Ethiek

Liturgie en eredienst

Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Preken die breken - Onrust in Drachten 3

D.J. Bolt
12-12-09

Opmerking tussendoor

Uit reacties is mij gebleken dat sommige lezers denken dat ik ook de preek van ds. P. Poortinga van 8 november jl. in deze artikelen meebespreek. Dat is een misverstand. Een voetnoot in het eerste artikel vermeldde alleen maar het feit dat op dezelfde datum waarop ds. Tempelman zijn preek hield ook zijn Drachtster collega Poortinga in een preek aandacht schonk aan verontrusten. Niet meer. De laatstgenoemde preek komt dus op geen enkele wijze aan de orde in deze serie artikelen. Het gaat hier uitsluitend om de preek van ds. Tempelman.1

 

Andere zaken

Ds. Tempelman laat het bij vijf voorbeelden: zondag en vierde gebod, nieuwe liederen, huwelijk en echtscheiding, kerkelijke eenheid, homoseksualiteit. Hij acht ze voldoende om zijn gemeente te bewijzen dat bezwaren die verontrusten aandragen maar van middelmatig gehalte zijn. Je kunt er in de vrijheid van Christus verschillend over denken. Geen reden dus tot paniek of afscheiding.
Hiervoor hebben we echter aangetoond dat zijn voorbeelden geen hout snijden. Maar misschien minstens zo belangrijk is een aantal zaken die ds. Tempelman laat liggen. Natuurlijk hebben we er begrip voor dat niet alle geschillen in een preek aan de orde kunnen komen. Maar juist als de predikant wilde aantonen dat het niet om zaken van de leer, van het evangelie, gaat en hij de verontrusten recht wilde doen, hadden deze niet mogen ontbreken. Daarom bespreken we kort nog een aantal punten die duidelijk kunnen maken hoezeer de leer van de Schrift in onze kerken in geding is.

Open Avondmaal

De toegang tot het Heilig Avondmaal is in een belangrijke mate geopend voor niet-gereformeerden. Als de laatste besluiten van Zwolle-Zuid door kerkenraden worden geratificeerd dan is de weg open voor ieder die 'slechts' instemt met de Apostolische Geloofsbelijdenis. Er is, in tegenstelling tot wat Amersfoort-Centrum nog besloot, geen instemming meer nodig met de gereformeerde belijdenisgeschriften! Alleen het beamen van de eerste vraag van het belijdenisformulier wordt nu nog gevraagd. Willens en wetens werd door de synode geen uitspraak gedaan of dat instemmen met de gereformeerde belijdenis betekende. Men liet het in het midden, ieder mag het de belijdenisvraag interpreteren als hij wil.
Nu is het zonder meer al onethisch om gasten die 'toevallig es langskomen' deze vraag voor te leggen. Hoe kunnen zij instemmen met "de leer die hier in de christelijke kerk wordt geleerd"? Daarvoor heb je toch wel even wat meer tijd nodig dan een incidenteel bezoek of een gesprek met een ouderling. Daarom zal in de praktijk het volle accent dan ook vallen op vraag naar instemming met de Apostolische Geloofsbelijdenis alléén.
En zo kunnen christenen van allerlei pluimage in principe bij ons aanschuiven aan het Avondmaal. Van Rooms-katholiek tot charismatisch. Van Zevendedagadventist tot PKN.
We zijn zeer 'gastvrij' geworden. In Drachten-ZuidWest zijn inmiddels een paar niet-gereformeerde personen eenmalig aan het Avondmaal toegelaten bij een familieaangelegenheid. Maar je hoort dat in sommige plaatsen ook roomsen worden toegelaten. Zie in dit verband ook het artikel van redacteur Peters over de gang van zaken in GKv Rotterdam-Centrum (Versplintering en haar oorzaak, rubriek In de pers): puur open avondmaal
Is dat nog de reine bediening van het sacrament van het Heilig Avondmaal? Hoe zit het met het toezicht van de kerkenraad? Hoe met de tucht? In andere kerkverbanden gelden vaak heel andere regels t.a.v. de tucht, denk aan de PKN waar nauwelijks nog tucht is. Wat betekent het dan als iemand aangeeft dat hij in zijn thuiskerk niet onder tucht staat?
Niets toch?
En wat betekent het dat je als broeders en zusters ook gemeenschap met elkaar hebt, als je verder elkaar kerkelijk links laat liggen, 's zondags elkaars kerkdeuren voorbijloopt? Alleen eens bij elkaar aan Avondmaaltafel schuift, 'als dat zo uitkomt'?
Wat een kerkelijke onwaarachtigheid die niet dan tot grote schade voor Christus' kerk is. Waardoor ook broeders en zusters nauwelijks nog weten wat kerkgrenzen zijn. Waarom zouden 'onze' kerkleden ook niet gewoon bij b.v. voorganger Bottenbley of in de PKN aan het Avondmaal gaan, 'als dat zo uitkomt'? Wie wil dat principiëel nog tegenhouden?
En dan maar klagen over gebrek aan kerkbesef?

Misschien dat ds. Tempelman dit nu typisch als een zaak van toepassing in het christenleven ziet. Maar dan moeten we wel wijzen op onze belijdenis waar we stringente regels uit Gods Woord naspreken: HC v/a 81 en 82, NGB art. 32. Hoe kan men toch aan de Tafel van het Verbond de eenheid in Christus en met elkaar vieren als de gast die naast je zit vervolgens deze kerkgemeenschap afwijst, haar negeert en zijn of haar heil verder elders te zoekt? Een kind kan toch voelen dat dit niet bij elkaar hoort?

Waarom dit genoemd? Omdat het "direct" onze belijdenis raakt. En ons kerk-zijn. Want om kerk van de Here Jezus Christus te mogen heten vraagt Hij een zuivere bediening van dit sacrament2. Als we dat negeren dan weten we uit de brief aan de Korinthiërs dat Hij dat niet ongestraft laat...3

Problematisering van de Schrift - Prof.dr. A.L.Th. de Bruijne

Veel stof hebben publicaties van (inmiddels professor) dr. A.L.Th. de Bruijne doen opwaaien. Deze hoogleraar schreef in het boek Woord op schrift over de manier waarop we de bepaalde passages in de Bijbel moeten lezen. Kernpunt daarvan is dat we meer dan we vroeger dachten, de Schrift niet letterlijk maar metaforisch (symbolisch) kunnen opvatten, ook zonder dat daartoe de Schrift zélf aanleiding geeft. Want we moeten rekening houden met mogelijke vertelconventies, oud-oosterse manieren van vertellen van de Bijbelse geschiedenis. Daarbij wordt bij óns, moderne mensen, de indruk gewekt dat het 'echte geschiedenis' is terwijl het in werkelijkheid gaat om metaforen, symbolische voorstellingen.
Neem bijvoorbeeld de paradijsgeschiedenis. Weliswaar zegt De Bruijne deze zelf als werkelijke geschiedenis te aanvaarden, maar hij houdt tegelijk de mogelijkheid open die metaforisch op te vatten. Zo zouden, volgens de hoogleraar, de eerste hoofdstukken van Genesis niet letterlijk bedoeld kunnen zijn maar gebaseerd op een vertelling van Mozes waarbij hij zijn werkweek als uitgangspunt heeft genomen (zgn. kaderhypothese). Ieder kan zien dat dit in strijd is met het vierde gebod dat precies het omgekeerde leert: de werkweek en zijn rustdag is gebaseerd op de Scheppingsweek!
Dr. De Bruijne acht het verder mogelijk dat de Bijbelschrijver in zijn beschrijving van de geschiedenis feit en fictie kan hebben vermengd. Zelfs zou de Bijbelschrijver daarbij gebruik hebben kunnen maken van mythische verhalen of motieven uit de heidense oud-oosterse godsdiensten!
Deze onbeschermde hypothesen (stellingen) raken toch direct de betrouwbaarheid van de Schrift? Daarom is er aanhoudend en intensief bezwaar gemaakt tegen deze theorieën, tot op de synode van Zwolle-Zuid.
Het resultaat? Alle bezwaren zijn door de synode niet-onderzocht afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard?

Problematisering van de Bijbel - Dr. S. Paas

Ieder die meeleeft weet dat aan onze universiteit dr. S. Paas (CGK) is benoemd. Dat heeft voor veel onrust gezorgd in de kerken. Een paar korte opmerkingen daarover4.

Ik citeer uit een artikel in het tijdschrift Theologia Reformata dat dr. Paas op 4 december 2003 schreef.

"Vrij algemeen wordt tegenwoordig aangenomen dat de godsdienst van het Oude Testament (een strikte verering van JHWH alleen) niet samenviel met de godsdienst van het histo rische volk Israël in de periode die door het Oude Testament wordt beschreven. Met andere woorden, het Oude Testament is het document van het geloof van een bepaalde groep in Israël. Het verraadt keuzen en selectie, ontwikkeling, afwijzing en kritiek."

"'Echt' monotheïsme (het bestaan van slechts één godheid wordt erkend) is vermoe delijk een vrij late ontwikkeling in Israël. Dit strijdt niet met het beeld dat het Oude Testament zelf laat zien. Ook daar vinden we aanwijzingen dat in Israël voor de balling schap van tijd tot tijd andere goden dan JHWH werden erkend en vereerd. Zelfs geven oude teksten de indruk dat ook de schrijvers van het Oude Testament aanvankelijk het bestaan van andere goden wel erkenden, al waren deze oneindig inferieur aan JHWH."

"Ik denk dat we ons seri eus moeten afvragen in hoeverre het Oude Testament ons bijvoorbeeld in de wetgeving meer een profetisch ideaal schildert dan een historische werkelijkheid en dat in de histo rische boeken bepaalde 'historische vertekeningen' niet zozeer geschiedvervalsing zijn, maar een profetisch oordeel over een bepaalde praktijk, gegoten in een tendentieuze beschrijving."

Om het even wat eenvoudiger samen te vatten: het 'verhaal' in het Oude Testament klopt niet met de echte geschiedenis van Israël. Wat we daar lezen gaat slechts over een bepaalde groep van dat volk. We moeten het feit dat Jahwe vanaf het begin de enige ware God van Israël was met een korreltje zout nemen: dat zou pas "een vrij late ontwikkeling zijn". Zelfs zou er in het begin sprake zijn geweest van een veelgodendom.
In het derde citaat suggereert dr. Paas dat de feiten in het Oude Testament helemaal niet overeenkomen met de werkelijkheid, met de geschiedenis. Verhalen hierin zouden een tendentieuze5 weergave zijn van profeten die idealen schilderen maar bewust de geschiedenis daarvoor verdraaiden. Kort door de bocht, de Bijbelse geschiedenissen vertellen ons niet hoe het is gegaan maar hoe het had moeten gaan volgens "een bepaalde groep".

Ieder die onvoorwaardelijk aan de historiciteit van het ontstaan van Israël en het verbond wil vasthouden zoals dat ons in de boeken van Mozes door de Heilige Geest is geopenbaard lopen hiervan toch de rillingen over de gereformeerde rug?! Wat kunnen we nu wel en wat niet nog aannemen als waar gebeurd als we deze docent aan onze universiteit volgen?

Berucht is ook hoe dr. Paas in zijn dissertatie zelfs het geloof in de HERE Zelf steeds weer schetst als een godsdiensthistorische ontwikkeling. Daarbij wordt in de Schrift dan gezocht naar de aanwijzingen voor die ontwikkeling, in plaats dat de Schrift gelezen wordt als de betrouwbare, door de Geest zelf ingegeven, neerslag van de openbaringshistorie. Zo verdedigt dr. Paas herhaaldelijk ?dat JHWH hoogstwaarschijnlijk een Israëlitische afsplitsing was van de Kanaänitische El?. Dit is toch absoluut niet te rijmen met wat God Zelf vanaf het begin bekendmaakt in Zijn Woord? Zoals we het belijden in vraag en antwoord 19 van de Heidelbergse Catechismus:

?Waaruit weet u dat? Uit het heilig evangelie. God heeft dat eerst zelf in het paradijs geopenbaard. Daarna heeft Hij het door de heilige aartsvaders en profeten laten verkondigen. Ook heeft Hij dat evangelie van tevoren laten afbeelden door de offers en andere schaduwachtige gebruiken die Hij in de wet had voorgeschreven. Tenslotte heeft Hij het door Zijn eniggeboren Zoon vervuld.?6

Er gaapt hier een diepe kloof: de kloof van schriftkritiek7!
Deze man is nu docent aan onze theologische universiteit geworden! Opleider van onze nieuwe jonge predikanten. Ondanks de vele kritiek is zijn benoeming gehandhaafd. Met kracht verdedigd door andere leden van TU senaat o.a. door prof.dr. G. Kwakkel in De Reformatie én Nader Bekeken. In de laatste uitgave van Nader Bekeken liet het blad opnieuw een voorzichtig maar zeer kritisch geluid over Paas ideeën horen8.
Maar de rector van TU, prof.dr. C.J. de Ruijter noemt de bezwaren "indianenverhalen"?9

Doorwerking

Nu kunnen we denken: ach, al dat geleerde gedoe, laat ze maar, Drachten ligt ver van Kampen. Maar laten we ons niet vergissen. De invloed op de kerken van 'Kampen' is sterk. De docenten houden overal spreekbeurten. Ook worden predikanten bijgeschoold door PEP - Permanente Educatie Predikanten, cursussen waarbij zij 'geindoctrineerd' worden met nieuwe ideeën in Kampen. Daar wordt zelfs een puntensysteem voor bedacht, zo hoorden we op de laatste synode.10

We geven een voorbeeld om te laten zien hoe dit ook doorwerkt in de prediking. Dezelfde zondag waarop ds. Tempelman zijn preek hield, preekte ds. T.P. Nap in Drachten-Zuid/West over Genesis 2. Daar kwam ook de betekenis van de levensboom in het Paradijs aan de orde:

"? Er was er eens een tuin, en het was Gods tuin. Het paradijs is dus niet luilekkerland voor meneer mens en mevrouw mens. Het was Gods woonplaats op aarde waarin mensen gastvrij waren opgenomen. In de tuin stonden bomen, twee bomen worden naar voren gehaald, de levensboom en de boom van kennis van goed en slecht. Eerst maar eens de boom van het leven.
Om een beetje te begrijpen van deze boom moet je iets weten. We hebben niet automatisch dezelfde herinneringen en gedachten die de eerste lezers van Genesis wel hebben gehad. En hier zie je wat er gebeurt, hier wordt zoals wel vaker, gebruik gemaakt van motieven uit mythen en legenden van volken om Israël heen, en daar gebeurt iets mee, die worden omgewerkt, die worden veranderd, zodat er iets heel anders ontstaat dan bij de heidenen. Namelijk komt er een boodschap van de echte, enige God.
Let maar op, in verhalen van heidenen kwam zo'n boom, zo'n levensboom wel vaker voor. Van zoveel goden werd verteld dat ze een mooie tuin hadden, een herinnering kennelijk aan wat vroeger inderdaad is gebeurd. In die tuin hadden ze dan een levensboom staan. Hadden de goden. Een levensboom. En er stond een groot bord bij: verboden voor mensen. De vruchten van deze levensboom gaven namelijk eeuwige jeugd, het eeuwige goddelijke leven. En die vruchten hielden normale goden natuurlijk voor zichzelf. Een beetje god keek wel linker uit. Stel je voor dat de mensen ook het eeuwige leven zouden krijgen! Dan was je als god toch nergens meer? Een weerklank hiervan zie je in het spreken van de slang, hè! Die slang zei: Ah, je mag zeker niks, hè? Je mag zeker niks hier. Precies, dat is het oude idee, het andere idee. Je mag zeker niks hier. Goden lieten mensen ploeteren om de boel een beetje netjes te houden. Maar eten van die ene boom, nee!
Nu naar Genesis 2. Daar komt in vers 9 de levensboom in zicht. Voor de eerste lezers van Genesis moet de associatie wel zijn: hé, oh ja, ja dat is de godenboom waar alleen de goden van mogen eten. Eigenlijk ook wel logisch is dat hè, in deze tuin, de tuin van God! En zie dan de verrassing in vers 15 en 16. De mens wordt in de tuin van Eden gebracht voor een eerste rondleiding. Inderdaad daar in het midden staat die speciale boom. Maar let dan op: deze ene boom wordt niet verboden voor de mens. Hoe zit dat? Dat is gek. Kennelijk is déze God, de God van déze tuin dus anders dan alle andere goden. Deze ongebruikelijke God wil kennelijk iets anders dan de andere: Hij wil zijn eigen leven wel delen met mensen. Eet smakelijk, zegt God, het eeuwige leven, dat is voor jullie mensen, het is voor jullie samen met Mij. ?"

Hier is het onderwijs van prof. De Bruijne doorgedrongen in een lokale preek in Friesland. In het verhaal van Genesis 2 zijn "motieven uit mythen en legenden" van heidense volken verwerkt. Weliswaar helemaal "omgewerkt" en "veranderd" maar toch: de bron van de motieven is wel heidens.
Genesis 2 en 3 zijn dus niet de pure geschiedenis van de eerste mensen en hun zondeval maar het is een verhaal dat pas later is geconstrueerd mede op basis van motieven uit mythische godenverhalen en legendes, verhalen die jaren misschien wel eeuwen later zijn ontstaan als tegenhanger van de gangbare heidenverhalen. De Bijbelse verteller lardeert zij verhaal dan met tegensprekende motieven daaruit.

Het is trouwens niet voor het eerst dat we geconfronteerd worden met dit soort ideeën. Al eerder wilde de vrijgemaakte ds. J.J.T. Doedens ons doen geloven dat Genesis 1 op een soortgelijke wijze moet worden gelezen. Het is niet zozeer echte geschiedenis maar een tegenspraak tegen heidenen. Deze vereerden immers de zon en de maan als goden. Welnu, in Genesis wordt gezegd: nee, hoor, onze God heeft deze hemellichamen gemaakt, niet bijzonders, in elk geval geen godheid waar je bang voor hoeft te zijn11. Genesis 1 zou dus een apologie zijn, een verdediging van de Schepper van hemel en aarde. Het vertelt dát God heeft geschapen, maar hoe? Dat kun je niet gewaar worden uit Genesis. Het is geen geschiedenis.
Zijn we hier eigenlijk niet ver weggegleden van de door God geopenbaarde Heilige Schrift?
Maar de synode van Zwolle-Zuid weigerde inhoudelijk op bezwaren tegen deze nieuwe leer in te gaan?

Conclusie

Er zijn veel meer zaken die we aan zouden kunnen halen, maar we laten het hierbij.
Het mag voor ieder duidelijk zijn dat ds. Tempelman onwaarheid spreekt als hij beweert dat het alleen maar gaat om de praktijk van het christen-zijn.
Het gaat om de belijdenis.
Het gaat om het evangelie.
Het gaat om het Woord.
Het gaat om Christus.

 

Een slag in de lucht

We zouden het hierbij kunnen laten. Want uit het bovenstaande blijkt dat de bodem onder de preek ondeugdelijk is. Romeinen 14 en 15 toepassen op het verval in onze kerken is een misser, een slag in de lucht.
Maar er is reden om toch nog even te blijven luisteren naar wat ds. Tempelman naar voren bracht. Want hij zet de verontrusten ook in een persoonlijk vals licht. Zíj zouden zich sterk vinden:

"? je kunt er heilig van overtuigd zijn dat de ander, dat die deputaten, of dat die synode, het niet goed zien. En dat ze geen goed besluit genomen heeft. En dan vind je dat je zelf sterk staat en de ander zwak. Misschien zelfs wel zondig. Ja, is het niet zo dat wij geneigd zijn altijd onszelf, ons standpunt als sterk te beschouwen. Niemand zal gemakkelijk van zichzelf zeggen, ok, ik sta nu eenmaal zwakker dan jij. Jij ziet het natuurlijk beter, alleen ik ben zover nog niet. Nee, je vindt altijd de ander zwak en jouw eigen standpunt sterk".

Ds. Tempelman ziet dan als gevolg dat de ene groep neerkijkt op de ander:

In bepaalde keuzen zich een beter christen, meer gereformeerd voelt dan de ander. Dat kan er zo maar toe leiden dat de ander een etiket krijgt opgeplakt. Niet goed gereformeerd, niet echt wedergeboren. Om zich vervolgens in een eigen groepje gelijkgezinden terug te trekken.

Het is alweer zo triest dat ds. Tempelman het in deze sfeer trekt. Verontruste mensen die we persoonlijk kennen, ook in zijn gemeente(!), voelen zich helemaal niet beter dan anderen. Slaan zichzelf niet op de borst. Zouden maar al te lief stoppen met heel die verdrietige, vermoeiende en tijdvretende bezigheid van strijd in de kerk. Er zijn andere dingen te doen, aantrekkelijker bezigheden, zeker in een mooi land als Friesland.
Waarom de zaak nu toch weer zo scheef trekken? Haast mensen persoonlijk in diskrediet brengen? Hen afschilderen als hooghartige, op anderen neerziende mensen? Waarom toch?
Is dat misschien omdat men bang is dat kerkmensen geconfronteerd worden met feitelijke informatie over de stand van zaken in de kerken? Dat je verontrusten daarom maar beter in een negatief daglicht kunt plaatsen zodat mensen kopschuw worden voor hen?

Juist verontrusten hebben zich niet teruggetrokken in een eigen groepje gelijkgezinden. Zij hebben zich voortdurend publiekelijk verantwoord over hun standpunten en visies op de ontwikkelingen in de kerken. Opgeroepen om in regionale vergaderingen te luisteren naar de moeiten en klachten. Gevraagd om hun bezwaren en moeiten te wegen in het licht van Schrift.

In zijn tweede preekpunt roept ds. Tempelman op om samen de weg van Christus te gaan. De vraag is of we het over dezelfde weg hebben. Want wat betekent dat concreet? Daarover DV de volgende keer.

Wordt vervolgd

NOTEN
____________________________________________________________

1 Wellicht leidt de titel van de artikelen tot dit misverstand. Het meervoud van 'Preken' in de titel geeft alleen aan dat het om een serie artikelen over preken gaat waarin m.n. verontrusten en/of onze site het onderwerp zijn. De preek van ds. Tempelman is de vierde die we bespreken en dus niet tegelijk over die van ds. Poortinga. Eerdere preekbesprekingen zijn in dezelfde rubriek Liturgie en eredienst vinden. Het ging om preken van di. H.J. Boersma, Tj. Boersma en G.J. Slotman.
2 NGB art. 29.
3 1Kor. 11:27-34.
4 Veel uitgebreider is hierover geschreven in de rubriek Kerkverband, Ontsimpelen?(6b)-Open antwoord aan prof. De Bruijne; in de rubriek TU-Kampen: Een raadselachtig sterretje; Een verbijsterende redenering en een onbegrijpelijke capitulatie.
5 Volgens het woordenboek: "zodanig uitdrukkend dat de waarheid tekort wordt gedaan". In het kader van zijn artikel zal dr. Paas bedoelen dat er in een bepaalde richting wordt geschreven om een bepaalde doel te bereiken waar 'rustig' feiten anders worden voorgesteld of weggelaten om dat doel te bereiken. In onze gewone omgang zal dat algauw worden getypeerd als: halve waarheden - hele leugens, feiten verdraaien, tendensieus niet de negatieve zin van het woord.
6 Zie www.gereformeerdblijven.nl: De benoeming dr. Paas; Stavaza dr. S. Paas (de stand van zaken).
7 Nader Bekeken, februari 2009. Dr. H.J.C.C.J. Wilschut: "In 1998 pro moveerde dr. Paas op het onderwerp Schepping en oordeel. Een onderzoek naar scheppingsvoorstellingen bij enkele profiten uit de achtste eeuw voor Christus (Hee renveen 1998). Hoe je het ook draait of keert, hierin komt schriftkritiek aan de oppervlakte. De Israëlieten zouden zich etnisch en cultureel niet van de Kanaänieten hebben onderscheiden, maar zich uit hen hebben ontwikkeld. De verhalen van uittocht en intocht zijn theologische reflectie, al staan zij niet helemaal los van de gebeurtenissen. Het scheppingsgeloof in Israël heeft Kanaä nitische wortels en is mogelijk beïnvloed door Egyptische voorstellingen. Zelfs Israëls Godsgeloof schetst Paas op gods diensthistorische manier. JHWH was hoogstwaarschijnlijk een Israëlitische afsplitsing van de Kanaänitische El." Dr. Wilschut komt tot de conclusie dat ""het zich allemaal moeilijk te combineren laat met weat we als Gereformeerde Kerken over de Schrift belijden in art. 2 tot 7 NGB." De predikant constateert dat hier een "onaanvaardbare tegenstrijdigheid" is en vindt de benoeming "onbegrijpelijk".
8 Nader Bekeken, oktober 2009. Ds. Joh. de Wolf haalt de tweede conclusie in de dissertatie van dr. Paas aan: Het scheppingsgeloof is naar alle waar schijnlijkheid van hoge ouderdom.
Ds. De Wolf daarover: "Die conclusie rust o.m. op onderdeel 4.2, waar beweerd wordt dat de eerste ver meldingen van dit geloof uit de vroege koningstijd stammen (p. 119). Hier ver dwijnt Mozes helaas weer in de mist van het verleden. Ook zijn psalm heeft hier kennelijk geen bewijskracht. Terwijl in die psalm van hem, Psalm 90, duidelijk het ontstaan van de aarde met God in verband wordt gebracht (vs. 2). Dit vers wordt ook wel bij Paas aangehaald (op p. 121), maar dan zegt hij dat in dat vers de echo van een heidense thematiek (schepping via zwangerschap van een Hurritische godheid) is te beluisteren.
Dan zie ik toch liever de profeet Mozes op de achtergrond en als auteur van dit gebed. En wat dan te denken van Abram, die in reactie op Melchisedek ook van zijn God als de Schepper van hemel en aarde spreekt (Gen. 14:22)? Is dat een terugprojectie van latere geloofs voorstellingen over God, of is het geloof in God als Schepper misschien zo oud als de mensheid?
Er zou nog veel meer over Paas en dit boek, en over zijn andere bijdragen te zeggen zijn, zowel positief als nega tiet maar voor het doel van dit artikel is het wel genoeg. Het ging mij niet om de persoon en zijn benoeming in Kampen, maar om het onderwerp en de aanpak van zijn boek. Het zal de lezer inmiddels wel duidelijk zijn waarom de verdediging van prof. Kwakkel mijn bezwaren tegen het proefschrift niet echt weggenomen heeft. Er blijven veel kritische vragen over. Dr. Paas pro beerde naar zijn zeggen een middenweg te bewandelen tussen verzet tegen het bijbelkritisch onderzoek van het Oude Testament aan de ene kant en overgave aan de andere kant. Ik ben ervan over tuigd dat dit geen gulden middenweg is gebleken, om het zacht te zeggen. Het is een riskante weg, als het al geen onbegaanbare weg is.
9 De Reformatie 2 mei 2009.
10 Zie rubriek Synodeverslagen, Generale Synode Zwolle-Zuid - Verslag 21.
11 Ds. J.J.T. Doedens, Woord op schrift, Taal en teken van Gods trouw, o.a. pag. 87.