Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

geen berichten



 

 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

MV in Drachten

 

D.J. Bolt
15-05-14

 

Het zal weinig vrijgemaakten ontgaan kunnen zijn dat de generale synode van hun kerken voor de taak staat een Schriftuurlijke en fundamentele beslissing te nemen over de kwestie van de vrouw in het ambt. De zaak wordt als cruciaal gezien in de ontwikkelingen van onze kerken en vormt een exponent ervan. Bij de besprekingen zullen ook afgevaardigden uit het buitenland aanwezig zijn. Dat onderstreept nog eens extra de grote betekenis van de te nemen besluiten.

Ondertussen is er de afgelopen tijd al veel gepubliceerd over de vrouw in het ambt in kranten, boeken en bladen. Ook wij hebben daar het nodige aan bijgedragen.

De zaak is zelfs onderwerp van preken die we de laatste tijd hebben gehoord. Daar willen we in deze rubriek wat aandacht schenken zoals we dat eerder deden wanneer de kansel werd gebruikt voor het verspreiden van bepaalde opvattingen.

 

Zo hoorden we afgelopen zondag een preek over de dochters van Selofchad. Ds. T.P. Nap van Drachten-Oost sprak over deze geschiedenis die hij rechtstreeks toepaste op de benadering van het vraagstuk MV waar de synode zich de komende zaterdag en dinsdag (weer) over gaat buigen.

Naar verluidt is er ook op andere plaatsen over deze Bijbelse geschiedenis gepreekt. Kennelijk valt er iets uit te leren over de positie van vrouwen in de kerk. De preek zoals ds. Nap die in Drachten hield kan worden beluisterd op de website www.kerkdienstgemist.nl, kies achtereenvolgens Frylân, Drachten, GKV Drachten-Oost en Drachten-Zuid/West, opname 11 mei 08.45.

 

We willen de preek hier bespreken en er enkele conclusies uit trekken. Dat doen we door eerst het betoog, 'de lijn' in de preek, zakelijk weer te geven. Uiteraard is het aan te bevelen eerst zelf de hele preek op internet te beluisteren. Dat zal niet zwaar vallen want ds. Nap kan onderhoudend spreken.

Na de weergave van de hoofdlijn in de preek willen we het een en ander overwegen en ons afvragen of het ten berde gebrachte helpt om een beter zicht te krijgen op de zaak van de vrouw in het ambt.

 

Lezen Numeri 27:1-11 en 36:1-12
Tekst Numeri 27:6,7a en 36:5

 

De lijn

 

God heeft bevolen het land Kanaän te verdelen onder de stammen van Israël naar grootte en omvang van de families. Daarbij worden 'land' en 'naam' vast verbonden.  Via het erfrecht van zonen werd dat stevig verankerd voor de toekomst. Zonen erfden het land, dochters niet, zie de lange lijst mannen in Numeri 26. Zo leefden de vaderen in hun 'naam' verder.

 

De dochters van een zekere Selofchad uit de stam Manasse komen met een probleem bij Mozes: hun al overleden vader heeft geen zonen, dus zou aan zijn nazaten geen land worden toegewezen en de naam van vader in vergetelheid raken. Dat vinden ze niet eerlijk.

Het gaat hun dus niet om hun eigen positie maar om het voort klinken van de naam van hun vader.

 

Deze volwassen-gelovige tienermeisjes hebben Gods bedoeling begrepen en zijn hart gepeild. Ze proberen Gods wet en regel te verbinden met het leven en stellen daarom haast vrijpostig-kritische vragen aan God.

 

Kennelijk klopt er dus iets niet met de regels van God. En dus gaan de meisjes naar Mozes en leggen het hem voor. Mozes neemt hen serieus en geeft hun openlijk gelijk. Hij vraagt God zelf om een uitspraak te doen. Een nieuwe wettelijke regel bepaalt dat voortaan in deze situatie bezit mag overgaan op dochters van een overleden vader. God past zijn regel aan.

 

Echter familiehoofden van de Manasse/Gilead melden dan een volgend probleem aan Mozes en de leiders. Als de meisjes Selofchad trouwen buiten hun stam, gaat het weer mis want dan gaat alsnog het land over naar een andere stam. De regels botsen dus.

 

Opnieuw geeft Mozes de vragers gelijk. En God waardeert deze kritische inbreng en sluit een compromis: de dochters mogen blijven erven maar moeten wel trouwen binnen de stam.

 

De meisjes accepteren dat want ze zoeken zichzelf niet maar het belang van de naam van hun vader. Dus trouwen ze binnen hun stam en krijgen hun erfdeel. Het gaat hen dus niet om de rechten van de vrouw of hun eigen positie. Tegelijk heeft God zo ook wel de positie van vrouwen in Israël wat verbeterd.

 

Opmerkelijk is dat God twee keer kritiek krijgt en twee keer zijn regels gewillig aanpast.

Ook in het Nieuwe Testament geeft God regels, zij het minder uitgewerkt. De vraag is hoe die wetten en regels verbonden zijn met het hart van God, met zijn plan, het koninkrijk, het beloofde land dat komt.

We moeten niet als een slaaf krampachtig met regels omgaan omdat we zekerheid en duidelijkheid willen. We moeten niet bang zijn voor verandering. En ook niet losgeslagen,  niet met regels te maken willen hebben, want dan ben je nog niet volwassen.

Het gaat erom Gods bedoeling te begrijpen en te vertalen naar het leven. Als je dat doet wordt Hij daar blij van en geeft zelfs complimenten.

 

Zo'n nadenkend leven lokt Hij uit. Want Hij wist natuurlijk best dat er gaten in zijn wetgeving zaten. Als je eerlijk een echt probleem hebt moet je net als die wijze meisjes en mannen naar God gaan. Niet op eigen houtje oplossingen zoeken maar overleggen met medechristenen. En je bij een oplossing neerleggen ook als die je niet helemaal aanstaat.
Dus zoekend en vragend, want wie zoekt die vindt, wie bidt die zal gegeven worden.
En oogkleppen af, voorzichtig en niet eigenwijs zijn, openstaan voor nieuwe antwoorden.

 

Tot zover de preek.

 

Overweging

 

Het is een bijzondere geschiedenis met deze jonge dochters van Selofchad. Ook erg leerzaam. Ds. Nap zegt er mooie dingen over. Het is goed dat er aandacht is voor deze oude bijzondere gebeurtenis in Gods kerk. Het helpt ons godvrezend te denken en te handelen als leden van het nieuwtestamentische Israël.

 

Toch voelen we moeite bij deze verkondiging die staat in de context, om dat woord ook maar eens hiervoor te gebruiken, van de kwestie van de vrouw in het ambt. We geloven de predikant graag dat hij niet bedoelt de toehoorders zijn mening over deze zaak mee te geven. Maar degene die de discussies tot nu toe heeft gevolgd ervaart toch voortdurend dat het er wel degelijk over gaat! Eigenlijk nog sterker, de richting waarin de preek de luisteraars wil hebben maakt hen al voor een belangrijk deel weerloos, zo niet laat capituleren voor het type argumentatie in het deputatenrapport.   

Dat is natuurlijk een nogal verstrekkende bewering. We willen proberen dat te onderbouwen.

 

Gods wet

 

Een ontvangen erfdeel blijft bezit in de lijn van de mannelijke lijn van de geslachten. Dat is Gods wet. Zonen erven van hun vader. Zijn naam blijft bekend en behouden in Israël. Een naam heeft grote betekenis in het volk. Talloze namen hebben vaak een diepe geestelijke betekenis.

Niet alleen de mens maar ook de Here zelf hecht bijzonder aan zijn Naam en geeft daar een grote lading aan. Denk aan zijn antwoord Ik ben Die Ik ben als Egyptenaren vragen wie die God van Israël toch wel is.

Het derde gebod verbiedt misbruik van zijn Naam. Talloze keren gebiedt de Here in de Schrift zijn Naam te eren en toornt Hij over ontheiliging daarvan.

Psalm 87 jubelt over Jeruzalem als de stad waarin de heidenen zullen worden ingehaald. Zij zullen de naam van Sions kinderen dragen!

 

De waardering van de naam is maar niet een oudtestamentische specialiteit. Ook in het Nieuwe Testament waakt de Here over zijn Naam. De geslachtsregisters van onze Heiland vermelden al de namen van de geslachten waaruit is Hij is voortgekomen, teruggaand tot op Adam!

We worden gedoopt in de Naam van de drie-enige God. God verbindt zijn Naam aan onze naam. Uw Naam worde geheiligd hebben we van de Here Jezus leren bidden. Johannes ziet in zijn visioen een Man op een wit paard die Getrouw en Waarachtig wordt genoemd, zijn Naam is het Woord van God!

Ook wíj hebben een naam bij God. Ze staan geschreven in het Levensboek. En als we overwinnen krijgen we eens van Christus een nieuwe naam, op een witte steen.

Hoe belangrijk is de Naam van God en ook onze naam. Genoeg stof om er bij wijze van spreken een serie preken over te houden.

 

Het gaat dus niet om een triviale zaak van simpelweg wat piketpaaltjes slaan in het beloofde land maar om een diep gemotiveerde fundamentele wetgeving en rechtspraktijk in Gods rijk. Dáárom beslissen Mozes, de hogepriester Eleazar, de vorsten en 'de gehele vergadering' maar niet op eigen houtje. Want het gaat om Gods Naam in de lijn van de geslachten, in de geschiedenis van het Verbond!

 

Problemen

 

Er rijzen problemen bij de praktische uitvoering van Gods wet. Want een Israëlitische man heeft geen zonen en zijn naam en erfdeel zouden verdwijnen uit de geschiedenis van zijn stam. Hoe moet dit verder?

Wat o.i. cruciaal is hier, dat is dat het niet gaat om een poging Gods wet te veranderen doordat de meisjes van Selofchad zoiets gaan vragen als vrouwen voortaan ook te laten delen in de erfenis. Het gaat er hen juist om naar deze wet naam en grondgebied bij elkaar houden, te handhaven. Dat is de bedoeling.

 

Het is dus naar onze overtuiging daarom niet goed te suggereren dat Gods zijn wet repareert, of dat Hij ons zou uitlokken en uitdagen om gaten in zijn voorschriften te dichten die Hij dáárvoor in zijn wetgeving heeft laten zitten. Deze geschiedenis roept ons niet op na te denken om een oplossing voor problemen te bedenken maar om zich aan Gods gegeven wet te onderwerpen, ook in een 'context' die dat moeilijk maakt of zelfs lijkt te verhinderen. Mozes komt dan ook niet met eigen creatieve ideeën.

 

Daarbij moet ook bedacht worden dat het probleem van de meisjes 'van buitenaf' komt: het is een feit, er zijn geen broers. Het is a.h.w. een situatie van overmacht. Niemand kan daar wat aan doen.
Dat is anders met het tweede probleem. De meisjes zouden een probleem hebben kunnen veroorzaken door te gaan trouwen buiten hun stam en zo Gods wet van het erfdeel niet eerbiedigen. Maar dat doen ze niet. Hun luisteren naar Gods Wet krijgt  daadwerkelijke invulling in hun eigen leven, hoe beperkend dat misschien ook mag zijn ervaren!

 

Vergelijking 1

 

Laten we een paar vergelijkingen maken met de zaak van de vrouw in het ambt.

In de eerste plaats, de Here heeft bij monde van Paulus een uitdrukkelijk gebod/verbod gegeven t.a.v. de taak van vrouwen in de kerk, compleet met een expliciete fundering in schepping en zondeval!:

 

Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, 12 maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden. 13 Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva. 14 En Adam heeft zich niet laten verleiden, maar de vrouw is door de verleiding in overtreding gevallen; 15 doch zij zal behouden worden, kinderen ter wereld brengende, indien zij blijft in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid. (1Tim. 2:11-13)

 

Dat is in lijn met andere uitspraken in de Schrift als in 1Kor.11 en 1Kor. 14. En ook en vooral met de doorlopende lijn in Oude en Nieuwe Testament. Altijd is het regeren een taak van mannen geweest. Het is in de discussie de laatste tijd uitentreuren aangewezen. Volstrekt helder. Bij wijze van spreken: het beheren van het oudtestamentische erfdeel door mannen vindt zijn pendant in de taak van mannen in het nieuwtestamentische gemeente. En zo is al de eeuwen het regeren van de kerk voorbehouden aan en een opdracht geweest voor mannen als onderherders van Christus.

 

Maar er rijst een probleem in onze tijd. Niet een die van buitenaf komt zoals het (eerste) probleem in Selofchads gezin maar een probleem dat we zelf opwerpen: vrouwen willen regeren, gezag kunnen uitoefenen over mannen. Onder invloed van de cultuur zijn we Paulus' verwoording van Gods gebod een knellend probleem gaan vinden.

Daar zit een wezenlijk verschil met de Manasse-meisjes. Want zíj vroegen niet om voortaan gelijke rechten te hebben zoals (sommige) vrouwen in de GKv willen. Hun insteek was eerbiediging van Gods erfrechtwet, terwijl het in de MV zaak gaat om willen laten vervallen van een goddelijk in de schepping gefundeerd voorschrift.
Nu zou je kunnen tegenwerpen dat toch ook maar het unieke mannenerfrecht door God werd afgeschaft met zijn nieuwe bepaling. Maar dat is o.i. te snel geconcludeerd. Want indien in de gezinnen van de dochters Selofchad weer zonen worden geboren is gewoon de standaardregel van erven door zonen weer aan de orde.

 

Vergelijkenderwijs is het voorstelbaar dat in een dramatische situatie vrouwen een kerkenraad vormen, gezag over een gemeente uitoefenen. Denk aan Putten in de Tweede Wereldoorlog. Alle mannen werden weggevoerd. Maar de kerk moet blijven geregeerd worden dat is Gods voorschrift. Nu is deze bijzondere situatie in ons kleine landje wellicht gemakkelijk anders op te lossen. Maar het gaat even om de vergelijking. En zodra de situatie weer 'genormaliseerd' is vervullen mannen weer de ambten.

Net als met 'uitzondering' Debora bijvoorbeeld.

 

Vergelijking 2

 

Er valt ook een verschil te constateren met dat andere Israëlitische probleem. Ervende vrouwen die trouwen buiten hun eigen stamgebied zouden afbreuk doen aan de realisatie van Gods Wet. Welnu, zeggen Selofchads dochters: Dat gaan wij dus niet doen, want wij willen in Gods wegen gaan en zijn wetten gehoorzamen.

Ook hier is een principieel verschil met de opstelling te merken van hen die de vrouw in het ambt voorstaan. Zij willen ook de Schrift gehoorzamen maar dan wel zonder Paulus' gebod. Alsof de meisjes hadden geëist dat hun latere dochters voortaan op gelijke wijze als hun zonen aan de bak zouden komen bij de erfenis van het land.

 

Bedoeling

 

Hier zit voor ons de kern van de moeite met heel de discussie rond de vrouw in het ambt. De kern is dat men zoekt naar een bedoeling achter de tekst en vervolgens vandaaruit naar de betekenis van de tekst toe redeneert om zo het gewenste resultaat te bereiken.

Kan er dan niet over 'de bedoeling' van Schriftgedeelten worden gesproken? Natuurlijk wel, we hebben dat boven in de paragraaf Gods Wet ook gedaan m.b.t. het erfrecht. Maar hét punt is dat de Schrift zelf zijn bedoeling zal moeten openbaren en niet eigen ideeën die hun basis buiten de Schrift vinden. Daar zit o.i. de angel in de doorslaggevende argumentatie van MV-deputaten.

 

Zo wordt in het deputatenrapport als bedoeling van Paulus' voorschrift het zgn. missionaire motief als beslissend  beschouwd: het spreken van de vrouw en gezag uitoefenen over de vrouw zou niet goed vallen in de samenleving toen en dus de voortgang van het evangelie belemmeren. In onze tijd is dat net andersom en daarom is Paulus' voorschrift dus vervallen, beweert men. Maar van dat externe motief is niets in de tekst te vinden. Integendeel, Paulus verwijst naar de schepping, naar de fundamentele inrichting van Gods wereld en baseert daarop Gods voorschrift voor de positie en houding van vrouwen in de kerk.

En helaas zie je dan dat in het deputatenrapport en in veel discussies en artikelen die koppeling met de scheppingsordonnanties wordt doorgesneden of gerelativeerd. Want die past niet in het redeneerproces.

 

Hoe anders hebben die wijze meisjes van Selofchad gesproken en gehandeld. Niks moeilijke context- en cultuurdiscussies en ontkrachten van concrete geboden maar eerbiediging van Gods gebod en dat vervolgens gehoorzaam in de eigen levenspraktijk tot gelding brengen.

 

Moeite

 

Zoals uit het bovenstaande kan blijken stemmen we graag in met veel wat in de preek naar voren komt. De waarschuwing is terecht dat we niet maar onze eigen gang moeten gaan. Samen doorspreken over wat de Here wil in concrete situaties of moeilijkheden is een must. Nadenken, 'overpeinzen' van Gods wil is heel belangrijk in ons leven.

Maar ds. Nap lijkt 'een derde weg' te willen zoeken: tussen negeren van Gods wet en wettiscisme. Die derde weg is dan 'nadenken en zoeken'. We laten nog een keer de samengevatte toepassing aan het einde van zijn preek volgen:

 

Zo'n nadenkend leven lokt Hij uit. Want Hij wist natuurlijk best dat er gaten in zijn wetgeving zaten. Als je eerlijk een echt probleem hebt moet je net als die wijze meisjes en mannen naar God gaan. Niet op eigen houtje oplossingen zoeken maar overleggen met medechristenen. En je bij een oplossing neerleggen ook als die je niet helemaal aanstaat.
Dus zoekend en vragend, want wie zoekt vindt, wie bidt zal gegeven worden.
En oogkleppen af, voorzichtig en niet eigenwijs zijn, openstaan voor nieuwe antwoorden.

 

Het is allemaal waar. Maar hoe goed is een woord op zijn tijd! De toepassing in deze preek is bewust geplaatst in het kader van de MV kwestie. En deze preek zet dus uiteindelijk op het verkeerde deputatenbeen. Want het gaat niet om oogklepperende gereformeerden die halsstarrig willen vasthouden aan het oude omdat ze anders hun zekerheid verliezen en die niet willen openstaan voor nieuwe antwoorden. Het gaat erom of we eerlijk en oprecht Gods Woord willen handhaven, eerbiedigen en naleven. Zijn concrete geboden, voorschriften en regels die hij ons gegeven heeft om te gehoorzamen, ook als dat in eigen vlees snijdt.

Dat moeten we wellicht weer leren.

Van de meisjes van Selofchad.

 


 

Bekering

 

Misschien is het goed hier een (vertaald) bericht van dr. W.L. Bredenhof (Canadian Reformed Church te Hamilton-Providence) over te nemen dat hij op zijn weblog plaatste (6 mei 2014).

 

"De synode van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) in Nederland komt nog steeds in Ede bijeen.

Een paar dagen geleden publiceerde het Nederlands Dagblad een interview met Ds. Paul Voorberg, voorzitter van de synode. In dit interview is hij heel eerlijk over zijn standpunt wat betreft de vrouw in het ambt. Aan het begin van het interview erkent hij dat zijn mening hierover is veranderd, maar openstaan voor verandering is volgens hem onderdeel van Gereformeerd zijn.

 

Later, na het bespreken van de Paulinische voorschriften over vrouwen in de kerk, verklaart hij:

 

“...Ik zie het als een verrijking wanneer vrouwen mee mogen doen aan het prediken van het Woord en aan de kerkregering.”

 

Hij voegt er aan toe dat het geven van een grotere rol aan vrouwen in de samenleving een “vrucht is van de vroegere kerstening van West Europa.” Hij ziet hier de leidende hand van God in en daarom moeten we er in de kerk van nu rekening mee houden.

Let wel: dit komt uit de mond van de voorzitter van de synode.

 

Dit herinnert ons er opnieuw aan dat het dringend noodzakelijk is om te bidden om berouw en bekering van onze Nederlandse zusterkerken."

 

We hebben hier niets aan toe te voegen.

 

Vertaling: R. Sollie-Sleijster