Ethiek

Kerkverband

Signalen

Vijf berichten

29-11-18 Informatieavond DRACHTEN
'Wat is gereformeerd?'
ds. M.A. Sneep, DGK Groningen
'Gereformeerd blijven'
ds. H.W. van Egmond, DGK Opeinde

Kerkgebouw: De Arke, Flevo 161 Drachten
20.00 uur, kerk open om 19.30 uur
Zie ook rubriek Agenda voor details.

23/24-11-18 Logos Tweedaags congres
'Geloof is de sleutel tot kennis'.
Verder info:
www.oorsprong.info

30-11-18 Informatieavond Zuidhorn
Spreker: ds J.R. Visser, GKN Zwolle
Kerkgebouw: De Rank, Westergast 8, Zuidhorn
20.00 uur
Organisatie Studiegroep Midden-Nederland

25-01-19 Informatieavond Zuidhorn
Spreker: dr. P. Boonstra, GKv Bussum-Huizen
Kerkgebouw: De Rank, Westergast 8, Zuidhorn
20.00 uur
Organisatie Studiegroep Midden-Nederland

29-03-19 Informatieavond Zuidhorn
Spreker: J.J. van der Tol, GKv Blije-Holwerd
Kerkgebouw: De Rank, Westergast 8, Zuidhorn
20.00 uur
Organisatie Studiegroep Midden-Nederland


 

 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

De synodalen achterna 2

En Bonhoeffer is de profeet

 

D.J. Bolt

06-04-13

 

De vorige keer gaven we een uitgebreide analyse van het boek De doorgaande revolutie van de godsdienst socioloog dr. G. Dekker. Wel onthielden we ons van inhoudelijk commentaar. Het is nu tijd om in te gaan op wat Dekker over onze kerken schrijft. En niet alleen dat. Want na zijn conclusie dat de vrijgemaakten inderdaad de synodalen achterna gaan, geeft hij ook een belangwekkende waardering van hetgeen hij heeft waargenomen en wijst hij een weg die de vrijgemaakt-gereformeerde kerken zouden moeten gaan, willen ze voortbestaan en bestaansrecht hebben.

Het is natuurlijk een verhaal van een voormalig synodale hoogleraar. Kunnen we daar wel wat mee? Heeft hij, om zo te zeggen, niet heel veel boter op zijn hoofd wat betreft de neergang van zijn eigen kerken? Kan hij als zodanig wel profeet voor ons zijn?
Dat hangt er natuurlijk van af waar Dekker 'staat'. Is hij diep bedroefd over de puinhopen van zijn voormalige kerkgemeenschap? En kan hij van daaruit de vrijgemaakten aangeven waar het is misgegaan en hoe zij zo'n kerkelijke verwoesting kunnen voorkomen? Óf vindt hij de historische gang van de synodale kerken misschien een voorbeeld om te volgen?


Het wordt nog spannender als we de toespraken er bij betrekken die drie vrijgemaakte hoogleraren en docenten van de theologische universiteit bij de boekpresentatie hielden, prof. dr. G. Harinck, prof. dr. M. te Velde en dr. K. van Bekkum. Wat is hun antwoord op het vanouds dreigende en nu geconstateerde de synodalen achterna?


Onderzoek en boek


We willen eerst iets zeggen over het onderzoek en de weerslag ervan in het boek. Het analyseert de ontwikkelingen in de vrijgemaakt-gereformeerde kerken in vergelijking met die die de synodaal-gereformeerde kerken een periode eerder doormaakten. De publicatie is opgenomen in de AD Chartas-reeks (onder "Auspiciën van het Archief- en Documentatiecentrum van de Gereformeerde Kerken te Kampen") en mag dus als een wetenschappelijk verantwoord werk worden gezien.
Wat ons betreft zijn daar wel wat vragen bij te stellen.

 

Bronnen

Het feitenmateriaal komt hoofdzakelijk uit twee bronnen: de Handboeken van de vrijgemaakt-gereformeerde kerken en de geschiedschrijving in Vuur en Vlam. En dat is natuurlijk nogal mager om het zachtjes te zeggen. Zeker  omdat het gaat om een stevig etiket dat met het boek op deze kerken wordt geplakt. Dan mag je toch verwachten dat de zware conclusie 'er is een doorgaande revolutie in deze kerken' wetenschappelijk stevig en breed onderbouwd wordt?
Het hielp natuurlijk niet echt toen tijdens de boekpresentatie wat achteloos werd omgegaan met kritiek op de titel: zo van what's in a name. Dat is gewoon onder de maat. De veroordelende titel die een gevoelige snaar raakt in menige vrijgemaakte ziel moet worden waargemaakt en niet als een aardige woordjesvondst worden gebagatelliseerd. Temeer omdat de conclusies in het boek deze titel proberen te rechtvaardigen.

 

Het is ook wat vreemd dat er niet méér voorhanden bronnenmateriaal is gebruikt. Waarom zijn ook de acta van de generale synoden niet geraadpleegd? In het eerdere boek De stille revolutie wordt dat wel zeer uitgebreid gedaan. Het had hier toch ook heel gemakkelijk gekund nu alle acta op internet beschikbaar zijn?
Waarom zijn er ook niet kerkelijke tijdschriften en websites bij betrokken die immers een schat van informatie bevatten over de ontwikkeling van de kerken?

 

Geen veldwerk

Prof. Dekker heeft zelf aangegeven dat hij niet in staat is geweest om veldwerk te doen.  Dus nader onderzoek van bronnen, maar ook (diepte)interviews e.d. Om zo niet alleen conclusies te trekken uit schriftelijk materiaal maar ook levende opvattingen en overtuigingen van mensen te peilen die deel uitmaken van het hele ontwikkelingsproces. Zonder veldwerk wordt het blikveld nogal beperkt en in bepaalde opzichten ondiep.

Dat wreekt zich meermalen. Zo suggereert Dekker bijvoorbeeld dat op basis van een EO-onderzoek "men rustig mag aannemen" dat bij de vrijgemaakten de praktijk m.b.t. 'geslachtsgemeenschap voor het huwelijk' veranderd is. Dat zou kunnen en is inderdaad waarschijnlijk. Maar het antwoord op de  vervolgvraag is ook van groot belang: is het omdat men de Bijbelse overtuiging op dit punt losliet of omdat men bezweken is voor veel verleiding in onze versekste samenleving. 

 

Een ander voorbeeld is zondagsrust door Dekker ook zelf genoemd. Maar hij vermeldt alleen dat rond de eeuwwisseling de zondag een en ander maal aan de orde werd gesteld. Maar waarom niet de verdere ontwikkeling nagegaan? Dan was hij bijvoorbeeld ook het boek van ds. W. Wierenga tegengekomen waarin deze betoogt dat voor ons de Tien Geboden niet meer geldig zijn en het Vierde Gebod niets meer betekent voor 'werken op de rustdag'. En ook dat hem geen enkele strobreed in de weg is gelegd. Dekker had dit voorbeeld 'mooi' kunnen gebruiken als een illustratie hoe problemen met de leer, leertucht en pluralisme tegelijk aan de orde zijn in onze kerken.


Een enkele keer noemt Dekker wel man en paard, bijvoorbeeld als hij alternatieve opvattingen over de verzoening bij prof. Harinck vermeld. Maar waarom komen niet ook allerlei andere schokkende voorbeelden van schuivende opvattingen concreet in beeld? Bijvoorbeeld: S. Paas (ontstaan van Israël en zijn godsdienst), Van Bekkum (het wonder in Jozua 10), De Bruijne (metaforen theologie), Douma (kadertheorie). Dit soort zaken dat zo'n grote impact heeft, had toch niet aan de aandacht mogen ontsnappen? Dat mag je toch verwachten in een wetenschappelijke publicatie? Temeer omdat hier zeker parallellen met de ontwikkelingen in de synodaal-gereformeerde kerken zijn te ontwaren.

 

Hiaten

Er zijn hiaten in het onderzoek. We noemen er een paar.
Over de prediking in de kerken wordt (bijna) niets gezegd. Ja, de vormgeving van de diensten verandert op grote schaal, constateert Dekker. Maar de prediking staat (stond?) toch altijd centraal in gereformeerde erediensten en heeft een grote invloed op het denken en leven van de kerkmensen? Hoe kan het dat in een gepretendeerd wetenschappelijk onderzoek dit punt niet grondig onder de loep is genomen?

 

Datzelfde geldt ook voor het onderwijs in de kerk. Welke verschuivingen zijn te constateren m.b.t. catechisaties, jeugdverenigingen, mannen- en vrouwenverenigingen, bijbelkringen? Wat is het niveau van ambtsdragers die toch de taak hebben de gemeente te leiden, vooral geestelijk? Welke samenhangen zijn hier met de ontwikkelingen in de synodaal-gereformeerde kerken?

Ook lezen we weinig over de betrokkenheid van mensen bij allerlei vanuit de kerk georganiseerde activiteiten, en dan m.n. bij die op het geestelijke vlak. Als je ontwikkelingen van het gereformeerde leven in je onderzoek wilt vergelijken moet hier toch behoorlijk wat aandacht aan worden gegeven?

Ook aan de huisgodsdienst besteedt Dekker geen aandacht terwijl het een belangrijke graadmeter is voor het geestelijk leven. Hoe ging het in de beschouwde periode met gezins- en persoonlijk Bijbellezen en -studie, het onderwijs van kinderen. Welke (kerkelijke) bladen en kranten worden er (nog) gelezen?

Vrijwel niets hierover dus.

 

Waarom is ook de relatie met de buitenlandse kerken geheel buiten beschouwing gebleven, terwijl er op dat vlak al jarenlang allerlei belangrijke ontwikkelingen gaande zijn?

 

Waarom is er geen analyse van de invloed van de voorhoede van de 'kerkelijke functionarissen zonder directe binding met de plaatselijke gemeenten', zoals Dekker dat noemt, dat hij wel deed voor de synodaal-gereformeerde kerken. Het past een wetenschappelijke studie toch?

 

In de beschouwing over euthanasie en abortus constateert hij dat op officieel niveau dat onderwerp nauwelijks meer aan de orde lijkt te  zijn in de GKv. Maar hij zegt wel: "Maar mogelijk verandert de praktijk van het leven in de GKv wel zonder dat officiële standpunten worden aangepast. Zo kan het verschil met de GKN kleiner zijn dan op het eerste gezicht lijkt." Ja, dat komt er van als er geen veldwerk wordt gedaan.

 

Presentatie

De presentatie van het onderzoek is o.i. meermalen onder de maat. Zo vonden we regelmatig een grote onbalans tussen de omvang van het feitenmateriaal over de synodaal-gereformeerde kerken en dat over de vrijgemaakt-gereformeerde kerken. Bijvoorbeeld als het gaat om de kerk en de nederlandse samenleving is de beschrijving van hetgeen gebeurde in de synodaal gereformeerde kerken maar heel summier in vergelijking met die van de vrijgemaakte kerken.

 

Zo ook bij het onderdeel organisatie. Van de synodaal-gereformeerde kerken wordt alleen begin- en eindpunt genoemd, een vergelijking van de ontwikkelingsgang in beide kerken ontbreekt terwijl er van GKv-zijde soms heel specifieke details worden gemeld, bijvoorbeeld dat ambtsdragers die in een andere gemeente ambtelijk werk doen soms lid blijven van hun eigen gemeente. Je zou juist graag diepgaander en gedetailleerder vergelijking verwachten. Want het is niet niks als Dekker vermeldt dat het christelijke karakter van de van oorsprong (synodaal-)gereformeerde organisaties door de losrakende verbinding met de kerken, in veel opzichten is aangetast.

 

Nog een voorbeeld: gereformeerd onderwijs. Hoe is daarmee omgegaan in vergelijking met het vrijgemaakt-gereformeerd onderwijs? Dekker zegt  niets over de ontwikkelingen in de synodaal-gereformeerde kerken.


Uitgave

In het boek ontbreken ook een trefwoorden- en een personenregister[1]. Dat is tegenwoordig toch een kleine (digitale) moeite? Zonder dat geef je toch geen wetenschappelijk werk uit?

En tenslotte, in deze dure tijden is €19,90 voor zo'n mager boekje van nog geen 150 pagina's A5 formaat een tikkeltje aan de dure kant, lijkt ons. We hebben weleens meer waar voor ons geld gehad.

 

De vraag is dus gerechtvaardigd of het verantwoord was om een boek dat een voor velen zo belangrijke vraag wil beantwoorden wel zo zonder voldoende breed en diep wetenschappelijk onderzoek had mogen worden uitgegeven. Toch lijkt het ons onverstandig om het bij die conclusie te laten en over te gaan tot de orde van dag.

 

Dekkers conclusie

 

"Dit brengt mij tot een conclusie, die ik voorlopig nog niet veel meer dan als een hypothese naar voren zou willen brengen: de vrijgemaakt-gereformeerden zullen in de toekomst ingrijpende veranderingen te zien geven. Zij zullen zich in toenemende mate bij de ontwikkelingen in de samenleving (moeten) aanpassen, juist omdat zij hun geloof op alle aspecten van het leven (willen) betrekken. Zij zullen zich de komende decennia dan ook ontwikkelen in de richting waarin de synodaal-gereformeerden zich ontwikkeld hebben en zij zullen in de toekomst ook weer meer op die synodaal-gereformeerden gaan lijken."

 

Dat zei prof. Dekker in 1994 op het symposium Vijftig jaar Vrijmaking. Nu in 2012 constateert en concludeert hij t.a.v. de vrijgemaakte kerken: 

  • Het ledental zal vrij snel dalen.
  • Er is een steeds grotere openheid naar de (kerkelijke) wereld.
  • Een associatie met de Raad van Kerken wordt voorgestaan.
  • Exclusief-vrijgemaakte organisaties zijn niet (meer) te handhaven.
  • Vele organisaties worstelen met hun identiteit.
  • Er is sprake van een toenemende integratie in de samenleving.  
  • De relatie tussen synode en kerken verzwakt.
  • Een sterke organisatorische groei en professionalisering vindt plaats.
  • De diaconie behoudt nog een zelfstandig(er) positie.
  • Vrouwen zullen passief stemrecht [update 240413] verwerven.
  • Kerkbezoek neemt af, de tweede dienst is in discussie.
  • Variatie in vormgeving is sterk gegroeid
  • Er is grote aandacht voor liturgie.
  • De aandacht verschuift van leer naar leven.
  • Er is een vrijere opvatting over en omgang met de leer.
  • Het aantal leden dat belijdenis doet neemt af.
  • Er is een gevoel op de drempel van een nieuw Schriftverstaan te staan.
  • Een grotere pluraliteit ontstaat, met verontrusting als gevolg.
  • Echtscheiding wordt soms onontkoombaar geacht.
  • Er is nog kerkelijke terughoudendheid t.a.v. niet-gehuwd samenwonen.
  • In de praktijk komt samenwonen steeds meer voor.
  • Men veroorlooft zich meer vrijheid t.a.v. seksualiteit voor en buiten het huwelijk 
  • Opvattingen over homoseksualiteit verschillen onderling nog veel.
  • De gereformeerde levensstijl is langer in ere gehouden.

In heel veel van deze zaken ziet Dekker een bevestiging van zijn hypothese in 1994:

De vrijgemaakten gaan inderdaad de synodalen achterna.
Wel is het tempo van veranderingen lager dan destijds in de synodaal-gereformeerde kerken.

Kernvraag


De kernvraag is nu natuurlijk of Dekkers sociologisch onderzoek deze conclusie rechtvaardigt want er is nogal wat aan te merken op de methode en diepgang van zijn onderzoek. Toch zou het volstrekt onjuist zijn zijn conclusies schouderophalend naast ons neer te leggen, om twee redenen: 

  • De waarnemingen die prof. Dekker beschrijft kloppen. Al jaren signaleren we op deze site gebeurtenissen, uitspraken en ontwikkelingen die sporen met wat Dekker vanuit sociologische invalshoek heeft waargenomen.
  • De situatie is nog ernstiger dan Dekker heeft gepeild. Denk o.a. aan opvattingen van hoogleraren en docenten aan onze universiteit (S. Paas, Van Bekkum, Van der Schee). Maar ook aan een prediking waaruit het zonde-element verdwenen is. Aan kerkbesef dat bij velen ontbreekt. Aan toenemende promotie van allerlei evangelicale praktijken als ministry gebeden en exorcisme.

Op allerlei weging en duiding van Dekker is hier en daar ook best kritiek te oefenen. Een paar voorbeelden.
Dekker legt nogal nadruk op het zelf-gekozen isolement van de vrijgemaakten zonder dat hij er voldoende notie van lijkt te hebben dat een isolement ook opgedrongen kan zijn.
En we menen dat het aantoonbaar eenzijdig is als Dekker suggereert dat de eenheid met de Christelijke Gereformeerden vooral belemmerd is door vrijgemaakte "hindernissen" en "hoge eisen". Dan geef je toch te weinig blijk van inzicht in bijna zeventig jaren van vrijgemaakt zoeken naar eenheid met de CGK.

We gaan op dit moment niet verder in op allerlei feiten die door Dekker zijn aangedragen. Het gaat ons in het vervolg om nog iets anders wat misschien veel bedreigender en fundamenteler is voor de toekomst van de kerken. Daarvoor moeten we naar het laatste hoofdstuk Waardering van Dekkers boek.   


Waardering

Evenals in zijn boek De stille revolutie geeft Dekker ook in zijn boek over de vrijgemaakt-gereformeerde kerken een waardering van de ontwikkelingen. Als socioloog ziet hij ontwikkelingen binnen de kerken mede als gevolg van de veranderingen in de samenleving, in 'de wereld'.
Op drie verschillende manieren kan daarmee worden omgegaan hem. We vatten het nog eens kort samen.

 

Invalshoek secularisatie
De verwereldlijking wordt gezien als indruisend tegen de wil van God en als aantasting van het geloof. De kerk verzet zich er tegen. Alleen waar Bijbels verantwoord, wordt kerkelijk en persoonlijk leven aan de veranderde situatie aangepast.

 

Invalshoek reformatie

De kerken zien de veranderingen in de wereld als uitdagingen. Ontwikkelingen moeten 'gereformeerd' worden. Veranderingen worden bewust zoveel mogelijk geïncorporeerd in het geloofsleven en het kerkelijk bestaan. Het risico dat het actualiseren van het geloof met zich meebrengt moet worden genomen.

 

Invalshoek mondige mens en wereld

De veranderingen en ontwikkelingen in de wereld zijn het gevolg van de groeiende autonomie en mondigheid van de moderne mens.  In principe worden zij gezien als door God gewild. En de kerk accepteert deze. Verzet ertegen is nutteloos en wordt ook niet door de wereld begrepen en gewaardeerd. Bovendien zal de kerk daarbij altijd het onderspit delven.

Menselijke mondigheid en autonomie hoeven niet in botsing te komen met het Godsgezag. God wil het immers zo?

Onmiskenbaar kiest prof. Dekker voor de derde invalshoek. Zijn inspiratiebron blijkt de theoloog Dietrich Bonhoeffer te zijn. Die heeft zijn ogen geopend voor deze noodzakelijke en wenselijke derde invalshoek van de autonome en mondige mens. We geven de laatste twee bladzijden van Dekkers boek in extenso weer om te laten zien hoe diepingrijpend deze opvattingen zijn en hoe zij de gereformeerde kerken, haar geloof en belijdenis in het hart raken.

 

Prof. Dekker:

 

"Volgens Bonhoeffer is er in de geschiedenis een grote ontwikkeling gaande, een ontwikkeling die leidt naar autonomie van mens en wereld. Hij sprak daarover in termen van mondig-wording. (5. Vgl. Dietrich Bonhoeffer, Verzet en overgave (Baarn 2003), p. 358.)

Velen zullen dit met Bonhoeffer eens zijn. Maar het verschil tussen Bonhoeffer en de meeste christenen (en ook de meeste kerken) is dat Bonhoeffer deze ontwikkeling positief waardeert, terwijl de georganiseerde christelijke godsdienst zich er altijd fel tegen heeft verzet. Dit laatste, omdat deze ontwikkeling gezien wordt als een aantasting van de autoriteit van God. Bonhoeffer daarentegen stelt dat het juist de bedoeling van God is dat wij autonoom, mondig worden.

Het gaat hier om de erkenning dat er in de wereld ontwikkelingen plaatsvinden, die in de lijn kunnen liggen van de bedoelingen van God met mens en wereld, ja, die misschien zelfs wel door God gewild zijn, ook al zijn ze niet door individuele christenen of kerken op gang gebracht of bevorderd.


Het is immers evident, dat de vernieuwing van de wereld voor een groot deel niet door gelovige mensen tot stand is gebracht. De vernieuwing van de wereld is dus niet een rechtstreekse vrucht van de vernieuwing van mensen maar volgt eigen wegen. Of die wegen de wegen van de Geest zijn, is niet van te voren te zeggen, maar evenmin van te voren te ontkennen. (6. H. Berkhof, Christelijk geloof. Een inleiding tot de geloofsleer (Nijkerk 1973) P522.)

 

Maar de kerken hebben zich, zoals hiervoor geconstateerd, in de geschiedenis altijd verzet tegen veranderingen die niet door henzelf zijn geïnitieerd. Zij hebben die veranderingen altijd als strijdig met de christelijke godsdienst ervaren en ze dus ook als antichristelijk bestempeld. Het gevolg is dat degenen die de veranderingen bevorderd hebben zich ook omdat zij de veranderingen altijd op het Christendom moesten veroveren, antichristelijk hebben opgesteld. Daardoor is er een onnodig sterke tegenstelling tussen kerk en wereld ontstaan; een tegenstelling en een strijd, waarbij de kerken bij de huidige opstelling altijd het onderspit zullen delven.

Denkend vanuit deze invalshoek zouden de kerken zich niet moeten verzetten tegen die toenemende autonomie en mondigheid, maar zouden zij er het licht van het Evangelie over moeten laten schijnen, opdat de mensen ook goed met die autonomie omgaan. Zij zouden zich tegen allerlei ontwikkelingen in de wereld niet moeten verzetten, maar deze als het ware 'verlichten'. De relatie tussen kerk en wereld wordt daardoor een heel andere.

Gezien vanuit deze invalshoek zijn alle veranderingen die in de vrijgemaakt-Gereformeerde Kerken plaatsgevonden hebben en nog plaatsvinden niet veel meer dan te laat gekomen en te laat komende aanpassingen aan de vernieuwingen die in de wereld plaatsvinden.


God onderwijst nu eenmaal evenzeer de kerk door de wereld als andersom. Erger is, dat de kerk de les vaak te weinig of te laat ter harte heeft genomen. Ze heeft er anderhalve eeuw over gedaan om de les van de Franse Revolutie te leren. (7. Berkhof, a.w., p. 521.)

 

De kerken, ook de vrijgemaakt-Gereformeerde Kerken, zijn zo beschouwd nooit bij de tijd geweest; zij hebben niet Gods werk in deze wereld herkend. Zij worstelen met zich zelf. En ondanks hun 'vernieuwingen' haken veel mensen af, omdat zij  zonder dat zij het vaak onder woorden kunnen brengen of het bewust zo ervaren zich niet meer in die kerk en in die worsteling van de kerk herkennen.

 

Deze drie invalshoeken kunnen ons misschien helpen om meer zicht te krijgen op wat er op het ogenblik in en met de vrijgemaakt-Gereformeerde Kerken gaande is. Zij werpen alle drie verschillend licht op de ontwikkelingen. De eerste twee invalshoeken zijn ons het meest vertrouwd en het is voor een belangrijk deel een kwestie van waardering van de christelijke traditie en waardering van hetgeen in de samenleving gebeurt waaraan we de voorkeur geven. De derde invalshoek is voor velen in het kerkelijk leven nieuw. Maar die invalshoek werpt wel een nieuw licht op de verhouding tussen kerk en wereld.


Het moet toch niet zo zijn dat het Christendom, dat vroeger zo enorm revolutionair begonnen is, nu voor altijd conservatief is? Dat iedere nieuwe beweging zich een weg moet banen zonder de kerk, dat de kerk altijd pas twintig jaar later inziet wat er eigenlijk gebeurd is? (8. Aldus Bonhoeffer in een in Berlijn gehouden preek, geciteerd in Dietrich Bonhoeffer Een thematisch dagboek, samengesteld door Gerard Dekker (Zoetermeer 2011), p. 172.)

 

Zo gezien is het goed onderkennen van de aard van de ontwikkelingen rond en in de vrijgemaakt-Gereformeerde Kerken niet in de laatste plaats tevens van belang voor de positie van het Christendom in de Nederlandse samenleving."

 

 

Tot zover de finale 'waardering' van Dekker in het boek De doorgaande reformatie. Het is duidelijk dat niet hier alleen 'gewaardeerd' wordt maar ook een dringend advies aan de vrijgemaakt-gereformeerde kerken gegeven om het roer om te gooien. Want deze hebben nooit Gods werk in de wereld herkend en zijn altijd met zichzelf bezig geweest.
Toe maar.

Dekker en Bonhoeffer


Laten we nog eens wat meer kennisnemen van de opvattingen van Bonhoeffer en enthousiaste volgeling Dekker. We gebruiken daarvoor een artikel dat Dekker 21 november 2011 schreef[2] onder de titel De actualiteit van Dietrich Bonhoeffer. We nemen het in extenso over. Het is wat lang maar het geeft ons een noodzakelijk diep inzicht in de richting die wordt gewezen.

"
De in de vorige eeuw bekende en spraakmakende theologe Dorothee Sölle zei eens dat de enige Duitse theoloog die in de eenentwintigste eeuw nog de moeite waard zal zijn om te lezen Dietrich Bonhoeffer zal zijn. Het ziet er naar uit dat zij gelijk zal krijgen. Aan geen enkele theoloog is in het begin van deze eeuw zoveel aandacht besteed als aan Dietrich Bonhoeffer, de theoloog die in het begin van de vorige eeuw leefde en werkte als docent aan de universiteit van Berlijn en (in binnen en buitenland) als predikant, en die een leidende functie vervulde in de toenmalige Belijdende Kerk. Er zijn in de loop van de tijd al meer dan 50.000 studies over hem verschenen en er is een internationaal Bonhoeffer Werkgezelschap met in veel landen (ook in Nederland) een afdeling, waar gewerkt wordt met de erfenis die Bonhoeffer heeft achtergelaten.

Vanwaar die belangstelling? Daar zijn, denk ik, verschillende redenen voor. Er is de persoon Bonhoeffer, die zich immers met hart en ziel verzet heeft tegen het Hitlerregime en die als gevolg daarvan de laatste jaren van zijn leven in gevangenschap heeft moeten doorbrengen en vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog op persoonlijk bevel van Hitler werd vermoord. En er zijn zijn vaak revolutionaire opvattingen over God, over Jezus, over het geloof en over de bijbel, die in veel opzichten afwijken van de onder veel christenen levende opvattingen en die veel christenen aan het denken hebben gezet. Hij bleek in staat  in zijn gedachtewereld en in zijn leven diepe vroomheid en radicale betrokkenheid op de wereld te combineren, waardoor hij veel mensen heeft geïnspireerd.
Hier wil ik wijzen op één aspect van zijn hele gedachtewereld, een aspect waardoor hij ook nu nog actueel is, en dat betreft zijn waardering van de ontwikkeling van de wereld in het licht van het christelijk geloof. En dan doel ik op het ontstaan van de moderne wereld als gevolg van de ontwikkelingen in met name de laatste eeuwen.


Mondig


Er is, zo schrijft Bonhoeffer in een van de brieven die uit de gevangenis zijn gesmokkeld, een grote ontwikkeling, die naar de autonomie van de wereld leidt. God als werkhypothese is overwonnen; het is een kwestie van intellectuele redelijkheid deze werkhypothese te laten vallen of ze uit te schakelen voor zover dit maar enigszins mogelijk is. De kennis omtrent de wereld en de mogelijkheden om deze wereld vorm te geven zijn in de loop van de tijd sterk toegenomen. En de mensen weten zich daarin in toenemende mate onafhankelijk van buiten hen liggende krachten, ook dus van God. Althans van de God die, zoals Bonhoeffer het formuleert, functioneert als de gaatjesvuller, als stoplap, dat wil zeggen de God die wij met name nodig hebben wanneer onze kennis en onze capaciteiten tekortschieten.

Deze ontwikkeling werd en wordt met verschillende termen aangeduid. De grote socioloog Max Weber sprak in de vorige eeuw over de onttovering van de wereld. Daarmee doelde hij op de modernisering van de samenleving, waardoor wetenschappelijke verklaring belangrijker werd dan geloof en waarin gehandeld wordt op basis van ons rationele denken. Bonhoeffer zelf spreekt vooral over het mondig worden van de wereld. Waarbij hij zonder twijfel dacht aan de omschrijving die de filosoof Kant gaf van de Verlichting, namelijk het uittreden van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft.
Onmondigheid wordt dan gezien als het onvermogen zich van zijn verstand te bedienen zonder de leiding van een ander, ook dus zonder de leiding van een kerk, van een godsdienstig denken of van God. Vandaar dat Bonhoeffer in het hiervoor gegeven citaat ook het woord ‘autonomie’ gebruikt. Anderen, met name in de christelijke wereld, duiden deze hele ontwikkeling aan met de term secularisatie, omdat men ziet dat door deze hele ontwikkeling God en godsdienst naar de rand van het leven worden verdrongen.

Deze termen drukken duidelijk een verschillende waardering van de ontwikkeling van de wereld aan. Webers term, de onttovering van de wereld, is vooral beschrijvend van aard. Maar de termen secularisatie en mondigwording drukken een zekere waardering uit.
Bonhoeffer gebruikt in zijn beschrijving en waardering van het steeds meer autonoom worden van de wereld niet de term secularisatie. Ja, hij had zelfs een afkeer van de negatieve, veroordelende klank van dit woord. Hij stond positief tegenover het autonoom, het mondig worden van mens en wereld. Dat was een nieuw geluid. Want het overheersende christelijke denken stond er negatief tegenover. Nog in de jaren vijftig van de vorige eeuw schreef de gereformeerde ethicus Brillenburg Wurth (waarlijk geen conservatieve theoloog!) in de Christelijke Encyclopedie: Tegelijk echter gaat deze wereld steeds meer de weg van de zondige emancipatie op. Ze voelt zich zoals nooit te voren mondige wereld (Bonhoeffer). Ze acht zich volledig selfsupporting. Van God afgevallen en steeds meer zich van Hem vervreemdend gaat haar leven steeds duidelijker het karakter van Eigengesetzlichkeit [eigenwettelijkheid] dragen.’


God en mens niet tegenover elkaar


In dezelfde brief waaruit ik hierboven citeerde schreef Bonhoeffer: Waar is nog ruimte voor God, vragen angstige zielen zich af; en omdat ze op deze vraag geen antwoord weten, verdoemen ze de hele ontwikkeling die hen in een dergelijk moeilijk parket bracht. Dat was de houding van het grootste deel van de christenheid: een veroordeling en afwijzing van deze gang van zaken. Met als gevolg dat we in de situatie zijn terechtgekomen waarin het mondig worden van de wereld en de hele beweging van de Verlichting enerzijds en de christelijke godsdienst anderzijds als twee tegenover elkaar staande verschijnselen worden ervaren. Volgens sommigen is er zelfs een niet te overwinnen tegenstelling tussen deze twee werelden. Zoals een theoloog en kerkelijke  functionaris onlangs nog zei dat we door onze zonden en door het filosofisch denken van de Verlichting de hemel toegesloten hebben; maar dat bij God alles mogelijk is, zelfs dat we weer naar de tijd van voor de Verlichting teruggaan.

Bonhoeffer maakt ons er overigens op attent dat het christendom hier zelf een tegenstelling heeft gecreëerd. De Verlichting was immers niet per definitie antigodsdienstig; er waren zeer gelovige verlichtingsfilosofen. Maar het christendom heeft de hele beweging van het autonoom worden, het mondig worden van de wereld van het begin af aan als antichristelijk bestempeld. Het gevolg was dat elke stap in de richting van het mondig worden op het christendom veroverd moest worden en dat die beweging in de richting van het mondig worden zichzelf daardoor ook als antichristelijk is gaan beschouwen en benoemen. Zoals Bonhoeffer het formuleerde: God en Christus worden bestempeld en gebruikt als tegenstanders van deze ontwikkeling en naarmate men dat doet, gaat deze ontwikkeling zichzelf beschouwen als antichristelijk. De benoeming en verwoording van die ontwikkeling beïnvloedde dus de verdere ontwikkelingen en versterkte de tegenstelling tussen Verlichting en christelijke godsdienst.

Een dergelijke ontwikkeling heeft zich in Nederland ook voorgedaan met betrekking tot het socialisme. Vanaf de opkomst van het socialisme heeft de kerk zich tegen deze beweging verzet. Daardoor kwam het socialisme ook in verzet tegen de kerken en heeft het zich publiekelijk, tot in de jaren dertig van de vorige eeuw, tegen godsdienst verklaard; hetgeen de strijd tussen christendom en socialisme versterkte. En nog is de spanning tussen het christelijk godsdienstig leven en het socialisme niet verdwenen, zoals nog regelmatig, bijvoorbeeld in het politieke, maar ook in het kerkelijke leven, te constateren valt. Dat het ook anders had gekund bewijst de geschiedenis in Engeland, waar een sterke Christen Socialist Movement is ontstaan, waardoor er vanaf het begin geen tegenstelling tussen christelijke godsdienst en christelijke kerk enerzijds en het socialisme anderzijds werd ervaren. Ook dit voorbeeld bewijst (en daarom noem ik het) hoe belangrijk de woordelijke benoeming van verschijnselen en ontwikkelingen voor het verdere verloop van die ontwikkelingen kan zijn.

Bonhoeffer heeft de negatieve houding van de christelijke godsdienst tegenover het mondig worden van de wereld scherp veroordeeld: De aanval van de christelijke apologetica op de mondigheid van de wereld vind ik in de eerste plaats zinloos, in de tweede plaats onfatsoenlijk en in de derde plaats onchristelijk.
Zinloos, omdat het mij een poging lijkt volwassenen terug te wijzen naar hun puberteit, hen afhankelijk te maken van dingen waarvan ze niet meer afhankelijk zijn, hun problemen aan te praten die geen problemen meer voor hen zijn.
Onfatsoenlijk, omdat hier de zwakheid van de mens wordt uitgebuit om hem te winnen voor een doel dat hem vreemd is, dat hij niet vrij gekozen heeft.
Onchristelijk, omdat Christus hier verward wordt met een bepaalde fase in de religieuze ontwikkeling, dat wil zeggen met een menselijke wet.

Door vast te houden aan de tegenstelling tussen de mondig wording van de mens en het christelijk geloof zijn velen met hun geloof in de knoop gekomen. God en mens werden als het ware tegenover elkaar gesteld en tegen elkaar uitgespeeld. De overheersende gedachte in de traditionele christelijke godsdienst was dat het optreden en de macht van de mens ten koste gaat van de macht, de autoriteit van God. Dat betekende dus dat men als christen niet kon deelnemen aan de hele beweging in de richting van autonomie en mondig wording van mens en wereld, en zich dus als het ware moest terugtrekken uit de wereld, dat men het bestaande geloof in God moest loslaten. En het was met name het laatste wat gebeurde.


De mens als medewerker van God


Ik zeg met nadruk: het bestaande geloof in God, een geloof in God dat gebaseerd is op de idee van een God die almachtig is en waarvan de mens dus in al z’n doen en laten afhankelijk is. Waardoor de mens dus niet mondig mag en kan worden, omdat dat aan Gods macht tekort zou doen. Dat is het geloof dat hoort bij een bepaalde fase van de religieuze ontwikkeling (zoals Bonhoeffer het formuleerde). Dat Godsidee moeten we volgens Bonhoeffer loslaten. We moeten op een andere wijze over God gaan denken. Hetgeen direct gevolgen heeft voor onze opvattingen over de relatie tussen God en mens. Kort, te kort geformuleerd: niet de mens als concurrent van God, maar de mens als medewerker van God. En dat kan als we de menswording van God maar serieus nemen, want God is mens geworden! De menswording van God speelt dan ook in de gehele gedachtewereld van Bonhoeffer een grote rol.
Dan komt de mondigheid van mens en wereld niet tegenover God te staan, gaat de mondigheid van mens en wereld niet ten koste van God en het geloof in God, maar is deze mondigheid juist overeenkomstig de bedoelingen van God met mens en wereld en ligt deze mondigheid juist in het verlengde van het geloof in God. Dan kan men dus juist vanuit het christelijk geloof positief staan tegenover de groeiende autonomie van mens en wereld. Wanneer Jezus, zo merkte Bonhoeffer eens op, niet zichzelf maar zijn discipelen het zout noemt, dan draagt hij de werkzaamheid op aarde aan hen over. Hij betrekt hen in zijn werk. (Ter voorkoming van misverstand: dit betekent uiteraard niet dat men positief komt te staan tegenover alle ontwikkelingen en resultaten van die ontwikkelingen die zich in het kader van die groeiende autonomie voordoen er is voldoende om kritisch tegenover te staan, daar had ook Bonhoeffer weet van maar het gaat om het feit dat mens en wereld steeds autonomer, steeds mondiger kunnen en mogen optreden).

Bij Bonhoeffer dus geen tegenstelling tussen God en mens en tussen God en wereld. Integendeel, het gaat God om mens en wereld en niet zoals nog veel christenen schijnen te denken om de kerk; zelfs niet om de christelijke godsdienst. Het gaat in het geloof om de wereld en de mensheid.
Om de wereld, want het geloof wordt in de wereld beleefd en niet daarbuiten. Met de woorden van Max Weber: geen buitenwereldlijke gelovigheid (ausserweltlichen Askese), maar binnenwereldlijke gelovigheid (innerweltlichen Askese). En om de mens, het menszijn. Op talrijke manieren heeft hij daar uitdrukking aan gegeven: Christenzijn betekent niet op een bepaalde manier religieus zijn, het betekent mens zijn. En: Jezus roept niet op tot een nieuwe religie, maar tot het leven.
Dat God en deze wereld alles met elkaar te maken hebben, ja, in elkaars verlengde liggen, is nauwelijks sterker uit te drukken dan Bonhoeffer heeft gedaan toen hij schreef: Als u God wilt, houdt u dan aan de wereld. Dezelfde gedachte komt tot uitdrukking in zijn uitspraak: Als u de eeuwigheid wilt vinden, dien dan de tijd.

Nog steeds wordt er zowel door veel christenen als door veel niet-christenen die volop in de wereld bezig zijn een tegenstelling tussen het christelijk geloof en het steeds autonomer worden van de wereld ervaren en uitgesproken. Dat laatste is vooral het geval als die autonomie toegeschreven wordt aan een bepaalde invulling van de Verlichting. Deze opvatting en houding maken naar beide zijden slachtoffers, zowel naar de zijde van het geloof als naar de zijde van de wereld. Naar de zijde van het geloof, omdat christenen die wereldlijk leven vaak het geloof waarin zij zijn opgegroeid voelen aangetast; zij krijgen daar steeds meer moeite mee, zij kunnen dat steeds moeilijker met hun geloof in overeenstemming brengen. Maar ook naar de zijde van de wereld, omdat christenen zich tegen allerlei ontwikkelingen verzetten, als zij met de ontwikkelingen meegaan, dat vaak met aarzeling en terughoudendheid doen. Met als gevolg dat zij in hun optreden vaak conservatief zijn of als zodanig worden ervaren.
Bonhoeffer kan ons leren dat men met een bepaalde geloofsopvatting en houding volop aan het steeds autonomer, het steeds mondiger worden van de wereld kan meewerken. Ja, dat geloof in een God, wiens doel immers een nieuwe aarde is, waarin Hij alles in allen zal zijn, van een christen zelfs vraagt om wereldlijk te leven. En, hoe merkwaardig dat ook mag klinken, zo’n wereldlijk leven kan het geloof juist weer versterken. Dat is althans de ervaring van Bonhoeffer blijkens een van zijn uitspraken: dat hij heeft ervaren en ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat.

Nog steeds heeft Bonhoeffer christenen veel te zeggen, vooral ook als het gaat om hun houding tegenover en hun staan in de wereld. Daarom is het geen wonder dat velen nog door hem en door zijn gedachten geboeid zijn. Want die gedachten zijn nog volop actueel.
"

Tot zover Dekkers artikel uit 2011.


Uitleggen

 

Dekkers artikel gewaagt van een enorme belangstelling[3] voor Bonhoeffer. Die belangstelling is verklaarbaar uit historisch oogpunt. Deze man heeft intensief weerstand geboden tegen Nazi-Duitsland en dat uiteindelijk met de dood moeten bekopen. Dat blijft boeien. Temeer omdat hij een erudiete en zeer geleerde theoloog was. Zijn leven had zo anders kunnen verlopen als hij iets mee was gaan buigen met de geest van de tijd. Maar hij deed het niet en bood actief tegenstand. Met alle gevolgen van dien. Dat verdient grote sympathie.
Tegelijk, als Bonhoeffers opvattingen boven ook maar enigszins correct zijn weergegeven dan zal ieder, zelfs de beginnende gereformeerde catechisant aanvoelen dat hier bepaald geen Schriftuurlijke gereformeerde leer wordt uitgedragen. Integendeel, wordt hier niet de taal gesproken van de autonome ontspoorde paradijsmens? We lichten dat hier nu niet toe. Dat hopen we later te doen.

Waar het ons nú om gaat is of die overweldigende aandacht voor Bonhoeffer en zijn theologie ook valt waar te nemen in onze gereformeerde wereld. Dat zou je in principe niet verwachten voor een persoon wiens gedachten op fundamentele punten zozeer haaks staan op de gereformeerde leer dat 'omdenken' van vele geloofsstukken nodig wordt. Het is verbazingwekkend, maar ook in onze kringen blijkt de aandacht voor Bonhoeffer uitbundig en groeiend te zijn. Een paar voorbeelden. 

  • In 1999 betrok prof. dr. B. Kamphuis van de TU in Kampen ook Bonhoeffer in zijn promotiestudie[4]. Sinds die tijd kan hij als een adept van Bonhoeffer worden beschouwd. "Bonhoeffer is voor mij een voorbeeldig theoloog gebleven, zowel in zijn levensgang als in de inhoud van zijn theologie"[5].
  • Prof. dr. G.C. den Hertog werkte mee aan de vertaling van Bonhoeffers boek Ethik' dat in maart 2012 in vertaling uitkwam.
  • Een drietal hoogleraren, prof. dr. G.C. den Hertog en prof. dr. J. Maris beiden TU Apeldoorn, schreven samen met prof. dr. B. Kamphuis het boek Dietrich Bonhoeffer, de uitdaging van zijn leven en werk voor nu. Het boek is vol lof over Bonhoeffers opvattingen en bevat maar zeer weinig kritiek.
  • AKZ+, een gezamenlijk project van de TU Apeldoorn, de TU Kampen en de Gereformeerde Hogeschool Zwolle geeft dit voorjaar op twee plaatsen een cursus Bonhoeffer, profeet van de 21ste eeuw (€ 140).
  • Het Nederlands Dagblad organiseert eind mei een zevendaagse Bonhoefferreis door Duitsland (€ 945, al volgeboekt!). De reis staat onder leiding prof. B. Kamphuis en prof. G.C. den Hertog.
     
  • Begin juli organiseren NetwerkTijdVoorActie en het ND voor jongeren een zevendaagse reis over het werk en de persoon van Bonhoeffer[6]. De reis voert naar Duitsland en Polen (€ 499). Want zo wordt gemotiveerd: "zijn gedachtegoed is nog steeds actueel en relevant".

Naar ons gevoel moet er zo langzamerhand iets worden uitgelegd. Want we begrijpen het niet meer.
Er is kennelijk een groot enthousiasme over Bonhoeffers gedachtegoed. Zo groot blijkbaar dat er 'bedevaarten' voor jong en oud worden georganiseerd. Dan moet er toch wel heel wat waardevols zijn te beleven.
De prangende vraag is dan wat we van deze Barthiaans georiënteerde "profeet van de 21ste eeuw" zo nodig moeten leren. Wat proberen de hoogleraren Harinck en Kamphuis (Kampen), en Den Hertog en Maris (Apeldoorn) ons bij te brengen? Is dat in lijn met wat we hierboven hebben weergegeven van prof. Dekker?
Ergens citeert prof. Dekker, en hij haalt dat opnieuw aan in zijn conclusies:

"Bij veel onderwerpen van gesprek [in de GKv, djb] krijg je het gevoel dat we op een drempel staan van een nieuw begrijpen van de Schrift"[7].
 
Wat is er aan de hand?, vragen we. Waar zijn deze voormannen van de gereformeerde universiteiten en de gereformeerde hogeschool mee bezig? Werken aan de weg die Dekker wijst misschien?

Bij de presentatie van De doorgaande revolutie kregen drie sprekers, allen docenten van de TU Kampen het woord om het een en ander naar voren te brengen als reactie op Dekkers boek. Gaven zij misschien duidelijke antwoorden op onze vragen? Bleek daar bijvoorbeeld ondubbelzinnig en frontaal afwijzen van de waardering van de auteur?

We willen in de volgende afleveringen van De synodalen achterna hier wat meer helderheid over proberen te krijgen.

 

Wordt vervolgd



[1] Wel in De stille revolutie.

[2] Het is te vinden  op de website www.theoblogie.nl. Het verscheen op 19 november 2011 het in verkorte vorm in het Friesch Dagblad.

 

[3] Dekker schreef o,m. Leren geloven met Bonhoeffer, Heeft de kerk zichzelf overleerd?, 366 tekstfragmenten van Dietrich Bonhoeffer.

[4] Dissertatie Boven en beneden: het uitgangspunt van de christologie en de problematiek van de openbaring nagegaan aan de hand van de ontwikkelingen bij Karl Barth, Dietrich Bonhoeffer en Wolfhart Pannenberg (Kampen: Kok, 1999)

[5] De Reformatie, 23/03/12. P286.

[6] ND 4/4/13

[7] De doorgaande revolutie, p96, p125. Hij baseert dat op een uitspraak van ds. J.H. Kuiper in het Jaaroverzicht van het vrijgemaakte Handboek 2004, p417.