Ethiek

Synodeverslagen

Signalen

Vernieuwde online cursus Schepping en Evolutie met dr. Mart-Jan Paul

Waar komen we vandaan? Schiep God de aarde in zes letterlijke dagen of moeten we de Bijbel anders lezen? Logos Instituut biedt in het najaar van 2022, van september tot december, een vernieuwde cursus over Schepping en Evolutie aan. Voor iedereen die graag wil weten wat de kern van de discussie over dit thema is.

Meld u nu aan. Er is nog een aantal plaatsen vrij.
Aanmelden kan tot en met 30 juni 2022.

https://logos.nl/agenda/cursus/


 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Generale Synode DGK Lutten - Impressie 3.1

 

D.J. Bolt

09-04-21

 

Op zaterdag 30 oktober 2021 kwam de generale synode Lutten voor de derde keer plenair bijeen. Het hoofdonderwerp was het werk van deputaten Betrekkingen Buitenlandse Kerken (BBK), en daarvan de relatie met zusterkerk Liberated Reformed Church of Abbotsford. Met een stemming over een drietal commissievoorstellen werd deze zaak in de synodevergadering van 5 maart 2022 afgerond.   

In dit artikel geven we samenvattend een impressie van de zitting van 30 oktober.
 


 

Opening

 

Preses ds. E. Heres opent de vergadering op christelijke wijze en heet de afgevaardigden en aanwezige deputaten welkom, alsmede belangstellenden op de publieke tribune.

 

N.a.v. Ps 122 en Mat. 6:9,10a spreekt ds. Heres over de tweede bede: Uw koninkrijk kome. Dat koninkrijk is niet hetzelfde als de kerk. Het koninkrijk is breder, maar de kerk neemt er wel een centrale plaats in.
Het rijk ging te gronde door de rebellie van ons mensen. Maar door de grote Zoon van David is het opnieuw gekomen, met tekenen en wonderen, met het Evangelie van genade en verzoening. We mogen het binnengaan als we het Evangelie in geloof aanvaarden.

 

De Catechismus betrekt deze bede ook op de kerk: 'bewaar en vermeerder uw kerk'. Daar zingen we ook van in Ps 122: van vrede voor Jeruzalem, rust in haar burchten. En we zoeken het goede voor haar.

'Goed' is als er niet geknoeid wordt met de bediening van verzoening, als er zuiver gepreekt wordt, zonden niet goed gepraat of weggewassen, en rechterstoelen niet worden verschoven. Het gaat om het recht van Christus dat staat op de pijlers van waarheid en recht. We moeten ons er van bewust zijn dat satan dat altijd weer met sluwe plannen aanvalt en tracht te verduisteren.
 

'Vermeerder uw kerk'. Mensen kunnen dat niet, alleen Jezus Christus door Zijn Woord van vrije genade. Het Woord van het koninkrijk gaat met gezag over de wijde wereld.
Dan zien we verwonderd en dankbaar vruchten van geloof en liefde.

Het koninkrijk is er nog niet volkomen. Satan gaat steeds feller te keer en veroorzaakt nog zoveel verdriet en gebrokenheid. En al ons werk is met zonden bevlekt. Laten we blijven bidden om vergeving, vragen of de Heere met onze vaak kromme stokken, rechte slagen wil geven.

Uw koninkrijk kome. laten we met dat gebed ons werk ter hand nemen.

 

Instemming

De secundi br. C. Houweling en br. J. Wieringa zijn voor het eerst op de synode. Zij nemen de plaats in van BBK-deputaten ds. Koster en ds. Sneep. Beide broeders betuigen hun instemming met belijdenis in onderworpenheid aan de Heilige Schrift.

 

Agenda en mededelingen

Naast de gebruikelijke zaken als verslag, post en mededelingen staat het werk van deputaten Betrekkingen Buitenlandse Kerken (BBK) op de agenda. Ook zal de Opleiding De Dienst des Woords (ODDW) aandacht krijgen [wordt apart verslagen, djb].

 

Liberated Reformed Church of Abbotsford

Zusterkerk Liberated Reformed Church of Abbotsford (verder LRCA) is uitgenodigd en  gelegenheid geboden de synode toe te spreken. Maar LRCA meldt dat door de maatregelen van de Canadese overheid m.b.t. covid 19 het niet mogelijk is aan de uitnodiging gehoor te geven. Zij hebben daarom een brief aan de synode gestuurd.

 

Volgende generale synode

De samenroepende kerk voor de volgende synode dient uit de classis Zuid West te komen. DGK Dalfsen biedt zich aan. De synode besluit daartoe.

 

Betrekkingen Buitenlandse Kerken

 

BBK deputaten:

Br. Joh. Houweling (voorzitter), ds. C. Koster (secretaris), br. D.J. Bolt, br. P. Dijkstra, ds. H.G. Gunnink, ds. M.A. Sneep; zr. H.G. Sollie-Sleijster.
Adviseur dr. P. van Gurp.

 

Rapport synodecommissie III

Ds. Dijkstra, br. Lourens, br. Schaak

 

Fasering

De bespreking van het werk van BBK zal als volgt worden gefaseerd:

 

A – Relatie met LRCA

B – Appel van LRCA

C – Overige zaken van BBK.

 

BBK/A – Relatie met LRCA

 

Brief LRCA

De brief van de broeders van LRCA wordt voorgelezen.

Zij danken hartelijk voor de uitnodiging de synode bij te wonen maar kunnen dat niet omdat de Canadese overheid voor het vliegen een vaccinpaspoort eist.

 

In de brief maken de broeders van Abbotsford ook bezwaren kenbaar. Ze zijn op een aantal punten het niet eens zijn met het BBK-rapport en de behandeling van hun reactie daarop door deputaten. Het gaat o.m. over de Westminster Confessie en uitspraken van GS Groningen. Daarnaast beschrijven zij het gevaar van het zgn. Amerikaanse denominationalisme waaraan de CanRC ten prooi zouden vallen.

Ook zien zij tegenspraak tussen wat eerdere DGK synoden hebben uitgesproken en wat de praktijk is in de Orthodox Presbyterian Church (OPC) waarmee de Canadian Reformed Churches (CanRC) in 2001 een zusterkerkrelatie zijn aangegaan.

 

Tenslotte maken de broeders er bezwaar tegen dat er een onderzoek door GS Lansingerland naar de rechtmatigheid van hun afscheiding in 2007 werd ingesteld. Dat zou al door eerdere synoden zijn gedaan.

 

De zaken in hun brief komen breed aan de orde in de bespreking van het synodecommissierapport BBK.

  

Commissie - ds. Dijkstra

Ons oordeel is duidelijk anders dan wat er staat in de brief van de LRCA die net is voorgelezen. Het gaat om katholiciteit die samen gaat met waarheid én eenheid. Dat moet nog eens worden onderstreept.

In het commissierapport gaat het om drie hoofdlijnen van katholiciteit: van de kerk, van de kerkelijke weg, en in de zusterkerkrelatie die de CanRC heeft met OPC.

De commissie stemt in met de conclusies van deputaten BBK en hun oordeel. De dingen die de brief van LRCA naar voren brengt veranderen ook niets aan het oordeel van de commissie: er worden geen nieuwe argumenten aangevoerd. Daarom is uitstel van de behandeling van het werk van BBK en de commissievoorstellen niet nodig.

 

Overigens, kunnen deputaten toelichten waarom er twee verslagen zijn van het gesprek op 24 oktober 2020?

 

Deputaten - br. J. Houweling

Het werk voor BBK is zwaar geweest, mede doordat er heel veel tijd moest worden besteed aan de zusterkerkrelatie met LRCA. Het uitgebreide rapport inclusief een commentaar op bezwaarschriften tegen het rapport, getuigt ervan.

 

Het werk werd bemoeilijkt door corona. Sinds begin 2020 konden we daardoor niet meer reizen. Een Skype-verbinding bleek een oplossing om toch met de broeders van Abbotsford te kunnen spreken, en dat ook met meerdere deputaten tegelijk. Een mogelijkheid waar we in de toekomst meer gebruik van hopen te maken.

 

Het synodecommissierapport is grondig, deputaten kunnen zich daar goed in vinden. Eén ding behoeft correctie, namelijk de zinsneden over de wijze van Avondmaalviering in de CanRC (pag. 10) en de instructie om met de CanRC daarover te spreken.
De CanRC houden zich voor hun Avondmaalsviering aan art. 61 KO. Broeders en zusters daar vieren vrijwel altijd het Avondmaal in eigen gemeente. Als zij elders vieren krijgen ze een reisattestatie mee. In incidentele gevallen wordt een 'omgekeerd attest' gebruikt, waarbij de kerkenraad van de eigen gemeente wordt verwittigd van aangaan elders. De instructie is dus niet nodig.

 

Verder is de toevoeging van onderdeel 5 in conceptvoorstel 1 overbodig: het staat al in de concept instructie voor BBK t.a.v. LRCA (voorstel 1 onderdeel 2) en t.a.v. de CanRC (voorstel 2 onderdeel 3).

Van het videogesprek tussen deputaten en LRCA broeders op 24 oktober 2020 zijn geen gezamenlijke notulen gemaakt. Maar we betwisten het verslag van LRCA niet. Ons verslag geeft alleen een hoofdindruk, er is geen verschil over inhoud.

 

Commissievoorstel - Besluit t.a.v. relatie met LRCA

 

De synode constateert

  1. dat uit het contact met LRCA is gebleken dat de LRCA in haar visie afwijkt van de gereformeerde leer over de katholiciteit van de kerk, waar het gaat om kerken die de Westminster Standards als belijdenis hebben.
  2. dat er geen grond was en is om zich af te scheiden van de CanRC

De synode besluit

  1. de zusterkerkrelatie met LRCA op dit moment nog te handhaven, maar de regels 4 en 5 voor het onderhouden van een zusterkerkrelatie op te schorten.
  2. de LRCA op te roepen terug te keren tot het onderhouden van de gereformeerde belijdenis ten aanzien van de katholiciteit van de kerk.
  3. De LRCA op te roepen de gereformeerde kerkorde te aanvaarden, zoals die van toepassing is in de CanRC.
  4. De LRCA op te roepen zonder voorwaarden terug te keren naar de CanRC.
  5. De deputaten opdracht te geven om de LRCA hierin optimaal te begeleiden

Gronden

  1. LRCA wijkt af van de gereformeerde leer als het gaat om de belijdenis van de katholiciteit van de kerk. Binnen een zusterkerkrelatie heeft DGK dan roeping om de LRCA daarop aan te spreken en op te roepen tot bekering.
  2. Er is niet aangetoond dat in de CanRC de gereformeerde leer niet meer werd of wordt bewaard, beleden of verdedigd.
  3. Er was en is geen sprake van een algemeen en breed verval in de CanRC.
  4. De gemeenteleden hadden geen grond om zich af te scheiden van de CanRC.
  5. Het vermeende afval is door LRCA onvoldoende via de kerkelijke weg aan de orde gebracht toen men nog lid was van de CanRC.
  6. In overeenstemming met art. 27, 28 en 29 NGB zullen de gelovigen zich bij de kerk moeten voegen op iedere plaats waar God haar gesteld heeft.

De regels 4 en 5 van een zusterkerkrelatie luiden als volgt:

  1. De kerken zullen elkaars attestaties aanvaarden, wat ook betekent het toelaten van de leden van de desbetreffende kerken tot de sacramenten op vertoon van die attestaties.
  2. De kerken stellen in principe de kansels voor elkaars predikanten open met inachtneming van de bepalingen, voor het eigen kerkverband aanvaard.

Samenvatting bespreking

 

Ronde informatief

De vraag wordt gesteld of de beoordeling van de rechtmatigheid van de afscheiding van de LRCA niet buiten de opdracht van de deputaten viel. En, het woord en begrip katholiciteit wordt heel veel gebruikt maar wat betekent dat? Gaat het niet gewoon om art. 27 NGB in samenhang met de artikelen 28 en 29? Geven deputaten er niet een andere inhoud aan?

Als de regels 4 en 5 voor de zusterkerkrelatie niet meer gelden, bestaat die relatie dan nog wel? Mogen predikanten dan niet meer voorgaan in LRCA?

Is het niet beter voor 'geen grond' voor de afscheiding van LRCA, te formuleren 'onvoldoende grond'?

 

De OPC zou de praktijk van 'open Avondmaal' hanteren, maar wat is precies de definitie er van?

Als de weg die de LRCA in zijn afwijzing van de Westminster Confessie 'sektarisch' wordt genoemd, geldt die kwalificatie dan ook broeders die het meerderheidsrapport over de Westminster Confessie ondersteunen?
 

Er ligt een commissierapport van 180 pagina's, met 800 pagina's onderliggende informatie, kunnen we dat nog wel aan? Maken we zo van de CanRC-OPC relatie niet veel te veel een Nederlands probleem? En zou er niet naast katholiciteit en eenheid van de kerk ook niet de heiligheid van Christus en van zijn kerk voor ogen moeten worden gehouden?

Doen de broeders in de voorgelezen LRCA-brief de verwijzing naar teksten als Mat. 9:17, Ex. 33:1-11, Ps. 11:3  wel recht aan de Schrift? Kun je daarmee wel de Amerikaanse kerkelijk situatie m.n. die in CanRC-en OPC zo radicaal veroordelen?  


Deputaten ds. Koster mede namens de commissie

GS Lansingerland gaf de brede opdracht met LRCA te spreken over katholiciteit van de kerk m.b.t. de rechtmatigheid van haar afscheiding, en haar kerkelijke positie nu. Dus moest ook het ontstaan van LRCA aan de orde komen. Onze conclusie is dat er toen geen grond was zich van de CanRC af te scheiden.

 

De katholiciteit van de kerk vinden we inderdaad beleden in NGB art 27-32.

Deputaten hebben geworsteld met de vraag hoe verder met deze zusterkerkrelatie: als beëindigd beschouwen óf voortzetten? We voelen verantwoordelijkheid jegens deze zusterkerk. Er zijn ook persoonlijke banden. Een tussenweg is het schrappen van de regels 4,5 om daarmee een duidelijke waarschuwing te geven. Onze predikanten kunnen dan daar dus niet meer voorgaan. Iets soortgelijks deden de FRCA en CanRC t.a.v. de GKv.

 

OPC heeft geen open avondmaal, dus niet ieder is welkom als die maar Christus belijdt. Wel is er een andere praktijk dan de onze met 'avondmaal briefjes'. We hebben ons gefocust op de CanRC, dáár heeft LRCA zich van afgescheiden, terwijl deze kerken dezelfde Avondmaal praktijk hebben als DGK.


Onze kerken zouden ook een sektarisch spoor opgaan als zij het meerderheidsstudierapport aanvaarden en er dezelfde kerkelijke consequenties en beleid aan zouden verbinden.

 

Wij moeten inderdaad niet het probleem van LRCA tot ons probleem maken. En ook delen wij hun manier van verwijzen naar de Bijbel zoals in de voorgelezen brief, niet.

 

Ronde oordeelsvorming 1

Er zijn drie bezwaarschriften tegen het BBK-rapport maar ze zijn niet ontvankelijk verklaard, alleen voor kennisgeving aangenomen. Terwijl de reactie van deputaten erop wel ontvankelijk is. Moeten we ze toch maar niet onderdeel maken van de bespreking?

De indruk ontstaat dat een eigen interpretatie van de Westminster Confessie en van katholiciteit leidden tot een ongenuanceerde veroordeling van LRCA. En het gaat wel ver om de zusterkerkrelatie af te breken en druk uit te oefenen om naar CanRC terug te gaan.

GS Emmen en GS Groningen vonden LRCA echt gereformeerd. Strijdigheid met Schrift en belijdenis is niet aangetoond. De gemeente daar vecht tegen dat grote gevaar van het Amerikaans denominationalisme. Hun vrijmaking was gewettigd want als de Heere Christus je wegroept dan moet je gaan. Mensen kunnen fouten maken, kunnen discussiëren of ze nog verder hadden moeten gaan op de kerkelijke weg of niet, maar het gaat er om dat Christus wegroept.

 

Deputaten en commissie focussen op de Westminster Confessie. Maar de reden van afscheiding was een onschriftuurlijke praktijk in een zusterkerkrelatie: open avondmaal en niet-confessioneel lidmaatschap bij OPC. Van kerk wisselen kan daar zomaar. Het zijn dingen die al allemaal in GS Groningen aan de orde zijn geweest.

Misschien hadden ze naar de letter van de wet geen recht op afscheiding, maar had verdergaan op de kerkelijke weg nog iets uitgemaakt? We moeten niet met twee maten meten t.a.v. ons en hun handelen.

 

De gronden die GS Groningen noemde in artikel 6.01, grond 4, rond LRCA leveren soms misverstand op: als zou er eerst overstemming over de kerkelijke praktijk én over verschillen tussen Westminster Confessie en onze belijdenis moeten zijn vóór er een zusterkerkrelatie kan worden aangegaan. Maar een zusterkerkrelatie kan worden aangegaan als er overeenstemming is over kerkelijke praktijk en dán kan over verschillen in belijdenis worden gesproken. Vergelijk de ICRC die in 1981/1984 als grondslag de Drie Formulieren van Eenheid en de Westminster Confessie kreeg. We moeten doorspreken over de praktijk van open HA en niet te snel afscheid nemen van LRCA. Vergelijk ook het handelen van de synode van Amsterdam 1936 m.b.t. afwijkingen. Achterliggende verschillen moeten duidelijker gemaakt worden, en de kern geduldig doorgesproken om zo misverstanden te voorkomen. En oppassen voor radicalisme.

Het is nodig om de LRCA face to face te zien en niet alleen maar virtueel, om zo broederliefde te tonen Het gaat wel om hun behoud. Het is duidelijk dat ze zich niet weer bij de CanRC zullen aansluiten, en dan staan ze weer alleen.
 

LRCA gebruikt zware woorden. Voor de beoordeling moeten we in rekening brengen dat de situatie in Nederland een andere is dan die in Canada. Als LRCA zich terecht afscheidde dan heeft dat ook gevolgen voor onze verhouding met de CanRC want die noemen zij valse kerken. Overigens hebben ze dat niet aangetoond.

De brief spreekt over te 'moeten zondigen' als zij in de CanRC van Abbotsford zouden zijn gebleven. In dit kader zou ook een hele discussie over overgangen van GKv naar DGK sinds 2003 kunnen worden overgedaan Maar dat is niet vruchtbaar.

 

We moeten oog hebben voor verschillende situaties in de wereld, tussen de Nederlandse en Canadese situatie. Christus is met zijn volk eigen verschillende wegen gegaan. Wij zullen om ondergeschikte punten van belijden, liturgie, kerkorde en praktijk andere kerken niet veroordelen. Onze situatie moeten we niet willen kopiëren. Er kunnen best zorgen zijn om de OPC. Tegelijk publiceren zij degelijk gereformeerd materiaal.

De afscheiding van de LRCA had een te smalle basis, er was geen sprake van een situatie als in art. 29 NGB laatste alinea. Hun afscheiding raakt de katholiciteit, de eenheid en heiligheid van de kerk. De vraag is: ging het daarbij om de Heere of om onszelf?

 

Ook op de vorige synode van Lansingerland zijn al deze zaken ook al uitvoerig aan de orde geweest. Afgesproken werd toch eerst nog weer het gesprek aan te gaan. Daar hebben deputaten zich uitzonderlijk sterk voor ingespannen. Hun resultaat bevestigt het oordeel van Lansingerland.

Katholiek zijn betekent absoluut niet dat andere eigenschappen van de kerk als 'eenheid' mogen worden losgelaten. Christus zelf heeft hartstochtelijk om eenheid gebeden. Calvijn wilde heel ver gaan om de eenheid te bewaren. LRCA maakte zich los van CanRC en refereert daarvoor zelfs aan Open. 18:4: het zou gaan om het grote Babylon dat brutaal tegen God in opstand is, en dat moet worden verlaten om geen deel aan haar plagen te hebben. Maar dat kun je volstrekt niet zeggen van de CanRC, noch van de OPC. Kijk bijvoorbeeld op de website van de OPC die getuigt van Schriftuurlijke trouw.

 

We moeten de Nederlandse kerkgeschiedenis niet plakken op de Canadese en Amerikaanse. Gereformeerde kerken hebben ook altijd rekening gehouden met verschillen. Het is de roeping van ware gelovigen goed te onderscheiden wat de ware kerk is. En hen afwijzen die openlijk van het Woord van God afwijken of die zich schismatiek afscheiden van de kerk. Er mag veel respect zijn voor het hartelijke streven van LRCA om bij het Woord en de KO te blijven maar er is ook een ijver zonder verstand die leidt tot schisma.

Zouden wij met de GKv gebroken hebben alleen omdat er gasten aan het HA zouden gaan? Het ging in de GKv om een kerk die in diep verval raakte en om vervolging van ambtsdragers. Het is onze plicht LRCA er op te wijzen dat zij dwalen en onchristelijk handelen.

 

Adviseur - ds. Van Gurp

In de praktijk bleek steeds opnieuw dat een briefwisseling met LRCA nauwelijks tot iets leidt zolang zij handhaven dat kerken met de Westminster Confessie valse kerken zijn als deze niet naar hen luisteren. LRCA eist dat deze kerken de Drie Formulieren van Eenheid aannemen. En meent ook dat kerken die hun afscheiding afkeuren valse kerken zijn geworden. Door hier bij te blijven gaan ze een sektarische weg.

Dat betekent een totale  breuk met ons en onze lange gereformeerde geschiedenis. Want al na de Afscheiding ontstonden er zusterrelaties met kerken met Westminster Confessie. Denk ook aan de relatie tussen de Koreaanse kerken en de GKv destijds. Dat mag gezien worden als werk van Christus.
We hebben al heel veel met de broeders van LRCA gesproken. Maar daar komt nu een eind aan. In feite verbreekt de LRCA zelf hun zusterkerkrelatie. Twee synoden hebben uitgesproken dat het niet Schriftuurlijk is om zó om te gaan met kerken met de Westminster Confessie. Maar de LRCA legt het naast zich neer. Daarom blijft er alleen maar over de LRCA op te roepen zich te voegen bij de kerk van Christus in Canada.

 

Commissie - ds. Dijkstra

Commissie heeft overlegd met deputaten. De bezwaarschriften zijn als zodanig niet ontvankelijk maar de commissie heeft ze, samen met het commentaar erop van deputaten, inhoudelijk wel meegenomen

 

Deputaten - ds. Koster

Aanpassing laatste zin in besluit 1, 'maar de regels 4 en 5 voor het onderhouden van een zusterkerkrelatie op te schorten', vervalt. Daarmee kunnen onze predikanten daar toch nog voorgaan, en worden attestaties aanvaard. Zo gaan we nog een mijl mee met LRCA waarvoor we immers tien jaar kerkelijke medeverantwoordelijkheid hebben gedragen en is er misschien ruimte om verder te komen. Tegelijk helpt het om spanning in ons kerkverband niet te laten oplopen.

 

De conclusies zijn niet gebaseerd op onze interpretaties maar op uitspraken van LRCA zélf. Presbyteriaanse kerken met de Westminster Confessie moeten deze volgens LRCA aanpassen. Dat is een conclusie, géén interpretatie. Denk in dit verband ook aan het woord 'tegengif' in de voorgelezen brief van LRCA.
Uit wat LRCA schrijft kan zomaar de indruk ontstaan dat de OPC een liberale kerk is waar leervrijheid heerst zonder binding aan een belijdenis. Het tegenovergestelde is waar, het is geen plurale kerk maar een belijdende gemeenschap die toegewijd is aan en zich gebonden weet aan de waarheid van Gods Woord. Kijk maar op hun website. Denk ook aan het bijzonder positief getuigenis van FRCA over de OPC: 'OPC is een engelsprekend belijdend gereformeerd kerkverband dat zich laat kennen door toewijding en binding aan het gereformeerde geloof. In haar geschiedenis heeft zij bewezen dat zij moedig vasthoudt aan de waarheid van het onfeilbare Woord van God'. Het was de OPC die in de ICRC voorstelde het lidmaatschap van GKv te schorsen. De FRCA heeft dan ook een zusterkerkrelatie met CanRC 'ondanks' hun relatie met de OPC.

Hoe kan toch Openb. 18:4 worden aangevoerd tegen de CanRC met haar OPC-relatie?

 

We moeten de geschiedenis van de Canadese kerken niet vergelijken met die van ons.  Christus gaat Zijn eigen gang met de verschillende kerken over de wereld. Alles vergelijken met onze ervaringen en gewoonten in Nederland gaat dan zomaar mank.

Het gaat er niet alleen maar om hoe LRCA nú gereformeerd is maar ook hoe zij is ontstáán. Het onderzoek daarnaar was opdracht. De conclusie uit ons onderzoek is dat zij zich onterecht heeft afgescheiden van de CanRC en op een sektarisch spoor is gekomen.

We zijn in de loop van de jaren gegroeid in inzicht. Je kunt leren van internationale contacten. Zo zijn we er weer van overtuigd geworden dat we zusterkerkrelaties kunnen aangaan met kerken die als belijdenis de Westminster Confessie hebben.

 

Deputaten - br. Bolt

Er wordt gesteld dat de afscheiding van LRCA gewettigd is want als Christus je wegroept dan moet je gaan of de kerkelijke weg nu wel of niet geheel afgelopen is.

Maar voor de wettigheid van de afscheiding te Abbotsford werd dat wel steeds als punt van doorslaggevende betekenis aangevoerd. Groningen meende zelfs dat de kerkelijke weg 'meer dan helemaal uitgelopen was'. Echter de conclusie uit het onderzoek van deputaten is dat de broeders in Abbotsford dat níet hebben gedaan. In gesprekken met hen hebben zij dat ook erkend. 

 

Zonder in allerlei details te treden, komt het in het kort hierop neer. De CanRC synode Neerlandia 2001 besloot een zusterkerkrelatie met de OPC aan te gaan. De broeders kerkenraadsleden in Abbotsford gingen daartegen in appel bij de synode van Chatham 2004. Die verwierp hun appel. Vervolgens trachtten de broeders (inmiddels niet meer in het ambt) hun kerkenraad te bewegen tegen de besluiten van Chatham in beroep te gaan bij de synode van Smithers 2007, ze leverden zelfs een conceptappel aan. Want hun bezwaren waren volgens hen niet wezenlijk behandeld.

De kerkenraad weigerde aan hun verzoek te voldoen.
Toen iemand uit de gereformeerde United Reformed Churches in North America aan het Avondmaal werd toegelaten besloten de broeders onmiddellijk ('boem') tot afscheiding en geen appel meer te doen op GS Smithers. Zij scheidden zich dus niet af om de leer maar om de praktijk in hun gemeente, zoals zij ook zelf aangeven. 
Recapitulerend, de bezwaarden hebben zich afgescheiden zonder de kerkelijke weg die ze hadden kunnen gaan en waar ze ook het recht toe hadden, in z'n geheel te gaan.

 

Behandeling bezwaarschriften

Het voorstel van br. Bruinius om de drie bezwaarschriften tegen het BBK-rapport ontvankelijk te verklaren en als zodanig onderdeel van de bespreking te laten zijn vindt geen steun en wordt daarmee verworpen.

 

Ronde oordeelsvorming 2

Het door de commissie samen met de deputaten aangepaste voorstel is nu onderwerp van bespreking. Er wordt weer intensief met elkaar gesproken zoals blijkt uit onderstaande bijdragen.

 

We moeten niet de kerkelijke weg negeren maar het gaat bij de wettigheid van een vrijmaking ten diepste om het gehoorzamen aan wat Christus zegt. Dat punt mist in het deputatenrapport over Abbotsford. Zij zijn wel Christus' weg gegaan.

Achtergrond in het gebeuren is de valse leer van het Amerikaanse denominationalisme. Kerken kunnen rustig en in liefde en vriendschap naast elkaar bestaan. En een relatie aangaan zonder dat zij alles op alles zetten om een te worden. Gewoon de leer van de pluriformiteit in een Amerikaans jasje. Dat is een groot kwaad. Het vormt de achtergrond van het gebeuren in Abbotsford.

Bij katholiciteit en eenheid moeten we ook waarheid betrekken. Denominationalisme is in strijd met de waarheid. Daarin gaat de CanRC langzamerhand mee. Daarom moeten de besluiten 2 en 3 vervallen en de gronden aangepast worden.

De OPC zijn redelijk behoudende kerken. Maar we hebben in DGK altijd moeite gehad met presbyteriaanse kerken. Vergelijk de PCEA in Australië waar wij ook geen relatie mee wilden hebben want ook daar was open Avondmaal een punt.

 

Het is fijn dat de regels 4 en 5 toch blijven gelden. Dat geeft ruimte om door te spreken over de Westminster Confessie. Daarover kan klaarheid komen op de volgende synode.

De synode van 1936 zei dat als er in buitenlandse kerken waarmee correspondentie wordt onderhouden, afwijkingen van de gereformeerde belijdenis worden geconstateerd, de correspondentie niet onmiddellijk zal worden afgebroken. Maar er zal in getrouwheid worden gewaarschuwd en die kerken zullen in de bestrijding van die afwijkingen krachtig worden bijgestaan. Daar moet in de komende jaren ruimte voor worden gemaakt. Dus de voorgestelde besluiten 4 en 5 moeten vervallen.

 

We moeten ook de hand in eigen boezem steken. Nu we meer weten zouden we moeten uitspreken dat de besluiten m.b.t. LRCA destijds niet genomen hadden moeten worden.

Wat vraagt Christus nu van ons t.a.v. LRCA? Christus' kerk is verspreid over de hele wereld. Vergeleken daarmee komt het gedachtegoed van LRCA als vrij eng over.

We kunnen wel een mijl meegaan maar wat de Westminster Confessie betreft moet dat punt hun wel echt duidelijk gemaakt worden.

Verder moeten we overwegen wat de zusterkerkrelatie met LRCA betekent voor onze relaties met andere gereformeerde buitenlandse kerken als CanRC en FRCA. Dat is een zwaarwegend punt.

Het angstige gevoel is dat LRCA zich niet laat overtuigen. Hun brieven laten een herhaling van zetten zien. Misschien is het jammer dat de besluittekst is aangepast. Zijn wij wel duidelijk genoeg?

 

Het ging om een afscheiding die te smal en te eng was. En ook de bewering dat de CanRC volledig verbasterd zijn wordt niet waargemaakt. De afscheiding van de LRCA was dus op ondeugdelijke grond. Zij hadden hun eenheid moeten bewaren zoals Calvijn daar ook over spreekt. Waarom moet er nu nog drie jaar ruimte worden geboden voor een zusterkerkrelatie die ten onrechte is aangegaan?

En wat gaan deputaten concreet doen als dit voorstel wordt aangenomen?

 

Als we de constateringen handhaven dan moeten ook met de beperkte aanpassing van voorstelbesluit 1 de andere voorstellen wél overeind blijven. In de aanpassing van voorstel 1 gaat het alléén om de zorg voor LRCA en die komt niet in mindering op de eis zonder voorwaarden terug te keren naar de CanRC.

 

Naast katholiciteit gaat het zeker ook om de waarheid. Het gaat inderdaad om alle vier eigenschappen van de kerk. Maar dan om heel de Schrift. Je kunt de Schrift ook misbruiken, b.v zoals met Openb. 18:4.

Het is onze taak LRCA te vermanen. We doen hun tekort als we dat niet durven. in 2007 gingen zij tegen de Schrift in. Hun centrale Schriftgebruik was onjuist en evenals hun idee dat als de hele kerkelijke weg is afgelopen je je wel móet vrijmaken. Vergelijk het in de geschiedenis van onze kerken eens met de doop van geadopteerde kinderen. Die is aanvaard terwijl er predikanten waren die het er beslist niet mee eens waren, echter zij scheidden zich daarom niet af.

Je mag niet om elk punt of zelfs een ernstige zonde de kerk verlaten. Soms moet je lijden aan de kerk. En, wil Christus echt dat voor elke Avondmaalsbediening DGK predikanten 6000 – 8000 km vliegen?

 

We moeten ook de hand in eigen boezem steken en ons afvragen wanneer er de roeping en plicht tot afscheiding is. Denk aan Luther die na eeuwen van verval zich pas afscheidde na schorsing. Er lijkt een soort verlangen te zijn een grond te vinden om je af te kunnen scheiden. Op dit punt zullen we onderling in gesprek moeten want is dat christelijk?

 

De aanpassing in voorstel 1 maakt het voorstel heel mild. De wijziging is aanvaardbaar als die bedoeld is om de vrede hier te bewaren. Maar de vraag is wel: help je elkaar er mee?

 

Deputaten - ds. Koster

Volg je gehoorzaam Christus, of niet, dat is inderdaad de kern. Daar gaat het ook steeds over in het rapport van deputaten. Ook het gaan van de kerkelijke weg heeft alles te maken met het gehoorzaam volgen van Christus. Je mag niet de kerkorde negeren met het argument 'we volgen Christus'.

 

Terecht mag er geen sprake zijn van een open Avondmaalsviering. Maar je mag ook niet onterecht breken met gemeenschap in het Avondmaal, dan scheur je het Lichaam van Christus. We moeten ook gehoorzaam zijn t.a.v. de eenheid die Hij vraagt.

 

De Australische kerken hebben geen relatie met de PCEA. Echter zij hebben wel een zusterkerkrelatie met de CanRC die op haar beurt een zusterkerkrelatie met de OPC heeft. De situatie in de PCEA is niet te vergelijken met die in de OPC, laat staan in de CanRC. Het oordeel van de FRCA en hun relatie met CanRC moet ons veel zeggen.

 

In ons deputatenrapport hebben we met citaten weergegeven wat we de afgelopen drie jaren van LRCA hebben gehoord, wat zij onomwonden zélf zeggen.

 

In de vrijmaking van LRCA gaat het om het recht van afscheiding, zowel kerkrechtelijk als inhoudelijk, in relatie tot de katholiciteit van de kerk. Naar onze overtuiging was de basis voor de afscheiding in Abbotsford te smal en te eng.

 

Stemming

 

Naar gebruik van gereformeerde synoden in het verleden peilt de preses hoe de verhouding t.a.v. het voorstel ligt. Er tekent zich een meerderheid af voor het geamendeerde commissievoorstel. Vervolgens vraagt hij of de vergadering rijp is voor de stemming erover.

Enkele broeders willen graag de vele informatie die geboden is nog wat laten bezinken. De vergadering besluit dat in te willigen en de stemming uit te stellen tot de volgende vergadering, met de afspraak dat de discussie niet opnieuw zal worden ingegaan. Er kunnen dan ook geen amendementen meer worden ingediend.

 

BBK/B – Appels van LRCA

 

Er liggen twee appels van LRCA ter tafel. Samengevat:

 

1 – GS Lansingerland besloot op verzoek van de kerk te Dalfsen om de wettigheid van de afscheiding van LRCA en de visie van LRCA op de katholiciteit van de kerk te laten onderzoeken.
Volgens LRCA had het verzoek onontvankelijk moeten worden verklaard want er was al voldoende informatie beschikbaar.

 

2 – In de gronden van het besluit van Lansingerland m.b.t. het verzoek van Dalfsen wordt gesteld dat de visie van LRCA op de Westminster Confessie vragen oproept, dat haar beschuldigingen van CanRC niet bewezen zijn en de CanRC onvoldoende gehoord zijn bij de beoordeling van de afscheiding van LRCA.

Dat is allemaal niet waar volgens LRCA en daarom had het verzoek van de kerk van Dalfsen moeten worden afgewezen.

 

De synodecommissie wijst de LRCA verzoeken in de twee volgende voorstellen af.

 

Commissievoorstel – Besluit t.a.v. appel van LRCA verzoek 1

 

De Generale Synode, in vergadering bijeen op 30 oktober 2021, besluit niet te voldoen aan verzoek 1 van LRCA dat de GS Lansingerland de brief van DGK Dalfsen onontvankelijk had moeten verklaren en dat dit besluit nietig zou moeten zijn.

 

Gronden:

  1. LRCA vraagt om aanpassing van besluit 6.02 van de GS Lansingerland, maar zij komt niet met dusdanig nieuwe of terechte argumenten die verandering van besluit 6.02 van de GS Lansingerland rechtvaardigen.
  2. De GS Lansingerland noemt in grond 2 bij besluit 2: als er redenen tot zorg zijn binnen een zusterkerk relatie, kunnen zaken met de zusterkerk worden besproken.
  3. DGK Dalfsen heeft het onder 2 genoemde gedaan volgens de daarvoor geldende kerkordelijke bepalingen in art. 47 KO waar gesproken wordt over de relatie met buitenlandse kerken.
  4. De LRCA is een buitenlandse zusterkerk en valt onder de bepaling van art. 47 KO, waarbij het contact niet rechtstreeks tussen kerken verloopt, maar dit via de Generale Synode en/of daarvoor benoemde deputaten verloopt.
  5. Hoor en wederhoor toepassen inzake vragen van DGK Dalfsen over LRCA was een reden van het besluit van de GS Lansingerland.
  6. DGK Dalfsen verzocht slechts om gesprek om duidelijkheid te krijgen over een aantal belangrijke punten over LRCA .
  7. De bewering van DGK Dalfsen dat de kerkelijke weg nog open lag voor LRCA was weldegelijk relevant voor de GS Lansingerland, omdat dit de wettigheid en katholiciteit van de kerk raakt.
  8. Deputaten hebben uit de gesprekken met LRCA aangetoond dat de zorgen en vragen die er leefden over de katholiciteit van de kerk en de visie op het hanteren van de Drie Formulieren van Enigheid en de Westminster Standards bij LRCA terecht waren.
  9. DGK Dalfsen had het recht om na hun Vereniging met DGK in revisie of appel te gaan tegen de toen vigerende besluiten binnen DGK.

Commissievoorstel – Besluit t.a.v. appel van LRCA verzoek 2

 

De Generale Synode, in vergadering bijeen op 30 oktober 2021, besluit niet te voldoen aan verzoek 2 van LRCA dat de door GS Lansingerland gegeven gronden 1, 3 en 4 bij besluit 2 betreffende de brief van DGK Dalfsen ongeldig zijn en deze besluiten dus niet genomen hadden mogen worden.

 

Gronden:

  1. De gronden bij besluit 1 hierboven.
  2. De synode besloot om het gesprek aan te gaan met LRCA over hun actuele visie op de katholiciteit van de kerk, de rechtmatigheid van hun afscheiding en hun kerkelijke positie nú. In dat gesprek kon informatie uit het verleden gedeeld worden.
  3. Van lichtvaardig en onverhoord oordelen is dan ook geen sprake.
  4. LRCA toont niet aan dat in de CanRC de gereformeerde leer niet meer werd of wordt bewaard, beleden of verdedigd.
  5. Er was en is geen sprake van een algemeen en breed verval in de CanRC.
  6. Het vermeende afval is door LRCA onvoldoende via de kerkelijke weg aan de orde gebracht toen men nog lid was van de CanRC.
  7. LRCA toont niet aan dat genoemde gronden onschriftuurlijk zijn of strijdig zijn met de belijdenis en kerkorde.
  8. Omdat er op de GS Emmen veel onduidelijk was over de situatie in de CanRC besloot de GS Groningen dat deputaten in contact zouden treden met de CanRC te Abbotsford om wederhoor toe te passen met betrekking tot de gang van zaken rond de vrijmaking van Abbotsford.

Preses

Er is een directe relatie tussen deze voorstellen en het zojuist besproken eerste commissievoorstel waarover de volgende vergadering gestemd gaat worden. Daarom is er nu gelegenheid om ook deze voorstellen te bespreken.

 

Samenvatting bespreking

 

Niemand meldt zich.

 

De vergadering besluit op de volgende bijeenkomst ook over de twee commissievoorstellen t.a.v. het LRCA appel te stemmen.

Daarna zal het vervolg van het werk van BBK aan de orde komen.
 

Stemming

 

Op 5 maart 2022 werd gestemd over de drie commissievoorstellen:

  • Commissievoorstel 1 - Zusterkerkrelatie met LRCA
    voor 10, tegen 2: aangenomen.
  • Commissievoorstel 2 - Appel van LRCA verzoek 1
    voor 11, onthouding 1: aangenomen.
  • Commissievoorstel 3 - Appel van LRCA verzoek 2    
    voor 11, onthouding 1: aangenomen.

BBK/C – Overige zaken van BBK

 

Verdaagd naar de zitting van 5 maart 2022.