onverbiddelijk leiden tot schrikkelijke verwoesting voor het geestelijk karakter van beide groepen". Vandaar ons pogen, „om dit zondige uit ons midden te helpen wegnemen".' (59)

 

Nog eentje.

Op de tweede 'Voorlopige Synode' van de Dolerenden Leeuwarden, 24 juni 1890 spreekt de synode uit:

 

'dat de Vereeniging te zoeken zij op den grondslag der „Drie Formulieren van Eenigheid" als Belijdenis en der Dordtsche Kerkenordening van 1619 als eenige en uitgevoerde Kerkenordening". (111)

 

En zo ook de synode van christelijke gereformeerde  synode van Leeuwarden 18 augustus 1891

 

'verklaart weer met eenparigheid van stemmen, „dat zij op den grondslag van eenheid in Gereformeerde Belijdenis en in Gereformeerde Kerkregeering tot Kerkelijke Vereeniging met de Nederduitsche Gereformeerde Kerken wil zoeken te komen".' (113) [vet djb]

 

en ook dat

 

„als geen personen als leden der vereenigde Kerken mogen worden erkend, dan die instemming betuigen met de Gereformeerde Belijdenis en Kerkenorde en dienovereenkomstig wenschen te leven" (116)

 

Voldoende om aan te tonen dat in het proces van eenwording integraal de samenleven naar de DKO werd meegenomen én als volstrekte voorwaarde werd gezien.

 

Fundament

 

Maar dat is toch ook óns gezamenlijk fundament? We denken aan hetgeen we vonden in de Acta van de GKN:
 

'De Gereformeerde Kerken zijn kerken die van harte volgens Schrift en belijdenis willen leven. Wij willen als gereformeerde kerken ook volgens de Kerkorde leven zoals die voor de laatste keer in 1978 herzien is. Dit zijn zaken die de grondslag van onze kerken vormen en ook al eerder zo zijn afgesproken …'  (GS Ede 2016)

 

Ook wij belijden dit. Zoals ook ds. H. Drost daarover schreef in Weerklank[5].

En zó willen we samen verder.

Als twee onder één dak! Onder één KO-dak

 

NOTEN

[1]Dinsdag 15 september 1891 in de Haagse Westerkerk.

[2] Dinsdag 15 januari 1889.

[3] Zie het artikel De kerk van Christus is katholiek 2, E. Heres, click hier.

[4] Zie het artikel van drs. Bijzet, CGK tussen klem en knoop, in deze editie.

[5] Zie artikel A & B, van tweeën één, in de vorige editie.