Ethiek

In de pers

Nieuwe artikelen
Signalen



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Een bijzonder soort ongeloof

 

Dr. W.L. Bredenhof

04-10-14

 

Onlangs zijn veel zorgen geuit over de richting waarin de Gereformeerde Kerken in Nederland zich begeven. Onze zusterkerken behandelden namelijk een voorstel betreffende de vrouw-in-het-ambt en dit veroorzaakte opschudding en afschuw bij velen van ons. Dit voorstel was slechts het laatste in een reeks verontrustende gebeurtenissen, boeken, verklaringen aan de media en artikelen. Veel vurige gebeden zijn opgezonden voor onze zusterkerken, gebeden of God hen in de goede richting wilde voeren. Mijn doel met dit artikel is niet om commentaar op de Nederlandse situatie op zich te geven. Ik wil liever overwegen hoe we er zélf voor staan. We horen onze Nederlandse broeders en zusters soms een opmerking maken als: 'Wachten jullie maar af, over 10 of 15 jaar zien jullie de zaken net als wij. De immigrantenkerken lopen altijd achter, maar ze halen ons nog wel in.' Zou hier een kern van waarheid in kunnen zitten? Zou bijvoorbeeld het zaad voor zo iets als de vrouw-in-het-ambt al geplant zijn en zou dat onder ons mogen groeien?

 

Terugblik

 

Aan het begin van de jaren negentig was ik student aan de Universiteit van Alberta in Edmonton. The Gateway was de studentenkrant en één van de prominente schrijvers daar was de aankomende rechtenstudent Ezra Levant. Misschien voor een deel onder zijn invloed was The Gateway opmerkelijk open met publicaties vanuit verschillende gezichtspunten. Daaronder bevonden zich ook visies die openlijk voor het Christelijk geloof uitkwamen. Homoseksualiteit stond toen al in het centrum van de belangstelling en ik heb iets voor The Gateway geschreven vanuit het bijbelse perspectief. Dit werd gepubliceerd zonder dat ik voor een mensenrechtencommissie werd gesleept.

 

Wat ik schreef heeft evenwel tot een reactie geleid van een groep op de campus, de Student Christian Movement (SCM). De studenten die betrokken waren bij de SCM waren merendeels afkomstig uit de United Church, hoewel er misschien ook een paar Anglicanen en anderen bij betrokken waren. SCM schreef iets voor The Gateway, waarin beweerd werd dat de visie die ik naar voren had gebracht niet representatief was voor alle Christenen. Zij bevestigden dat veel Christenen geen probleem hebben met homoseksueel gedrag en het zien als een gezonde vorm van menselijke seksualiteit. Zij boden hun geïnteresseerde lezers een pamflet aan dat hun standpunt verder zou toelichten. Ik heb van dit aanbod gebruik gemaakt. Sta me toe een paar zinnen uit dat pamflet aan te halen:

 

'Terwijl de Bijbel blijkbaar bekend is met homoseksuele relaties, lijkt zij weinig te weten van homoseksualiteit op zich; dit kan één van de redenen zijn waarom homoseksuele daden als bewuste overtredingen van Gods voorschriften voor Gods mensen worden veroordeeld.'

 

'Hoogstens is het verhaal van Sodom een heel mager bewijs voor de notie dat homoseksualiteit in de Bijbel als 'zonde' wordt beschouwd.'

 

'Wij weten tegenwoordig veel meer over de motieven achter de daden van de mensen dan de bijbelschrijvers wisten. Kennis van lichaam en geest heeft ons veel inzicht gegeven in gedrag, welke kennis Paulus niet bezat.'

 

'… homoseksualiteit is geen 'zonde' tenzij het een valse god wordt … menselijke seksualiteit is alleen maar zondig als ze tegen liefde en recht ingaat.'

 

Eigenlijk zei het SCM pamflet: 'Ja, we weten wat de Bijbel zegt, maar wij weten meer dan de bijbelschrijvers en dus kunnen we homoseksualiteit gemakkelijk inpassen in onze ethiek.'

 

Ik heb een antwoord op dit pamflet geschreven. Ik stelde dat de Bijbel zelf claimt het geïnspireerde en volkomen Woord van God te zijn en niet slechts (een weergave van) de religieuze of ethische opvattingen van menselijke bijbelschrijvers, welke (opvattingen) je al dan niet kunt accepteren. Daarom moet de Bijbel ons uitgangspunt zijn en we moeten de Bijbel op haar eigen voorwaarden serieus nemen. De Schrift is heel duidelijk over de zondige natuur van homoseksuele praktijken. Het SCM pamflet beweerde bijvoorbeeld dat het grote kwaad in het verhaal van Sodom en Gomorra het feit was dat zij zo ongastvrij waren. Die stelling negeert handig de duidelijke leer van de Schrift in Judas:7. Dat betekent dat er drie opties overblijven: je kunt die duidelijke leer aanvaarden, je kunt die aanpassen aan je eigen agenda of je kunt beweren dat de bijbelschrijvers onwetend waren. De benadering van SCM was een mengsel van de laatste twee opties. Het hing er maar van af wat het beste uitkwam. Maar uiteindelijk kun je slechts zeggen dat dit een soort ongeloof was, daar waar het op de tekst van de Bijbel aankwam.

 

De sfeer op de universiteit was vaak vijandig ten opzichte van een aanvaarding van de Bijbel als het Woord van God. Die vijandigheid heeft me ertoe gebracht apologetiek te gaan studeren, de verdediging van het geloof. Door enige studie van de Christian Reconstruction Movement was ik in aanraking gekomen met de naam van Cornelius van Til als docent Gereformeerde apologetiek. Ik heb zijn boek The Defense of the Faith (De verdediging van het geloof) gelezen en ik was er ondersteboven van. Hij stelde dat iedere verdediging van het Christelijk geloof moet beginnen met Gods Woord. Het volkomen Woord moet altijd ons fundament en uitgangspunt zijn. Vroeg in mijn academische loopbaan raakte ik er zodoende van overtuigd dat ons Gereformeerde geloof van ons eist Gods Woord te eren door het op elk studieterrein voorop te plaatsen, of het nu om apologetiek gaat of om iets anders. Anders te handelen betekent het verraden van onze toewijding aan Jezus Christus als Heer van alle wijsheid en kennis (Colossenzen 2:3) – het zou een soort ongeloof zijn.

 

Dit stukje biografie illustreert mijn achtergrond. Ik ben er al lang van overtuigd dat de Bijbel het geïnspireerde, onfeilbare en volkomen Woord van God is, dat ons startpunt moet zijn bij alles wat we ondernemen. Zoals Spreuken 3:5,6 zegt: 'Vertrouw op de HERE met uw gehele hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken.' Wij kennen Hem door zijn Woord te eren en het in alles de eerste plaats te geven! Zoals Psalm 36:9 zegt: '...in Uw licht zien wij het licht.' Het is in het licht van Gods Woord dat wij in alle dingen die we ondernemen onze weg vinden, ook binnen onze academische zoektochten. Dat is mijn overtuiging geweest en ik heb er ook naar gestreefd om die overtuiging toe te passen op onderwerpen zoals homoseksualiteit.

 

Die overtuiging is herhaaldelijk bestreden en dat gebeurt nog steeds. Wat veranderd is, is dat de aanvallen niet langer van buiten komen, maar van binnenuit. Ik ontving bijvoorbeeld onlangs een e-mail van een Nederlandse collega predikant. Hij berispte me om het feit dat ik de eenvoudige lezing van de Schrift over onze oorsprong zonder meer wil aanvaarden. Hij gaf uiting aan zijn verbazing dat een doctor in de theologie er gewoon bij de mensen op aandringt te geloven wat de Bijbel eenvoudig leert. Hij beweerde dat ik ook rekening moet houden met wetenschappelijke bevindingen. Per slot van rekening heeft de wetenschap duidelijk gemaakt dat de Bijbel niet zonder meer geloofd kan worden als het gaat om vragen die onze oorsprong betreffen. Bovendien zullen veel jonge mensen dat antwoord niet accepteren, deelde hij me mee. Zij zullen zich van de kerk afkeren, als je hen zegt gewoon te geloven wat de Bijbel hierover zegt. Toen ik bij hem de idee introduceerde van eenvoudig geloven en beginnen met het Woord van God (zoals door Cornelius van Til werd geleerd), gaf hij aan dat hij nooit eerder van dat concept had gehoord. Droevig dat hij niet overtuigd werd.

 

Nu zouden we kunnen zeggen: 'Dat verbaast me niets, het komt uit Nederland.' Maar deze antipathie om met het Woord van God te beginnen bestaat ook onder ons in Canada en dit is geen geheim. We hebben ook mensen onder ons die óf open staan voor theïstische evolutie óf een of andere vórm van theïstische evolutie aanhangen. Theïstische evolutie is de idee dat God gebruik heeft gemaakt van evolutionaire processen om menselijke wezens en andere schepselen te scheppen. Deze leer heeft onder ons voet aan de grond gekregen. Zij kan alleen maar onder ons voorkomen vanwege exact dezelfde redenen waarom de Student Christian Movement kon beweren dat homoseksueel gedrag geen gruwel voor God is. Óf de tekst van de Schrift wordt verdraaid om de leer te ondersteunen, óf de tekst van de Schrift wordt opzij gezet, omdat zij (de bijbelschrijvers) onbekend zouden zijn met de hedendaagse wetenschappelijke kennis. Op welke manier dan ook, wat we hier weer tegenkomen is een bijzondere vorm van ongeloof daar waar het aankomt op het Woord van God. Het is een weigering om nederig met geloof tot het Woord te komen en het zonder meer te aanvaarden als het betrouwbare en volkomen Woord van onze Vader. Iets anders wordt boven zijn Woord gesteld. Dit ongeloof bestaat al onder ons in de Canadian Reformed Churches en het is het zaad dat, tenzij het wordt uitgeroeid, tot andere vormen van ketterij zal uitgroeien.

 

Vooruitblik

 

Dit is mijn hartekreet voor de Canadian Reformed Churches. Ik geloof niet dat wat sommige Nederlandse broeders en zusters zeggen per se waar zou moeten zijn. Ik geloof niet dat het onvermijdelijk is dat we binnen de volgende één of twee decennia de vrouw-in-het-ambt zullen hebben. Het hoeft niet op die manier te gaan. Maar er zijn wel twee heel belangrijke dingen die stevig verankerd moeten zijn om zo'n ontwikkeling een halt toe te roepen.

 

In de eerste plaats moeten we de wijdverspreide overtuiging binnen onze kerken dat het Woord van God het startpunt in alles moet zijn, ondersteunen. Gemeenteleden moeten deze overtuiging vasthouden en er in groeien. Predikanten en ouderlingen moeten dit door onderwijzing en prediking opnieuw versterken. We moeten een hoge achting voor de Schrift behouden, die een kinderlijk geloof in de eenvoudige en duidelijke mening ervan impliceert, ongeacht wat de ongelovige wetenschap ook mag introduceren om ons geloof aan het wankelen te brengen. We moeten ons niet laten verleiden om aan te nemen dat we op de één of andere manier gebrek aan intellect zouden hebben, omdat we eenvoudig de Schriften zonder meer aanvaarden.

 

In de tweede plaats is oplettendheid vereist met betrekking tot ons seminarie. Op dit ogenblik hebben we alle reden om vertrouwen in onze professoren en hun onderwijs aan het seminarie te hebben. We kunnen God dankbaar zijn voor deze gelovige mannen die een hoge achting voor de Schrift hebben en die daarmee overeenkomstig doceren. We moeten erom bidden dat God hen trouw wil blijven maken. Zij zijn ook maar mensen en zij hebben kracht van boven nodig om standvastig te blijven. Bovendien zullen deze mannen er niet altijd blijven. De tijd zal komen dat zij vervangen moeten worden en hun plaats zal dan moeten worden ingenomen door even trouwe mannen. Wanneer we een seminarie van de kerken hebben, is dit uiterst belangrijk. Vrijwel al onze predikanten worden opgeleid in Hamilton. Het resultaat is dat als die opleiding niet gezond is, onze kerken ook niet lang meer gezond zullen zijn.

 

Mag ik afsluiten met een paar woorden uit de Schrift die mijn schoonvader vaak aanhaalde. Wij bespraken vaak de ontwikkelingen in de Christian Reformed Church, in het bijzonder wat betreft de vrouw-in-het-ambt en de theïstische evolutie. Hij zei altijd dat we nederig moeten zijn en op onze hoede, omdat de Schrift zegt: 'Daarom laat ieder die meent te staan toezien dat hij niet valle.' (1 Cor.10:12). De boodschap van die tekst kan niet worden misverstaan.

 

Vertaling: R. Sollie-Sleijster

 

(Dit artikel werd door de auteur op 8 juli 2014 gepubliceerd op zijn website http://yinkahdinay.wordpress.com/ )