Generale Synode Zwolle 2026 - Impressie 4.2
Relaties kerken buitenland
Algemene inleiding
De synodevergadering van 5 juni jl. stond geheel in teken van relaties met buitenlandse kerken. We hebben de zeer uitgebreide en complexe informatie weergeven in drie afzonderlijke impressies 4:
Impressie 4.1
We hoorden vijf toespraken van de buitenlandse afgevaardigden, ze werden al eerder op EIW gepubliceerd. De synode nam de gelegenheid te baat om in gesprek te gaan met de sprekers. We willen daar in deze impressie iets van weergeven.
Impressie 4.2
Op dezelfde dag werden in aanwezigheid van de buitenlandse gasten bezwaren en revisieverzoeken m.b.t. relaties met (hun) kerken uitgebreid besproken en daarover besluiten genomen.
Impressie 4.3
Tot slot kwamen ook nog de verdere voorstellen van de BBK aan de orde, werd een nieuwe instructie en de hoogte van het budget voor het deputaatschap voor de komende jaren vastgesteld.
Impressie 4.2
Bezwaarschriften en revisieverzoeken
Vanuit de kerken zijn bezwaarschriften en revisieverzoeken ingediend bij de synode. Daarin gaat het m.n. over kerkelijke relaties met en van buitenlandse kerken. Ook over 'differentiatie', dus verschillende niveaus, daarvan en hun eigenschappen.
Maar vooral betreffen de bezwaren de beëindiging van de zusterkerkrelatie met de LRCA, de Liberated Reformed Church in het Canadese Abbotsford, en het aangaan van een zusterkerkrelatie met de Canadian Reformed Churches (CanRC). Ook krijgt de relatie met de Orthodox Presbyterian Church (OPC) de nodige aandacht alsmede het lidmaatschap van de Internal Conference of Reformed Churches (ICRC).
Een van de revisieverzoeken komt van LRCA zelf. Ondanks dat dit verzoek komt van een kerk waar geen zusterkerkrelatie (meer) mee is heeft de synode heeft dit ontvankelijk verklaard gezien de bijzondere gang van zaken tussen de GK en de LRCA en de 'broederlijke betrokkenheid' op elkaar (Aanvullend rapport commissie 3). Maar daarbij is wel nadrukkelijk opgemerkt dat dit niet als een precedent mag worden gezien.
De bezwaarschriften tellen samen bijna 70 pagina's. De meeste zijn gestructureerd in drie delen: een aantal inleidende overwegingen, een of meerdere besluitvoorstellen en 'gronden' waarop ze zijn gebaseerd.
Voor deze impressie volstaan we met steeds het overnemen van die laatste twee delen want daar gaat het uiteindelijk om, daar wordt instemming van de synode voor gevraagd.
Zoals aangegeven gaat het dus om drie hoofdzaken.
- Differentiatie in kerkelijke relaties
- Kerkelijke relaties met de CanRC en OPC
- Beëindiging zusterkerkrelatie met de LRCA
Differentiatie in kerkelijke relaties
We geven eerst aan wat er verstaan wordt onder deze 'differentiatie'. De Gereformeerde Kerken kennen op dit moment drie typen relaties met buitenlandse kerken:
De kerken erkennen elkaar naar gereformeerd belijden als ware kerken van Christus. Zij willen wederzijds op elkaars leer en leven toezien en kerkelijke gemeenschap oefenen.
De betreffende kerken zijn te kennen als trouwe kerken van Christus, maar het wederzijdse toezicht is veel minder intens door bijvoorbeeld taalverschillen die nog een volledige zusterkerkrelatie belemmeren.
Er zijn indirecte contacten of persoonlijke contacten maar weinig of geen directe officiële contacten.
Zie Bijlage A voor details.
Bezwaren en besluiten m.b.t. differentiatie
De volgende bezwaren werden ingediend.
1 - Bezwaarschrift van br. P. Bos
Br. Bos stelt de synode voor te besluiten:
Gronden
2 - Bezwaarschrift van ds. S. de Marie, brs. T.L. Bruinius en J. Horst
De broeders stellen de synode voor te besluiten:
De Instructie Deputaatschap Buitenlandse Kerken met Bijlage, Regeling Differentiatie Buitenlandse Contacten van GS Groningen/Kornhorn 2024, wordt aangepast door uitvoering van de volgende richtlijnen:
Gronden
Commissievoorstel
Commissie 3 heeft de bezwaren overwogen (zie Bijlage B) en stelt de synode voor de bezwaren af te wijzen. Daarvoor worden als gronden aangevoerd:
Zie voor dat laatste Impressie 3.
Bespreking
Verschillende vragen wordt gesteld en opmerkingen gemaakt. We geven er iets uit weer.
Niemand uit bezwaren tegen de 'criteria' zoals GS Leeuwarden die in 1990 formuleerde.
Is het juist om steeds de uitdrukking te gebruiken 'kerken die kunnen voldoen aan art. 29 NGB', alsof dat een maat is om kerken af te meten? Het gaat om het herkennen van kerken van Christus.
De vraag is of de 'vriendschapsrelatie' wel zinvol is. Nadere overweging is nodig.
Het zonder meer verbieden van meevieren van het Avondmaal in correspondentierelaties ontmoet weerstand.
Er wordt gesproken over 'trouwe kerken'. Wat wordt daarmee bedoeld, waarom niet gewoon gesproken over 'ware kerken'?
Toelichting commissie
Br. Vreugdenhil geeft nadere toelichting.
Bedacht moet worden dan er nog een opdracht ligt voor BBK om zich nog eens op het geheel te bezinnen.
Als gesproken worden over 'trouwe kerken' worden daar 'ware kerken' mee bedoeld. Alleen is er verschil in het niveau van contacten. Denk b.v. aan geografisch ver weggelegen kerken in India. En ook aan relaties met kerken die wij niet, maar onze zusterkerken wel hebben. Bijvoorbeeld de OPC, zusterkerk van de CanRC, die een nauwe relatie met kerken wereldwijd heeft. Hoe gaan wij daarmee om?
Het voorstel van de 'vriendschapsrelatie' is een eerste benadering.
De toelating tot de kansel is niet een zaak van de synode maar bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de plaatselijke kerk. Wij hebben om goede redenen daarvoor overleg met andere kerken in de classes geregeld.
Synodebesluit
Met algemene stemmen worden de bezwaren verworpen en het door de commissie voorstelde besluit aangenomen.
De overwegingen in de bespreking worden meegegeven aan BBK.
Bezwaren en revisieverzoeken m.b.t. kerkelijke relaties
1 - T.a.v. de relatie met CanRC en OPC
Bezwaarschrift ds. S. de Marie en br. J. Horst
De broeders stellen de synode voor de volgende besluiten te nemen:
Besluitvoorstel 1
GS Zwolle 2026 besluit de zusterkerkrelatie met de CanRC met directe ingang op te schorten om in gesprek te gaan over de pluriformiteit van kerkelijke relaties, de bewaking van de avondmaalsviering, en de binding aan de gereformeerde belijdenis. De uitkomst van dit gesprek zal op de volgende synode worden gerapporteerd.
Gronden
Besluitvoorstel 2
GS Zwolle 2026 besluit de correspondentierelatie met de OPC met directe ingang op te schorten om in gesprek te gaan over de avondmaalsviering, de leer over de kerk en de binding aan de belijdenis. De uitkomst van dit gesprek zal op de volgende synode worden gerapporteerd.
Gronden
2 - T.a.v. de beëindigde relatie met LRCA
2.1 - Revisieverzoek LRCA
De Liberated Reformed Church of Abbotsford (LRCA) verzoekt de synode de volgende oordelen uit te spreken:
2.2 - Revisieverzoek Gereformeerde Kerk Zwolle (Viaa)
De Gereformeerde Kerk van Zwolle (Viaa) verzoekt de synode uit te spreken:
Gronden
2.3 - Revisieverzoek ds. S. de Marie en br. J. Horst
De broeders verzoeken de synode de volgende besluiten te nemen:
Besluitvoorstel 1
GS Zwolle 2026 besluit het synodebesluit van GS Dalfsen 2024 art. 7.02 inzake LRC Abbotsford in zijn geheel te herroepen
Gronden
Besluitvoorstel 2
GS Groningen 2026 besluit de uitspraak van GS Dalfsen 2024 art. 6.01 inzake LRC Abbotsford in zijn geheel te herroepen en te vervangen door de volgende tekst:
“LRC Abbotsford laat zich kennen als ware kerk van Jezus Christus en toont daarbij de vereiste katholiciteit (het zoeken en uitoefenen van eenheid in de waarheid).”
Gronden
Besluitvoorstel 3
GS Zwolle 2026 spreekt haar oprechte spijt uit voor het feit dat LRC Abbotsford onrecht is aangedaan door de besluiten van GS Lutten 2021 en GS Dalfsen 2024 en wil van harte de beëindigde zusterkerkrelatie herstellen onder de zegen van de Heere.
Gronden
2.4 - Revisieverzoek br. W. Snippe
Br. Snippe vraagt revisie aan van
'het verkeerde besluit 1 van de GS Dalfsen t.a.v. van de LRCA om de zusterkerkrelatie te verbreken. Om dit besluit uit het midden van de kerken weg te nemen en terug te keren naar wat de GS Emmen en Groningen daarover besloten heeft.
Verder ook om het besluit van de gezamenlijke synode van Groningen/Kornhorn om een zusterkerkrelatie aan te gaan met de Canadian Reformed Churches te heroverwegen en ook weg te doen uit het midden van de kerken en met deze kerken het gesprek aan te gaan…'.
Bespreking
Toelichting commissie
Br. Vreugdenhil licht het werk van commissie 3 die de bezwaren onderzocht, toe. De commissie heeft zich beperkt tot die zaken die nodig zijn voor de beoordeling van de bezwaren. De bezwaren vertonen veel overeenkomst in principiële argumenten, verder door de commissie aangeduid als 'leerstellige bezwaren'. De commissie heeft deze geïnventariseerd en die eerst van een beoordeling en besluitvoorstellen voorzien. Daarna zijn besluiten t.a.v. individuele bezwaarschriften geformuleerd.
De commissie heeft de gang van zaken in het verleden niet meegenomen. Het gaat om de vraag of de huidige situatie een verhindering zou kunnen zijn met name m.b.t. de zusterkerkrelatie met de CanRC. In dit kader is ook al het een en ander door de buitenlandse afgevaardigden toegelicht.
Verder is, gezien de korte beschikbare tijd voor de deputaten BBK tussen de twee synodes, de zaak van de ICRC en de 'verbondsvisie van de Westminster Confessie' niet concreet aan de orde geweest.
Leerstellingen
Nadat enige algemene punten naar voren zijn gebracht komen 'de leerstellingen' aan bod zoals de commissie die heeft geformuleerd en van een advies aan de synode heeft voorzien (zie Bijlage C voor de complete tekst).
We geven ze hier samengevat weer, samen met inbreng van de synodeleden, en voor zover ze aandacht kregen.
Ad B - Binding aan belijdenis van ambtsdragers
De OPC bindt haar leden aan 'het systeem van de leer'. Is dat een soort raamwerk en biedt dat ruimte om af te wijken van de leer van de kerk?
Maar op haar website valt te lezen:
'Ontvangt en aanvaardt u van harte de Belijdenis des geloofs in de Catechismussen van de kerk als bevattende het systeem van de leer die wordt onderwezen in de Heilige Schrift?'
Dus het geheel van de belijdenis. Vergelijk dit met ons ondertekeningsformulier dat alleen over de leer van de Drie Formulieren van Eenheid gaat. Daarbij zijn er details waaraan we ons niet gebonden achten, denk b.v. aan waar gesteld werd dat de Hebreeën brief van Paulus zou zijn (stond in de belijdenis tot 1970). En dat Judas aan het Avondmaal zou hebben deelgenomen.
Als er bij de ondertekening voorbehoud wordt gemaakt, dan is het ter beoordeling van de classis of dat aanvaardbaar is.
Verder moet worden bedacht dat de Westminster Confessie heel uitgebreid is, m.n. de Grote Catechismus. Daarom wordt gebonden aan 'het systeem van de leer' en niet 'aan de letter'. Ook de OPC wil de leer van de Schrift handhaven.
Ons systeem en onze ondertekening zijn niet de norm.
Er wordt moeite ervaren met de manier waarop geredeneerd wordt in de bezwaarschriften: van de kenmerken van de kerk naar de katholiciteit. Maar in de opbouw van de NGB gaat het toch eerst over Christus, Zijn kerk, zich daarbij voegen, dan de kenmerken en tenslotte over de ambten.
Ad C - Binding aan belijdenis van gemeenteleden
Ook bij ons is er discussie over de vragen bij de geloofsbelijdenis. Maar dat is niet kerkscheidend als wordt vasthouden aan de leer van de kerk die als heel belangrijk wordt gezien door de kerken. De precieze uitwerking in andere landen kan anders zijn.
Daarbij moet bedacht worden dat ook in onze kerken mensen lid kunnen worden die dwalen, ook b.v. tegen de kinderdoop zijn. We spreken daarover en accepteren dat niet als 'gewoon', stellen er voorwaarden aan.
Ad F - Zuivere en minder zuivere kerken
De opvattingen van de RCUS krijgen enige aandacht. Deze kerk - Reformed Church in the United States - aanvaardt de Drie Formulieren van Eenheid.
Er is een RCUS uitspraak dat het niet perse nodig is de 'zichtbare kerk' vorm te geven en ook niet absoluut nodig om tot één kerkregering te komen. Met deze opvattingen kan het in Canada gebeuren dan in een plaats een gereformeerde en presbyteriaanse kerk naast elkaar blijven bestaan.
Een stukje achtergrond kan helpen de situatie van RCUS die al meer dan 300 jaar bestaat, te begrijpen. Hun gemeenten bevinden zich alleen in de USA, zonder een CanRC gemeente in de nabijheid. Midden jaren dertig van de vorige eeuw hebben ze een enorme crisis doorgemaakt. Daardoor bleef er maar 1 classis met weinig predikanten en ouderlingen over. Met hulp van de OPC zijn ze overeind gebleven. Het verklaart dat zij hun prioriteit gelegd hebben bij geestelijke en niet bij organisatorische eenheid. Vergelijk dit met ook met het bestaan van CanRC en URC.
En ook in ons land komt het voor dat er meerdere gemeenten in dezelfde plaats zijn zonder dat zij zich verenigen, zelfs als wel noodzakelijk is voor het voortbestaan.
Ad I - Pluriformiteit van de kerk
Het voorbeeld van het zelfstandig bestaan van 'Waalse kerken' ten tijde van het ontstaan de Dordtse kerkorde is niet van toepassing. Daar speelde immers de taalbarrière een rol. Vergelijk onze relatie met de Duitse SERK kerken waarmee we ook niet in één verband leven.
Maar het gaat nu wel om presbyteriaanse en gereformeerde kerken met dezelfde taal in hetzelfde land. Daartegen wordt opgemerkt dat er meerdere culturele verschillen kunnen zijn die gescheiden bestaan rechtvaardigen, zoals bijvoorbeeld de zangcultuur. Daar hebben ook de CanRC mee te maken.
En vergelijk de situatie in de gereformeerde kerken na de Vereniging van 1892 waarna er nog zo'n 30 jaar A- en B-kerken naast elkaar bleven bestaan.
Ad J - NAPARC, de North American Presbyterian and Reformed Council
In tegenstelling tot de ICRC, worden bij de NAPARC aangesloten lidkerken níet gelijk als kerken van Christus erkend. Wel geven zij met hun lidmaatschap uitdrukking aan de eenheid in Christus. En dat ook verder willen stimuleren. Het blijft lastig als er toch kerkelijk naast elkaar wordt geleefd.
In de NAPARC gelden twee afspraken: stem evangelisatieactiviteiten op elkaar af, en respecteer bij overgang van gemeenten of gemeenteleden eerder genomen tucht. Tuchtmaatregelen hoeven niet verplicht te worden overgenomen maar neem er wel kennis van.
En verder, de CanRC synode van Aldergrove heeft uitgesproken dat toegang tot het Avondmaal een zaak is van de plaatselijke kerkenraad, en toelating tot de kansel van classis en synode.
Synodebesluiten
Alle voorgestelde 'leerstellingen' worden met algemene stemmen aangenomen.
Dat geldt ook het slotbesluitvoorstel:
'De synode spreekt uit dat in de besproken bezwaren, zoals de zeven appelschriften of revisieverzoeken die noemen, geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.'
Verdere bespreking
1 - Relatie met CanRC en OPC
Commissie 3 stelt dat de bezwaarden een incompleet beeld geven van de weg waarlangs deze besluiten tot stand zijn gekomen en dat zij zich maar heel beperkt confronteren met de argumenten van synode Dalfsen 2024 m.b.t. de situatie van de CanRC en OPC.
Besluitvoorstel
De commissie stelt voor de bezwaren af te wijzen op grond van
Bespreking
In de acta van de GKN synode waarin het besluit viel een zusterkerkrelatie aan te gaan met de CanRC is niet veel informatie te vinden, zo wordt opgemerkt. Maar m.n. de toespraak van afgevaardigde dr. R.C. Janssen heeft veel verhelderd. En eigenlijk voelt de huidige zusterkerkrelatie met de CanRC als de voorzetting van die we destijds als GKv hadden.
Besluit
Aangenomen, met 1 onthouding.
2 - Bezwaren tegen verbreken relatie met LRCA
Ook t.a.v. van deze bezwaren heeft de commissie voorstellen gedaan. Deze kunnen als volgt worden samengevat. Daarin zijn ook vragen en opmerkingen van de synodeleden verwerkt.
Toelichting commissie
De commissie stelt dat met behandeling van de 'leerstellige bezwaren' (zie boven) de 'principieel-geladen bezwaren' - toelating Avondmaal, binding aan de belijdenis, etc - voldoende zijn behandeld. Wat overblijft zijn 'procedurele bezwaren'. We vatten ze samen met enige toelichting nog van de commissie.
Er zou in de besluitvorming, zo wordt in de revisieverzoeken gesteld, onvoldoende acht zijn geslagen op wat door de voorgaande synodes Emmen 2010, Groningen 2015 werd besloten. Al het bewijsmateriaal dat de LRCA aanleverde aan GS Lutten 2022 en de BBK is niet verwerkt. Bovendien werd, in strijd met art. 33 KO, een afgehandelde zaak opnieuw op de agenda gezet.
Maar de commissie stelt dat GS Lansingerland 2018 en GS Lutten 2022 al besluiten namen die in een andere richting wezen dan de synodes van 2010 en 2015. En art. 33 KO geeft wél de mogelijkheid om een zaak opnieuw aan de orde te stellen als er een gewijzigd inzicht is in een zaak. Ook nu is er weer aandacht gegeven aan het bewijsmateriaal van de LRCA, zie hierboven onder het kopje Leerstellingen en Bijlage C.
Ook zouden argumenten in een eerder revisieverzoek aan GS Dalfsen 2024 zijn genegeerd. En standpunten van de LRCA verkeerd weergegeven.
Echter met het nu voorliggende revisieverzoek van de LRCA zijn die argumenten voldoende duidelijk en ook behandeld, nogmaals zie Leerstellingen.
Was het niet nodig geweest een meer 'constructief besluit' te nemen en meer nadruk op een broederlijk gesprek met de LRCA te leggen? Nu kan zo toch niet verwacht worden dat LRCA zich laat overtuigen om zich weer aan te sluiten bij de CanRC? Daarom zou goed zijn om de beëindiging van de zusterkerkrelatie met LCRA op te schorten.
Maar dat lijkt de commissie niet verstandig. Ook dan zou het besluit nog blijven bestaan. Beter is met geduld toch weer het gesprek aan te gaan.
Al met al stelt de commissie voor de voorstellen in de revisieverzoeken niet te honoreren.
Bespreking
De vraag wordt gesteld of er niet meer rekening gehouden moet worden met het ontstaan van de LRCA. Daar zijn we immers niet los van. Als Bijbels voorbeeld wordt genoemd het verbond dat de Gibeonieten destijds sloten onder Jozua. Dat werd houden ondanks de verkeerde start.
Gaat het ook niet meer om de situatie zoals die nú is? Voor het verbreken van de relatie moeten goede gronden zijn. Is er sprake van een afwijkende leer bij de LRCA? Verder moeten ook artikel 31 en 33 KO niet te gemakkelijk niet van toepassing worden verklaard. Het blijft lastig om vanuit Nederland opdrachten te geven over wat mensen in Canada zouden moeten gaan doen.
In maart 2022 al werd door BBK het besluit voorgesteld de zusterkerkrelatie nog te handhaven maar wel op te roepen tot terugkeer naar de CanRC zonder voorwaarden en zo ook de kerkorde m.b.t. de kerkelijke weg te handhaven. Daarbij werd steun van deputaten aangeboden.
De relatie met de LRCA eindigde in 2024 en was dus ook geen zaak meer op de 'combi-synode'. Opnieuw was er wel het voorstel contact te houden, in overleg met de CanRC. Dat is er ook geweest, deputaten waren daarvoor beschikbaar.
Maar de LRCA voert tot vandaag nog steeds dezelfde argumenten aan als die destijds werden gebruikt bij haar afscheiding van de CanRC. Behalve dan, dat niet meer verwezen wordt naar de verbondsleer en de 'zekerheid van het geloof' als verwoord in de Westminster Confessie, dat ontbreekt nu.
De afgevaardigde van CanRC dr. Janssen hanteert i.p.v. 'afscheiding' liever het begrip 'onttrokken' als het gaat om het gebeuren in 2007. De CanRC werd niet gespitst maar er is toen een nieuwe kerk gesticht. Het grote probleem is dat de LRCA de CanRC beschouwd als 'een valse kerk'. Daar ligt het fundamentele punt in de kerkrelatie tussen LRCA en de CanRC.
Tegelijk, zo wordt opgemerkt, moeten we de broeders en zusters niet als vijanden zien maar een appel op hen doen. Ze willen immers contact met ons, zo blijkt uit hun revisieverzoek. Hier liggen mogelijkheden om samen het gesprek aan te gaan.
Vergelijk het met onze verhouding als GK met de CCK. We hebben hen niet 'erkend' maar gaan wel gesprekken met deze kerken aan.
Zou het mogelijk zijn een correspondentierelatie met de LRCA aan te gaan?, zo wordt geopperd, zo nog een mijl mee te gaan? Daarin actief zijn en niet passief afwachten? We zouden het van harte willen, zeggen verschillende broeders.
Maar het pijnlijke blijft dat de LRCA de andere kerken vals noemt. Bovendien, deputaten BBK zijn er geweest, hebben al uitgebreid schriftelijk gecommuniceerd.
Dr. Janssen geeft aan dat de LRCA 'van harte welkom' is binnen de classis Pacific East waar Abbotsford toebehoort. Want naar zijn oordeel vallen hun denken en uitingen binnen de bandbreedte van de belijdenis. Maar hij benadrukt nogmaals dat het probleem is dat LRCA van de CanRC zeggen dat zij volgens art. 29 NGB valse kerken zijn, gelijk aan de rooms-katholieke kerk. Daarvan zegt de CanRC: dat kan niet. Ook de vergelijking met de CGK gaat niet op, zij hebben immers niet van de GK gezegd dat zij valse kerken zijn.
De ouderlingen van de LRCA gebruiken vaak de kerkorde als belijdenisgeschrift. Daar gaat het fout.
Vervolgens neemt de synode besluiten over de afzonderlijke revisieverzoeken.
1 - Besluitvoorstel t.a.v. Revisieverzoek LRCA
De commissie stelt voor om niet aan het verzoek te voldoen en geen van de oordelen uit te spreken.
Gronden
Besluit
Met algemene stemmen aangenomen.
2 - Besluitvoorstel t.a.v. Revisieverzoek Gereformeerde Kerk Zwolle (Viaa)
Gronden
Amendement
Het derde besluitvoorstel vervalt, het wordt geacht al verwoord te zijn in het tweede besluitvoorstel. Verder werd de suggestie gedaan het gesprek met de LRCA samen met de CanRC te gaan doen.
Besluit
Het geamendeerde voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
3- Besluitvoorstel t.a.v. Revisieverzoek ds. S. de Marie en br. J. Horst
De commissie stelt voor de gevraagde besluiten niet over te nemen.
Gronden
Besluit
Aangenomen met 1 onthouding.
4 - Besluitvoorstel t.a.v. Revisieverzoek br. W. Snippe
Besluitvoorstel
De commissie stelt voor om niet in te gaan op dit verzoek.
Gronden
Het eerdergenoemde rapport BBK Commissie [zie 'Leerstellige bezwaren', djb] weerlegt de gronden waarom de LRCA zou mogen afsplitsen van de CanRC.
Besluit
Met algemene stemmen aangenomen.
Bijlage A - Regeling Differentiatie Buitenlandse Contacten
(Uit bijlage bij Acta gezamenlijk deel Buitengewone Synoden GS Groningen en GS Kornhorn)
De kerken hanteren voor hun officiële contacten met trouwe christelijke kerken in het buitenland verschillende niveaus van intensiteit, namelijk in aflopende volgorde:
De invulling van deze verschillende relaties wordt hierna gegeven. Daarbij zal er rekening mee moeten worden gehouden,
A. Zusterkerkrelatie
Dit is de meest nauwe relatie die we kennen met een buitenlandse kerk. De kern ervan is dat we elkaar naar gereformeerd belijden erkennen als ware kerken van Christus, wederzijds willen toezien op elkaars leer en leven en kerkelijke gemeenschap oefenen. De regels die hiervoor gelden, zijn:
B. Correspondentierelatie
Dit is een minder vergaande relatie dan zusterkerk. De betreffende kerken zijn te kennen als trouwe kerken van Christus, maar het wederzijdse toezicht is veel minder intens. Dit soort contact kan zinvol zijn op weg naar een zusterkerkrelatie, maar is ook van toepassing in situaties waarbij omstandigheden, bijvoorbeeld taalverschillen, een volledige zusterkerkrelatie belemmeren. De regels die hiervoor gelden, zijn:
C. Vriendschapsrelatie
Dit gaat minder ver dan correspondentie. Er zijn weinig of geen directe officiële contacten, maar wel indirecte contacten of persoonlijke contacten.
Provisorisch vastgesteld
Harderwijk, 30 november 2024
Bijlage B - Commissie 3 - Differentiatie kerkelijke relaties
Inhoudelijk
Procedureel
De instructie is provisorisch vastgesteld. Deputaten BBK hebben de opdracht om “de volgende GS te dienen met een verantwoording ten aanzien van de kerkelijke relaties en daarbij de overwegingen die tijdens de bespreking in de vergaderingen op 19 oktober en 30 november zijn genoemd te verwerken” uit het rapport deputaten BBK.
De deputaten zijn hier niet aan toegekomen en vragen de synode voor deze opdracht nog drie jaar de tijd te geven.
Het zou op dit moment voorbarig zijn de bezwaren toe te kennen, aangezien hier nog een studieopdracht ligt voor BBK.
Voorgesteld besluit:
De synode, in vergadering bijeen op … spreekt uit dat dit bezwaarschrift wordt afgewezen.
Gronden:
Bijlage C - Commissie 3 - Leerstellige bezwaren
De commissie (3) die de bespreking op de synode voorbereidde constateerde dat in de ingediende bezwaren t.a.v. kerkelijke relaties verwezen naar 'een beperkt aantal knelpunten, die steeds in andere contexten terugkomen'. Kort gezegd, het komt veelal neer op een beperkt aantal principiële standpunten die een rol spelen in de beoordeling van verschillende situaties. Daarom besprak de synode deze eerst. De commissie had daarvoor een document - 'Leerstellige bezwaren' - voorbereid.
Leerstellige bezwaren
Inleiding
Bij de synode zijn meerdere revisieverzoeken ingediend die zich focussen op de kerkelijke situatie in Noord-Amerika en ook verder wereldwijd. In deze bezwaren over diverse kerkelijke relaties wordt verwezen naar een beperkt aantal knelpunten, die steeds in andere contexten terugkomen. We hebben te maken met een meertrapsredenering, met als kenmerkend voorbeeld (met weglating van nuances): De OPC kent afwijkingen; de CanRC heeft goede contacten met de OPC, dus ook CanRC is fout; dus LRCA heeft zich terecht van CanRC afgescheiden. Het betreft een complex netwerk van inhoudelijk-dogmatische standpunten, verschillende kerkverbanden en kerkelijke relaties.
De relevante revisieverzoeken
Dit rapport richt zich op de principieel-onderbouwde bezwaren, te vinden in een reeks bezwaarschriften of revisieverzoeken. Ter wille van de overzichtelijkheid geven we achter de formele aanduiding van deze documenten een korte naam, samengesteld uit een afkorting van de indieners, gevolgd door een aanduiding van het onderwerp.
Achtergrondinformatie
Dit rapport richt zich op de leerstellige punten die worden aangevoerd als bezwaar tegen contacten met enkele buitenlandse kerken en kerkorganisaties. Hierbij worden de volgende afkortingen gebruikt:
Bespreking leerstellige bezwaren
[d.w.z. interne overwegingen commissie, niet synodebespreking, DJB]
Dit rapport richt zich uitsluitend op inhoudelijk-leerstellige bezwaren. In verschillende bezwaarschriften wordt ook verwezen naar besluiten uit het verleden en naar de manier waarop die tot stand gekomen zijn. Deze historische en kerkrechtelijke aspecten worden buiten dit rapport gehouden.
De bezwaren worden als volgt gegroepeerd:
In sommige bezwaarschriften wordt nog kort verwezen naar bezwaren tegen de Westminster standaards in het algemeen, ook naar de manier waarop deze spreken over het verbond en de zekerheid van het geloof. Er wordt ook verwezen naar bezwaren regen de ICRC (International Conference of Reformed Churches). Omdat die bezwaren niet worden uitgewerkt in de bezwaarschriften, worden ze in dit rapport niet verder besproken.
Werkwijze
De onderstaande reeks bezwaren is samengesteld uit de diverse revisieverzoeken. De opbouw is als volgt:
Beschouwingen vooraf
Nederland en Amerika zijn verschillend
De revisieverzoeken bij het onderwerp Buitenlandse Kerken hebben één ding gemeen: ze cirkelen rond de vraag: wat is de kerk, wat zijn de grenzen van de kerk? Bezinning op achtergrond van deze vraag is nodig.
Alle indieners van deze verzoeken hebben een duidelijk Nederlandse achtergrond; dat geldt ook voor het verzoek uit Abbotsford. Specifieker: de Nederlandse situatie van vele kerken die zich gereformeerd noemen. Allemaal ontstaan uit afsplitsingen in de laatste tweehonderd jaar, afsplitsingen die sterk principieel geladen waren. In deze specifieke situatie hebben wij - inclusief de indieners - geworsteld hoe we daarmee om moeten gaan, en gediscussieerd welke rol NGB art 27-29 daarin speelt. We hebben ervan geleerd, ook dat er nuanceverschillen zijn binnen ‘onze’ kerken.
In de contacten met buitenlandse kerken komen we ineens in een andere situatie terecht, zeker op het Noord-Amerikaanse continent. Daarin zijn minstens zoveel gereformeerde kerkverbanden, maar dat heeft een heel andere oorsprong. Dit Amerika is een lappendeken van immigranten met verschillende nationaliteiten, culturen en achtergronden, verschillen die ook vandaag heftig doorwerken. Dat er verschillende kerkverbanden zijn komt veel meer door een verschillende historie in andere culturen dan door kerkelijke factoren. Die factoren hebben ondertussen ook gezorgd voor behoorlijke verschillen in gewoontes, sfeer, kerkregering enz. In de USA zijn in de tijd van de burgeroorlog (ruim 150 jaar geleden) veel grote kerkengroepen gescheurd in Noord en Zuid, scheuringen die nog altijd bestaan. In de USA, gedeeltelijk ook in Canada, bestaan o.a.:
De jarenlange pogingen tussen CanRC en URC hebben laten zien hoe moeilijk het is twee kerkverbanden met een verschillende cultuur samen te voegen. Moeten, kunnen, mogen wij vanuit Nederland daarover oordelen? Beseffen wij dat in Nederland al voor de Dordtse synode naast de Gereformeerde kerken er ook Waalse kerken waren met grotendeels hun eigen kerkverband?
NGB Artikel 29
De vraag kan worden toegespitst op NGB artikel 29, dat wij goed moeten onderscheiden tussen ware en valse kerk. Zowel uit de tekst van dit artikel als uit de situatie waarin dit is ontstaan wordt duidelijk dat dit artikel zich richt op de vraag welke keus gemaakt moet worden in het eigen woongebied met concurrerende kerken. Daarbij is het onderscheid waar-vals zinvol. Maar is dit ook goed bruikbaar in een situatie ver weg?
Is ook niet onze praktijk geworden dat we, ook in het buitenland, eerst beoordelen of een kerk(-verband) wel zuiver genoeg is, en dan het etiket ‘waar’ erop plakken?
Gezag van de Kerkorde
Een bezinning vooraf over plaats en gezag van de Kerkorde (KO) is nodig, omdat bijna alle revisieverzoeken zich ook daarop beroepen. In de revisieverzoeken komt argument voor dat iets in strijd zou zijn met de KO, vooral artikel 60 over toegang tot het avondmaal. Hoe kunnen we de KO hanteren in internationale contacten?
De KO geeft zelf een duidelijke relativering aan van zijn eigen belang. In art. 84 staat: “Wanneer dit in het belang van de kerken is, behoren ze [= deze artikelen] gewijzigd, aangevuld of verminderd te worden”. Het belang van de kerken gaat vóór. Dit betekent dat de KO nooit fundamenteel kan zijn. Er staan wel fundamentele dingen in, die rechtstreeks wortelen in Schrift en belijdenis. Die onderwerpen zijn dus niet fundamenteel omdat ze in de KO staan, maar ze staan in de KO omdat ze fundamenteel zijn. De KO is bedoeld om de afspraken binnen ons kerkverband vast te leggen, niet bedoeld als maatstaf voor anderen.
Hierop wijst ook onze KO artikel 47 dat “op ondergeschikte punten van kerkorde en praktijk zullen buitenlandse kerken niet veroordeeld worden. De vraag is wanneer een punt ondergeschikt is. Voor dit rapport geven we hierop een beperkt antwoord: als iets niet vastligt in de grondslag van Schrift en belijdenis, zien we dat als ondergeschikt punt waarop we een buitenlandse kerk niet zullen afwijzen.
Omdat de KO geen norm kan zijn buiten ons eigen kerkverband, zullen we in dit rapport niet of nauwelijks ingaan op argumenten die onze KO als norm hanteren.
A. Toelating tot avondmaal
Aan de orde gesteld door: Bos-Diff; LRCA-A; dMH-CO dMH-A GKZV-A Sn-A.
Korte karakteristiek: Veel buitenlandse kerken kennen niet onze gewoonte van avondmaalsbriefjes. De toegang tot het avondmaal is anders georganiseerd, meestal minder streng dan wij gewend zijn. Soms alleen een vermaning door de voorganger.
Bezwaarden citeren met instemming een uitspraak van de CanRC synode 1998: “Dit betekent dat een algemene mondelinge waarschuwing door de voorgaande predikant alleen niet voldoende is en dat een belijdenis van het gereformeerde geloof en attest van een godvrezend leven vereist is. Het ouderlingenambt heeft de verantwoordelijkheid om opzicht te houden op de toelating tot het Avondmaal.” Zij zien als bezwaar dat deze uitspraak in 2001 werd geschrapt.
Overwegingen:
Conclusie : Er is niet uit Schrift of belijdenis aangetoond dat de genoemde buitenlandse kerken, zoals CanRC, OPC, URCNA, RCUS, onvoldoende toezicht houden op deelname aan het avondmaal. Men kan erover discussiëren of het verstandig zou zijn meer te doen, maar het past ons niet vanaf een grote afstand hierover te oordelen.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
B. Binding aan belijdenis van ambtsdragers
Aan de orde gesteld door: LRCA-A dMH-CO Bos-Diff Sn-A
Korte karakteristiek: LRCA schrijft: “De OPC bindt haar ambtsdragers en haar leden niet aan de belijdenissen van de kerk. De ambtsdragers zijn slechts gebonden aan een niet nader gedefinieerd systeem van leer, een vage en onbepaalde term, en niet aan alle artikelen en punten zoals aangegeven in het Ondertekeningsformulier in werkelijk gereformeerde kerken”.
Overwegingen:
Concluderend advies: Dit bezwaar kan om twee afzonderlijke redenen worden afgewezen: (1) het doet geen recht aan de kerkorde en praktijk van de OPC; (2) het heeft onvoldoende fundament in Schrift en belijdenis.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
C. Binding aan belijdenis van gemeenteleden
Aan de orde gesteld door: LRCA-A Bos-Diff dMH-CO dMH-A Sn-A
Korte karakteristiek: LRCA schrijft: “De OPC bindt … haar leden niet aan de belijdenissen van de kerk” en “De OPC laat baptisten en anderen die niet instemmen met de belijdenis van de kerk toe tot het lidmaatschap en tot het Heilig Avondmaal, zoals blijkt uit het OPC Report of the Committee to Study the Method of Admission to the Lord's Supper.
Overwegingen:
Concluderend advies: Dit bezwaar tegen onvoldoende binding aan de belijdenis is (1) ongedocumenteerd en (2) niet voldoende gefundeerd in Schrift en belijdenis.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
Opmerking: dM/H-CO citeren in vertaling een tekst van de OPC website waaruit zou blijken dat de OPC een minibelijdenis hanteert: “Als ze hun hoop maar op Christus stellen om hun te redden van hun zonden, hebben we ruimte om te beginnen vorm te geven aan onze eenheid van het geloof in de band van de vrede”. Raadpleging van de oorspronkelijke Engelse tekst levert op: “If they have their hope in Christ to save them from their sins, we have a place to start in building our unity of the faith in the bond of peace (Eph. 4:1ff).”. De OPC spreekt slechts over “a place to start building”, “een plek om te beginnen met bouwen aan”. Dat is iets heel anders dan het definiëren van een minibelijdenis.
D. Toelaten predikanten uit andere kerkverbanden
Aan de orde gesteld door: LRCA-A dM/H-CO Bos-Diff
Korte karakteristiek:
Eigenlijk gaat dit over twee verschillende punten:
In het vervolg gaan we alleen in op punt b.
Overwegingen:
Conclusie: Bezwaarden tonen niet aan dat de CanRC predikanten van elders toelaat zonder toezicht op of binding aan de Bijbelse leer.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
E. Zichtbare en onzichtbare kerk
Aan de orde gesteld door: dMH-A dMH-CO
Korte karakteristiek: “De indelingen van de RCUS in zichtbare en onzichtbare kerk enerzijds en n zuivere en minder zuivere kerken anderzijds, worden ontleend aan de kerkleer van de Westminster Standards, en toegepast op de diverse denominaties in één land. Deze leer is niet in overeenstemming met NGB, art. 27-29 en HC, zondag 21.”
Overwegingen:
Conclusie:
Op dit onderdeel zijn geen steekhoudende argumenten tegen de Westminster of RCUS ingebracht.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
F. Zuivere en minder zuivere kerken
Aan de orde gesteld door: dMH-CO
Korte karakteristiek: “De indelingen van de RCUS in zichtbare en onzichtbare kerk enerzijds en zuivere en minder zuivere kerken anderzijds, worden ontleend aan de kerkleer van de Westminster Standards, en toegepast op de diverse denominaties in één land. Deze leer is niet in overeenstemming met NGB, art. 27-29 en HC, zondag 21.”
Overwegingen:
Concluderend advies:
Bezwaarden hebben niet aangetoond dat het spreken over zuivere en onzuivere kerken, hoewel dat in onze belijdenissen zo niet voorkomt, in strijd komt met de leer van de Schrift of onze belijdenissen.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
G. Onderscheid tussen dopelingen
Aan de orde gesteld door: LRCA-A
Korte karakteristiek: Gesteld wordt: “De URCs handhaven onschriftuurlijke pastorale adviezen door te verwerpen wat wij handhaven, namelijk: ‘dat alle gedoopte personen op precies dezelfde wijze in het genadeverbond zijn, zodat er geen onderscheid is tussen hen die slechts een uiterlijke betrekking tot het genadeverbond hebben door de doop en hen die alleen door genade door het geloof verenigd zijn (HC 21, 60; NGB 29)’ (zie Pastoral Advice on Justification, Synode Schererville 2007 https://www.urcna.org/urcna/Pastoral%20Advice/Justification%202007.pdf)”.
Overwegingen:
Concluderend advies:
Het genoemde bezwaar is slecht onderbouwd en doet geen recht aan de context waarbinnen de URC dit uitsprak en ook niet aan de latere toelichting van de URC.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
H. Geen catechisatie?
Aan de orde gesteld door: dMH-CO
Korte karakteristiek: “Volgens een verklaring van NAPARC kennen alle zes Presbyteriaanse kerken voor hun eigen leden geen verplichte catechisaties” (dMH-CO p. 5).
Overwegingen:
Conclusie: De aangevoerde klacht wordt te weinig onderbouwd en blijkt in strijd met de gevonden regeling van de OPC.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
I. Pluriformiteit van de kerk
Aan de orde gesteld door: dMH-CO GKZV-A Sn-A LRCA-A dMH-A
Korte karakteristiek: “De praktijk van de pluriformiteit zoals ecclesiastical fellowship of zusterkerkrelatie binnen dezelfde regio, voldoet daar niet aan”, d.w.z. aan “alleen door eenwording krijgt plaatselijk, regionaal en landelijk echte eenheid in de waarheid gestalte”.
De indieners trekken deze eenheid door tot aan één kerkverband, “de weldaden van kerkregering volgens de vastgestelde kerkorde, waarbij de kerken ook op elkaar toezien en elkaar helpen”. Zij verwijzen daarbij naar de eenheid waarvoor Christus bidt in het hogepriesterlijk gebed (Joh 17), en naar “het ene Huisgezin van Efeziërs 2 en 4, zoals is samengevat in art. 28 NGB”.
Als deze institutionele eenheid er niet is, ontbreekt volgens “goede onderlinge tucht en opbouw” waardoor “ruimte [wordt] gelaten voor afwijking van de leer (onzuiverheid) en wordt de vereiste opzicht en tucht bij de avondmaalsviering nagelaten”.
Overwegingen:
Conclusie: In de revisieverzoeken is niet aangetoond dat de kerkverbanden waartegen bezwaren zijn ingebracht (CanRC, OPC, RCUS, URC en ERQ) omgaan met de institutionele gescheidenheid in een veelvormige werkelijkheid, op een manier die botst met het Bijbelse gebod tot eenheid.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
J NAPARC
Aan de orde gesteld door: dMH-CO dMH-A LRCA-A
Korte karakteristiek: NAPARC is de North American Presbyterian and Reformed Council. Dertien verschillende kerkverbanden zijn daarvan lid, allen met de Westminster Standards of de Drie Formulieren van Eenheid als grondslag.
De bewering is: “Al deze kerken hebben elkaar - volgens de regels van het lidmaatschap van NAPARC, erkend als ware kerken van Christus”. En: “Ook leden van kerken, aangesloten bij NAPARC of ICRC die geen zusterkerk zijn van de CanRC, mogen deelnemen aan het avondmaal in de CanRC”.
LRCA-A schrijft over CanRC: “lidmaatschap van de ICRC en van NAPARC, waarbij de CanRC zonder nader onderzoek als ware kerken aanvaardt degenen die lid zijn van deze organisaties, zonder dat zij daadwerkelijk zusterkerken zijn”.
Opmerking. dMH-CO stellen ook dat CanRC nieuw vastgestelde richtlijnen heeft die onder andere omvatten “de mogelijkheid voor leden van binnenlandse zusterkerken
(EF, ecclesiastical fellowship) of leden van binnenlandse kerken die lid zijn van NAPARC en ICRC om deel te nemen aan het heilig avondmaal, evenals de mogelijkheid voor predikanten om de eredienst in CanRC-kerken te leiden”. Zij wijzen hierin naar de besluiten van de meest recente CanRC synode (Aldergrove 2025 art 73). Onze synode heeft een afschrift van dit artikel ontvangen, en daaruit blijkt dat deze toelating alleen kan met expliciete goedkeuring van synode of classis.
Overwegingen:
Conclusie: Deze bewering van appellanten is ongegrond en onjuist. Deze moet worden afgewezen.
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de aangevoerde bezwaren geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
Samenvatting en conclusie
De Bezwaarschriften proberen op diverse manieren duidelijk te maken dat CanRC, OPC, URC en RCUS op ernstige manieren dwalen, en dat om die reden daarmee geen contact onderhouden zou moeten worden:
Analyse van de bezwaren leidt tot de volgende conclusies:
Geadviseerde uitspraak: De synode spreekt uit dat in de besproken bezwaren, zoals de zeven appelschriften of revisieverzoeken die noemen, geen belemmering wordt gevonden voor een zusterkerkrelatie.
Opgesteld door Commissie 3
P. Drost
G. den Dulk
A. Jongeneel
S. Oole
J.P.C. Vreugdenhil
Bijlage:
Gedeelte uit Acta URC 2010, p. 250-251
Another significant issue has to do with the standing of the Nine Points against the teachings of the Federal Vision, and their meaning. Of particular concern is Point 6: Synod rejects the error of those who teach that all baptized persons are in the covenant of grace in precisely the same way such that there is no distinction between those who have only an outward relation to the covenant of grace by baptism and those who are united to Christ by grace alone through faith alone (HC Q&A 21, 60; BC 29). Read against the background of the Liberation in 1944, these words appear to some to be a direct assault on views of the covenant prevalent among the Canadian Reformed. In the con text of 1944, ministers were placed under suspension for rejecting the view of Abraham Kuyper who taught that the covenant of God is made only with the elect, presumed to be regenerate at baptism; the non-elect do not truly receive baptism and the promises of God. Some taught that there are two different covenants - an internal covenant for the elect, and an external covenant for the non-elect. Many in the Reformed Churches in the Netherlands protested these teachings of Kuyper. The Liberated churches emphasized that there is one covenant of grace, and all believers and their children are brought into that covenant through baptism, truly receiving the promises of God’s covenant in Christ Jesus as well as its obligations to live in faith and obedience. The elect, like Jacob, are given the Spirit to respond in faith and to enter into the personal possession of what has been granted in promise. The non-elect, like Esau, are covenant-breakers who reject the promises and obligations of God’s covenant.
Your committee responded by saying that Synod Schererville addresses the proponents of Federal Vision who speak as though in baptism a person is granted every spiritual gift, including saving faith, the grace of conversion and justification. The statements were made to uphold the doctrine that a man is justified through faith alone and God will never reverse His gracious declaration concerning the believing sinner. Point 6 of the Nine Statements of Schererville does not deny that all baptized persons are in the covenant of grace. What Point 6 denies is that all baptized persons are in the covenant in precisely the same way such that no distinction is made between those who have the promises by covenant and those who receive by faith what is promised. It should be read in the context of Point 5 which rejects the error that a person can be historically, conditionally elect, regenerated, savingly united to Christ, justified, and adopted by virtue of participation in the outward administration of the covenant of grace but may lose these benefits through lack of covenantal faithfulness.
NOTEN
[1] “Do you sincerely receive and adopt the Confession of Faith and Catechisms of this Church, as containing the system of doctrine taught in the Holy Scriptures?” Book of Church Order XXI,8 XXII,13 XXIII,8 XXIII,12 XXIII,14 XXIII,17 XXV,6.
[2] Sinds begin 18e eeuw kennen Amerikaanse Presbyteriaanse kerken wel een gewoonte om te binden aan alleen essentials, of om exceptions and ‘scruples’ toe te staan (onder goedkeuring door de presbytery). Maar juist de OPC doet daar niet aan mee.