Ethiek

Rond de Schrift

Signalen

 



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Maar zal als kaf verdwijnen! 1

 

D.J. Bolt

17-04-21

 

Eind vorig jaar verscheen het boek 'De vijand rukt vast aan', geschreven door de Hersteld Hervormde predikant M. van Reenen. Het boek heeft als ondertitel 'Voorbereid op de komst van de antichrist'.

 

Het is een belangwekkend boek waaruit veel valt te leren. Van Reenen realiseerde zich ineens dat hij eigenlijk nog nooit aandacht had geschonken aan de antichrist en zijn rijk terwijl er heel wat in de Schrift over is geschreven[1]. Daarom is het belangrijk er kennis van te nemen en deze te verwerken in het geloofsleven. Want het gaat vooral over de tijd voorafgaand aan de wederkomst van Christus. De tijd waarin belemmeringen van de duivel worden opgeheven en hij met al zijn vermogen losgaat op aarde.

Ds. Van Reenen probeert vanuit de Bijbel een beeld te schetsen van die tijd en antwoorden te geven op tal van vragen. Bijvoorbeeld, wanneer breekt de eindtijd aan?, waardoor wordt die tijd gekenmerkt? Wie is die antichrist eigenlijk en wat zijn zijn eigenschappen? 

 

Maar ook tracht hij een analyse te geven van de tijd waarin wij nu leven. Een tijd met ongekende natuurwetenschappelijke en technische ontwikkelingen, waarin m.n. de digitalisering een enorme invloed heeft op het leven van iedereen. Hoe moeten we daar als christenen tegenaan kijken en mee omgaan? De predikant sondeert geestelijke ontwikkelingen in onze (Westerse) samenleving. Is daarin iets te zien van die vreselijke tijd waarin er voor Gods kinderen nauwelijks meer ruimte is om als christenen te leven?

In een extra ingevoegd hoofdstuk analyseert hij ook de corona-pandemie en haar gevolgen. Zien we misschien ook daarin de antichrist bezig en zijn er tekenen van de 'beesten' uit Openbaringen in waarneembaar?

 

We willen een aantal belangrijke vragen en gegeven antwoorden uit het boek naar voren halen. En daarna een en ander wegen.

 

Wederkomst

 

De titel van het boek is 'De vijand rukt vast aan'. De vraag ligt voor de hand: zien we die vijand al komen? De vraag is heel Bijbels immers. Christus zelf roept ons op om waakzaam te zijn zodat we niet door Zijn (Christus) komst worden verrast, bereid zijn Hem te ontmoeten. Maar ook dienen we bedacht te zijn op de activiteiten van de duivel die voortdurend en intensief ons van het smalle pad af wil doen struikelen. 

 

Velen hebben uit de verschijnselen van hun tijd afgeleid dat het einde van de wereld na korte tijd zou gebeuren. Zo voorspelde ds. Orlando Bottenbley, destijds predikant van de Drachtster Vrije Baptisten, dat  Christus uiterlijk 2035 terug zou komen. Inmiddels heeft hij zijn verwachting bijgesteld op basis van de pandemie – het zal nog eerder zijn!

Al in onze jongere jaren was er een christelijke collega die in de Europese Unie met zijn toenmalige tien lidstaten het beest met de tien koppen uit Openbaring zag. Dat zouden er overigens nu dus 27 moeten zijn. Zo zijn er in de geschiedenis veel 'profeten' geweest die het toch mis hadden.
Ds. Van Reenen wijst dit soort speculeren af op grond van Jezus' woord dat er vele verleiders in Zijn naam zullen beweren dat Hij komt maar het klopt niet. En zegt Paulus ook niet dat de Dag van de Heere komt 'als een dief in de nacht', 1 Thes. 5:2?

Maar volgens Van Reenen geldt dat laatste niet voor gelovigen maar ongelovigen! Hen overkomt het einde van tijd onverwacht. Weliswaar toont de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze meisjes aan dat de komst van de Bruidegom ook voor gelovigen onverwacht kan zijn maar dat betreft volgens hem maar sommigen. Als we waakzaam zijn, zijn er heel wat tekens die er op wijzen dat Christus' komst aanstaande is.

 

Van Reenen vermaant terecht dat we op de tekenen van de tijd moeten letten. We moeten waakzaam zijn. Een groot deel van het boek besteedt hij daarom aan de waarneming en analyse van signalen van deze tijd. Zijn het eindtijd-signalen waar we iets uit kunnen afleiden in welke fase van de 'laatste dagen' we leven? Misschien toch al de eindfase?

In die eindfase speelt op aarde de antichrist de eerste viool. Daarom probeert Van Reenen eerst hem helder in beeld te krijgen. Wie of wat is hij?

 

De antichrist

 

Maar op enkele plaatsen spreekt de Schrift direct over de antichrist. Hij is niet de satan zelf maar, zoals ds. Van Reenen hem typeert, de vleesgeworden duivel, typisch zoals zijn benaming zegt, de tegenhanger van Christus, het vleesgeworden Woord. Al in het OT profeteren Daniël en Ezechiël over hem.

Maar in het NT wordt de figuur steeds duidelijker. Paulus' tweede brief aan de Thessalonicenzen spreekt over de 'mens der wetteloosheid, de zoon van het verderf', die zich zelfs in 'de tempel van God als God voordoet', 2 Thes. 2:1-12!. En ook Johannes noemt hem in zijn eerste brief een aantal keren bij zijn naam. Hij houdt zijn lezer voor 'dat de antichrist eraan komt' en dat er 'er nu al veel antichristen gekomen zijn'. Maar met name de hoofdstukken 13, 17 en 18 van Openbaringen zijn gewijd aan de antichrist en zijn rijk.

 

Ds. Van Reenen wijst erop dat er in de geschiedenis vele malen een persoon of instituut is aangewezen als de antichrist: Nero, de islam, Hitler, het pausdom. Maar dat zijn historische vergissingen, zij waren een antichrist of in zeker opzicht antichristelijk. Want naar zijn overtuiging is de antichrist geen instituut maar een persoon.

 

Wat kenmerkt deze persoon?

Hij is afkomstig uit de kerk, een afvallige persoon, atheïst geworden die een absolute afkeer van Gods wetten heeft. Hij loochent bewust Jezus als de Christus, loochent de Vader en de Zoon. Hijzelf is de 'Verlosser', 'de mens geworden God' maar sleurt anderen mee het verderf in. Hij laat zich als God aanbidden in een tempel, een heiligdom.
De hele wereld zal van hem onder de indruk zijn want deze 'supermens' zal tot grote wonderen in staat zijn. In zijn rijk zal het haast onbeperkt genieten zijn van eten, drinken, feesten en seks.

 

Het beest uit de zee in Openbaring 13 ziet Van Reenen niet alleen als een symbool voor alle historische antichristen maar als de leider van een wereldrijk, als heerser over alle koninkrijken. In alle opzichten imiteert deze finale antichrist de Christus: als mens-geworden duivel op aarde, mens en duivel ineen, ontleent hij zijn macht aan de satan.

Maar dat niet alleen. Want Openbaring 13 laat ook een beest uit de aarde opkomen dat zijn macht voor hem uitoefent en maakt dat de mensen hem aanbidden. Deze valse profeet, want dat is het aarde-beest, imiteert Gods profeten met imponerende bovennatuurlijke wonderen en krachten. Zijn dat misschien paranormale begaafdheden,  en gezien de moderne ontwikkelingen, grote beheersing van de natuur?, zo vraagt Van Reenen zich af.

Zo staat de antichrist voor een 'onheilige drie-eenheid': de duivel, de mens-duivel, de valse-profeten-geest. Deze eenheid is de volstrekte antipode, tegenvoeter van de goddelijke Drie-eenheid. Zijn kunnen en invloed blijkt uit het genezen van zijn dodelijk wond, dat alle wereldbewoners tot grote verwondering brengt. Het is alsof hij Christus 'Die dood geweest en weer levend geworden is', (Openb. 2:8), na-aapt.

En de hele wereld 'ging het beest met verwondering achterna'.

 

Met deze duivel in mensengedaante of duivelse mens krijgen alle bewoners te maken zodra 'iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is', 2 Thes. 2:7, en 'hij voor een korte tijd moet worden losgelaten', Openb. 20:3. Dan breken helse machten in volle omvang en kracht door. Wordt alles wat rest en herinnert aan God en christelijk leven opgeruimd, 'zondagsrust, huwelijkswetten, vloekverbod.
Merken we dat nu al?

   

Tekenen van de tijd

 

Breed gaat het boek in op allerlei aspecten van het leven in de eindtijd waarin de antichrist regeert. Veel aandacht krijgt Openbaring 13, Van Reenen bespreekt het vers voor vers en schildert in felle kleuren het goddeloze leven onder de antichrist en zijn listen en lagen, '42 maanden lang'. Overigens is dat niet letterlijk te nemen volgens de schrijver. Hij verwijst naar Dan. 9:27 en Ps. 55:24: zal het niet betekenen dat de antichrist niet in staat zal zijn zijn tijd vol te maken en zijn activiteiten halverwege worden beëindigd?

 

Het tijdperk kenmerkt zich door volstrekte goddeloosheid, wellust, welvaart, gierigheid en onmatigheid. Men heeft zichzelf lief maar de liefde tot God en elkaar – zelfs in familieverbanden – ontbreekt. De liefde zal bij velen verkillen, Mat. 24:12. Voor Gods kinderen zal er geen plaats meer zal zijn. Degene die de antichrist-heerser en zijn beeld niet vereert heeft geen leven meer.

 

De antichrist wordt geïdentificeerd met het 'getal van een mens': 666.

Ds. Van Reenen doet als velen voor hem ook een poging dit raadselachtige gegeven te 'ontcijferen'. Zes is net geen zeven, dus onvolmaakt, redeneert hij. En drie keer 6 zou kunnen duiden op de onheilige drie-eenheid, de draak, het beest en de valse profeet.

De letter w in het Hebreeuwse alfabet heeft de waarde 6. En zie, 666 is www. En dat komt bekend voor, het World Wide Web, oftewel internet!

Deze keuze 'ligt voor het oprapen', volgens de exegeet, de overeenkomst is 'te opmerkelijk' om er aan voorbij te gaan'. En dat zal hij ook in het verdere vervolg exploreren.

 

Tegen deze Bijbelse achtergrond beschouwt ds. Van Reenen de moderne tijd waarin wij leven. Hij ontwaart heel veel aspecten van de 'allerlaatste dagen' voor de wederkomst. We geven er een indruk van.

Globalisering leidt tot het antichristelijke wereldrijk. Door mobiliteit is de wereld al een dorp geworden. Migratiestromen leiden tot multiculturele landen die steeds meer op elkaar gaan lijken. Secularisatie en postmodernistisch relativisme breken weerstanden weg tegen antichristelijke ideologieën. Wat is nog 'waarheid'? Wetenschap en techniek hebben geweldig veel en wereldwijde invloed gekregen, denk aan internet, PCs, smartphones. Beheersing van volken is mogelijk door verwerking door algoritmes van big data door supercomputers. En zo is er meer te noemen.

 

Al die ontwikkelingen maken een 'Verenigde Staten van de Wereld' mogelijk met aan de top een 'almachtige leider', de persoon van de antichrist. Vroegere antichristen wilden ook wereldrijken stichten maar zijn in hun streven blijven steken. Deze antichrist niet.
Van Reenen stelt zich voor dat deze supermens over superkrachten zal beschikken mogelijk gemaakt door chipimplantaties, genenmodificaties en koppeling aan 'kunstmatig intelligente' computersystemen. Er ontstaat een 'hyperintelligente' en super-geconditioneerde menselijke krachtpatser die in staat is de miljarden aardbewoners te leiden en te beheersen.

 

Ds. Van Reenen ziet een enorm gevaar in internet. Hij neemt waar dat de mensen, en m.n. de jongeren er sterk door beïnvloed worden en hun waarden er door laten bepalen. De verleidingen die er door op ons afkomen zijn groot: tijdsverspilling, seksuele vuiligheid, ongeestelijke beïnvloeding, enzovoort. Komt het beestachtige merkteken ook niet dichterbij met zaken als irisscan, vingerafdruk, gezichtsherkenning?, zo vraagt hij zich af. En geldverkeer is al nauwelijks meer mogelijk zonder internetverbinding.

Vergelijken met de boekdrukkunst, lijkt Van Reenen naïef: internet slokt de mens op. Bovendien staan we nog maar aan het begin van de ontwikkelingen. Wat zal er gebeuren als we steeds meer en meer gaan leven in een virtuele 'werkelijkheid', virtual, mixed en augmented realiteit, waarbij de echte werkelijkheid wordt getransformeerd met computerchips en –systemen naar een schijnwereld? Een wereld waarin centralistisch al onze bewegingen, wensen en willen worden waargenomen, beheerst en bestuurd?     

 

Is er nog plaats voor godsdienst in deze 'brave new world'? Ja, die plaats is er: de schrijver ziet als alom aangehangen religie de dienst aan god Mammon. Die trekt zich niets aan van geografische grenzen, beheerst nu al velen en zal dat dan in steeds sterkere mate doen. Het gaat om het grotere genieten waarin het 'ik, god in mijn gedachten' centraal staat. De norm voor al het handelen ligt niet meer buiten ons, maar in onszelf. Alles wat ons geluk kan verhogen is aanvaard ook al wordt een ander leven daarvoor beëindigd zoals bij abortus en euthanasie. En verder mag je alles doen zolang dat de vrijheid van een ander niet aantast. Er is een seksuele revolutie gaande waarin de fundamentele scheppingsordening van man-vrouw wordt veracht. Exponent daarvan is de aanvaarding en het praktiseren van homo- en transseksualiteit.   

Ook neemt Van Reenen een toenemende afkeer waar van godsdienst mede veroorzaakt door het geweld van de radicale islam. Dat geweld heeft als bijeffect het beveiligen en controleren van de samenleving met camera's en wat niet al. Het bevordert de komst van de antichrist.

 

In onze wereld lijkt ook kenmerkend dat mensen zich niet meer verbonden voelen en thuis voelen in de natuur. Er is een kunstmatige wereld aan het ontstaan waarin onze maaksels dominant zijn boven de natuur die God heeft geschapen. Daar vervreemden we van. Van Reenen ziet dat bijvoorbeeld in het boerenbedrijf, de energiesector met z'n zonnepanelen en windturbines, elektrische zelfsturende auto's. De trends signaleren precies een lijn die zich tot in het antichristelijke rijk zal voortzetten. Zo kan maximaal 'geluk' en 'genot' worden gerealiseerd.

 

Al deze ontwikkelingen gaan zo razendsnel dat we ons niet aan de indruk kunnen onttrekken dat het antichristelijke wereldrijk dichtbij is. Dat kan angstig maken. Echter het hoeft de Kerk van Christus niet te benauwen 'omdat onze verlossing nabij is', zoals de Heere Jezus troost, Luk. 21:28. Er is perspectief, maar wel door strijd heen.

 

Corona pandemie

 

Toen vorig jaar de corona pandemie uitbrak, lag Van Reenens boek al bij de drukker. Maar hij zag in het gebeuren rond deze ziekte zoveel lijnen lopen naar de inhoud van zijn boek dat hij besloot daarover een hoofdstuk onder de titel Al drukt het leed al dreigt het lot in te voegen. De ontwikkelingen die hij geschetst had 'leken wel in een snelkookpan te zijn gekomen'.

We vatten het hoofdstuk samen.

 

De corona-crisis is 'een wereldschok die ontwikkelingen versterkt die leiden tot openbaring van de antichrist', schat de predikant in. Het is een 'voorproef' van wat nog ingrijpender is, Openb. 16:2.

Het virus maakte een einde aan de illusie van menselijke 'maakbaarheid'. Toch zetten we ons wél in op nog grotere beheersing door wereldwijde maatregelen als lockdown en vooral door controle. Van Reenen erkent wel dat de overheid een beschermende en coördinerende taak heeft, maar hij wil waarschuwen tegen een overheid die verantwoordelijkheid van burgers gaat overnemen. Ook constateert hij een gebrek aan internationale solidariteit, bijvoorbeeld in de verdeling van beschermende middelen, in het opvangen van de gevolgen van lock downs, etc. Om dat te veranderen is een centrale macht nodig, en zo 'wordt dus de weg voor een wereldleider gebaand'.

Volgens Van Reenen is er sprake van een overdreven aandacht, een hyperfocus voor gezondheid, die niet zelden ontaardt in hysterie. De zorg voor eigen gezondheid lijkt 'de boventoon te voeren'. Het past bij het rijk van de antichrist. Zou het niet heel wel kunnen dat we op weg zijn naar de samenleving-op-afstand waarin 'de liefde van velen is verkild'?, zo vraagt de auteur zich af.

 

Ja, er is sprake van 'zorgzaamheid voor het welzijn van ouderen'. Van Reenen ziet dat ook wel maar constateert tegelijk dat hun 'grootste nood eenzaamheid was'. En toen er weer meer vrijheid kwam bleven verpleeghuizen gesloten, vermoedelijk om economische redenen, suggereert hij. Hij zou er 'niet vreemd van opkijken' als in de toekomst de ouderen voor de economie zullen worden prijsgegeven. En geldt hetzelfde niet voor de gehandicaptenzorg?, vermoedt hij.

De dringende vraag die Van Reenen wil stellen, is: 'Was het hele concept wel goed?'

 

Christenen hebben een kwetsbare plek in de samenleving. Daarom hebben zij zich 'bijzonder snel geschikt in de maatregelen'. Maar zochten zij niet teveel de veilige kant?

Was er geen sprake van risicomijding zoals de priester en leviet deden, in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan?, p142. Onze 'volgzaamheid biedt ook een perfect uitgangspunt voor de toekomstige wereldleider'.

De kerk is van Koning Christus, Hem moeten we volgen en niet in krampachtigheid vervallen.

 

In de coronacrisis is een enorme impuls aan de digitalisering en robotisering gegeven: vergaderingen, bestellingen,  schoolwerk, kerkdiensten, bijna alles gaat digitaal. Het zal ook in de na-corona tijd gevolgen hebben. Er is zelfs een app waarmee ge-trace-t wordt wie risico op besmetting loopt. Daarmee komt duidelijk privacy in gedrang. Gaat die app wel weer verdwijnen?, vraagt Van Reenen zich bezorgd af. En denk ook aan vaccinaties, zullen bezwaarden worden gelabeld, misschien worden buitengesloten?

 

Maar de meest ingrijpende consequentie is de gedeeltelijke sluiting van kerken zodat niet de hele gemeente meer bijeen kan komen. Hadden de kerken niet meer protest moeten aantekenen bij de overheid? Niet de overheid beslist immers over het minimum aantal kerkgangers.
Weliswaar is de Nederlandse overheid de antichrist niet, en heeft zij uit medische oogpunt maatregelen over de bijeenkomsten genomen, maar, overweegt Van Reenen, overheden hebben lang niet altijd kerken gesloten 'met een directe aanval op het christelijke geloof'. Te verwachten is dat het eerst gebeurt 'om begrijpelijke redenen' en vervolgens zal de vrije uitzending van preken via internet worden ingedamd, voorspelt de schrijver. Zo is het zingen van de kerk al veelal verstomd want het zou een risico vormen. Het gevolg kan zijn dat kinderen en jongeren zingen ontwend raken.

 

De algemene rode lijn die Van Reenen meent te zien is die waarin we ons steeds verder verwijderen van het leven in relaties waarin de Heere ons geplaatst heeft: in Zijn schepping, de naaste en de gemeente. We hebben de neiging ons uit te leveren aan instanties en middelen die ons 'veiligheid' bieden, onttrokken aan het Koningschap van Christus.

Echter we moeten alleen Christus als onze Koning erkennen, en alleen Hem gehoorzamen. Hij heeft onze ziekten en smarten op Zich genomen, Jes 53.4. Hij is een unieke arts. In Hem is rust in een onrustige wereld. Is nu niet duidelijk geworden dat veel Westerse christenen niet leven in de verwachting van eeuwige heerlijkheid?

We moeten ons gemeenteleven herwaarderen. Niet eerder tevreden zijn dan wanneer kerkdiensten erediensten, gemeenten gemeenschappen en christenen levende getuigen zijn. Aandacht voor het échte leven is nodig.
De coronatijd kan een zegen voor ons zijn als we ons bezinnen, tot inkeer en bekering komen. We moeten afleren ons heil hier te zoeken en hier ons thuis voelen, en met geheven hoofden voorwaarts gaan naar de nieuwe hemel en aarde.

 

Voorbereiding

 

Nu ondervinden we nog geen grote verdrukking en is er dus nog voorbereidingstijd, stelt ds. Van Reenen. Maar hoe dan? Omdat we de ontwikkelingen niet tegen kunnen houden, moeten we ons dan maar in moedeloosheid terugtrekken?
Van Reenen vindt dat geen geloofshouding, net zo min als een hoogmoedig activisme. De Heere zorgt dat we, gewapend met Zijn Woord, de bange laatste dagen met vertrouwen tegemoet kunnen gaan. Onze veiligheid ligt in Christus en zijn liefde voor ons.

 

Wij moeten het Lam volgen, naar Hem opzien, dichtbij Hem leven. Goede boeken lezen, luisteren naar preken, bidden om de Heilige Geest. Dat betekent tegelijk ook weerstand bieden tegen bijvoorbeeld de welig tierende seksuele onreinheid, tegen losbandigheid die ook onder reformatorische jongeren valt waar te nemen. Die ook uitkomt in de kleding van veel meisjes en vrouwen. Geef jongeren geen mogelijkheid ongezien de computer te gebruiken. Laat seksualiteit alleen binnen het huwelijk plaats vinden.

 

De predikant noemt nog een concrete zaak, eerlijkheid: over je zonden en in een oprechte omgang met de naaste. Niet práten over liefde en respect, maar liefhebben, en dat niet uit eigenbelang.

We zullen voortdurend moeten kiezen. Daarbij verliezen we ons leven maar winnen Christus. Hij gaat voor in ons leven. Christus is ons houvast, onze garantie dat we in de grote verdrukking niet worden verleid. De banden aan de wereld moeten, nu er nog voorbereidingstijd is, worden losgelaten, bijvoorbeeld door de TV de deur uit te doen. We zullen wakend Christus' komst moeten verwachten. Zo kunnen we ook een middel tot behoud van anderen zijn.    

 

De Schrift roept de rest van Gods kinderen die nog overgebleven zijn, op tot trouw: aan de gemeente, trouw in het christelijke leven van catechisatie, gebedsbijeenkomsten en preekbespreking. Is er nog wel gelegenheid en rust in ons leven voor het opbouwende onderlinge gesprek?, zo vraagt Van Reenen zich af. Het gaat toch niet om meer doen voor Christus, maar om leven uit Hem!

Óók om trouw aan Gods Woord. Daarom is het 'onwenselijk' om lid te zijn van een gemeente die daaraan niet trouw is. Er is bijvoorbeeld zoveel relativering van de zesdaagse schepping uit het niets, waardoor velen in verwarring raken. Ook al beschouwt de wereld ons als fundamentalistisch, vóór alles dienen we met grote beslistheid het Woord vast te houden. Met de komst van de antichrist zijn compromissen niet meer mogelijk. Het is nodig de Schrift goed te kennen. Leer wekelijks een tekst uit het hoofd, zo beveelt de predikant aan, en over langere tijd liefst ook hele hoofstukken, als een schat in het hart.

 

Het gaat in het christenleven niet alleen om het duivelse zee-beest niet te willen aanbidden maar ook om zijn duivelse praktijken niet toe te laten, zijn 'speelgoed' grondig te haten. Vanuit Openb. 13 ziet de predikant dat op dit moment vooral in de digitale sociale media.

Deze zijn erg handig, maar zijn we niet te naïef? Kunnen wij en onze kinderen nog wel 'nee' zeggen? Waar ligt de grens? Bij smartphone, internetaansluiting, DigId, bij de implementatie van een chip misschien?

Van internet als middel is gebruik te maken. Voor ons nut maar niet voor gemak of vermaak, zodat het ons niet in de macht gaat krijgen. Schaf alleen een smartphone aan als dat nodig is voor het werk. Leef niet digitaal maar geef aandacht aan het 'echte' leven van 'lezen, tuinieren, de natuur ingaan, spelletjes doen, vrijwilligerswerk, gesprekken'.

 

Kenmerk van christenen in de eindtijd is ook hun onderlinge liefde. Daartoe worden ze ook opgeroepen. Ds. Van Reenen spitst dat toe op de verhouding zowel binnen de kerk als die tussen kerken onderling. Wanneer duistere machten steeds meer samenspannen mogen christenen zich niet uit elkaar laten spelen. Als er verschillen zijn mogen we die zeker niet verzwijgen. Maar zijn ze niet fundamenteel, dan ook niet kerkscheidend. Geduld, liefde en ootmoed zijn nodig, wetend dat 'wij niet de maat van alle dingen zijn' en 'ook zelf voortdurend correctie nodig hebben'. Waarheid én liefde zijn kernwoorden. De kerk is geen supermarkt waarin iedereen zijn graantje pikt en weer vertrekt, maar een lichaam waarin de leden in echte broederlijke liefde verbonden zijn.

Van Reenen constateert de schrijnende toestand dat sommige avondmaalstafels 's morgens vol zitten maar de middagdiensten leeg blijven. En omgekeerd. Is er dan wel een echt van de Geest vervuld leven?, vraagt hij zich af. Juist in de komende tijd van verdrukking zullen christenen de samenkomsten niet moeten verwaarlozen maar in liefde naar elkaar omzien.

 

Op de aarde zijn we rentmeester en pelgrim. Onderweg hebben we een taak en een roeping. We zullen onze aardse tijdelijke woning goed verzorgen en niet verwaarlozen. Tegelijk voelen we ons vaak niet thuis te midden van een wereld vol schandelijkheid. We leven niet om het hier te maken maar zien uit naar de vast beloofde nieuwe hemel en aarde. Daar ligt onze schat. Het bewaart voor moedeloosheid. Het hoofd omhoog, want alle leed wordt verzacht!
Dat uitzicht is een geweldige aansporing tot heilig leven. De kerk als de vrouw van Christus 'heeft zich gereedgemaakt', Openb. 19:7. Christus vraagt van ons: heilig en onberispelijk te zijn. Daarvoor heeft Hij zijn bloed en zijn heiligende Geest gegeven.

 

Zó leven kost strijd, het is een gevecht op leven en dood! Om die effectief te kunnen voeren moeten we de wapenrusting aandoen zoals die beschreven staat in Efeze 6. Dat betekent niet indutten maar biddend en actief moderne ontwikkelingen geestelijk onderscheiden bij het licht van het Woord. Dat kan alleen door het werk van de Heilige Geest in ons. Daar zullen we onophoudelijk om bidden want een levende kerk is een biddende kerk. Zo wil Christus ons bewapenen. Daarbij is een krachtige prediking onmisbaar. Zo wordt de kerk gebouwd.     

Het gebed moet een vaste plaats hebben of krijgen in de gezinnen. Er moet tijd en gelegenheid voor zijn of gemaakt worden. Beleg huisgodsdiensten, beveelt Van Reenen aan. En wees ook niet bang voor gebedssamenkomsten. Het gemeenschappelijk gebed is van groot belang. En merk op dat de Schrift wordt afgesloten met het gebed:

Ja, kom, Heere Jezus.

  

Tot zover een samenvatting van het boek van ds. Van Reenen. We hopen de volgende keer er op te reflecteren en verschillende aspecten eruit te (over)wegen.

 

Wordt vervolgd.

 

 

NOOT


[1] Dat is opmerkelijk voor gereformeerde oren. Want in hun kring is (was?) er door de jaren heen wél regelmatig aandacht voor de eschatologie, de leer van de laatste dingen. We noemen een paar titels:

- Kerk in het eindgericht, prof. B. Holwerda, vlak na de Vrijmaking in 1944.

- Visioenen op Patmos, dr. R.H. Bremmer, 1959.

- De laatste jaren dezer wereld, Ds. I. de Wolff, 1960.

- De Bijbel is geen puzzelboek, van ds. Tj. Boersma, 1977, vier drukken(!).