Ethiek

Rond de Schrift

Signalen


Meditatie
Elke woensdagavond van 19.00 tot 19.20 uur.
Ds. M.A. Sneep en ds. H.G. Gunnink

https://kerkdienstgemist.nl/stations/788-Gereformeerde-Kerk-Groningen

Schriftoverdenking
Elke woensdagavond van 20.30 tot 20.50 uur.
Ds. C. Koster

https://dgk-lansingerland.nl/nieuws/live-kijken



 



Aanmelden GRATIS nieuwsbrief

Naam:
E-mail:



printen

mailen

Oerlelijk of Wondermooi? 2

 

D.J. Bolt

13-06-20

 

Hoe moeten we het verhaal in Oer waarderen? Net zo juichend als natuurwetenschappers, theologen en bekende Nederlanders dat doen, zoals we in de vorige aflevering zagen? Zijn we er werkelijk wijzer van geworden? En vooral ook: welke fundamentele vragen worden er in opgelost? Meer specifiek: konden in dit boek het Bijbels verslag in Genesis over de wording van hemel en aarde verantwoord en Schriftgetrouw worden geïntegreerd met oerknal en evolutie?

 

Laten we eerst naar Pro Proton luisteren voordat we proberen er een antwoord op te geven. Dat doen we door het verhaal in eigen woorden samenvattend na te vertellen. Daarbij zullen we citaten uit het boek van hoge komma's voorzien. Cursief en figuren van DJB.  

 

Het verhaal

 

In het begin schiep God een ei     

 

Hoewel Pro niet bij het aller-allereerste begin was, ontmoette hij toevallig vriendjes die dat wél waren. Die vertelden hem dat 'de Schepper een minuscuul ei had gemaakt'. Het was zó klein, 'een kiem, kleiner dan een stipje', maar 'loodzwaar' met een temperatuur van meer dan 'een biljoen maal triljoen graden', dat is 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 graden. Knap warm dus.
Daarna 'zei de Schepper zoiets als: Er moet licht komen', en het ei barste, de oerknal. Alles wat erin zat kwam eruit: allerlei soorten krachten, natuurwetten en verdere spullen. In 1 triljoenkwadraatsteseconde (er gaan 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 van zulke ogenblikjes in onze seconde!), spatte ei uit elkaar tot een 'miniheelal'.

Zó begon het allemaal, in het begin.

 

 

'Omdat schepping op het spel stond' had de Schepper de losgekomen krachten 'van te voren met de  grootst mogelijke nauwkeurigheid op elkaar afgesteld. Een piepklein beetje meer of minder en de boel zou een flop worden. Het miniheelal kon zo groeien in grootte en daardoor daalde tegelijk die afgrijselijk hoge temperatuur. Er ontstonden allerlei elementaire 'deeltjes' uit de vrijgekomen energie in het ei, zoals 'quarks (waar ook Pro uit was samengesteld), antiquarks en elektronen'. 

'Het had niets gescheeld' of de hele zaak was toch nog in de soep gelopen. Dat kwam door het gedrag van de quarks. Want als een quark 'een antiquark', 'een antibouwsteen' ontmoette was het 'poef', en verdwenen ze beide, met achterlaten van 'een klein beetje energie'. En dat poefen gebeurde dus op zeer grote schaal. Maar gelukkig bleef er toch 'op elke 10.000.000.000 één quark over … meer dan genoeg voor wat de Schepper nodig had' om protonen, neutronen (deeltjes zonder elektrische lading), elektronen (met een negatieve lading) en fotonen (lichtdeeltjes of –golven) te vormen.

 

Atoomkernen

 

Maar hier zou het niet bij blijven want Pro's vriendjes wisten op de een of andere manier dat 'de Schepper grotere plannen had'. Daarom was het ook heel onrustig in het miniheelalletje. Zo breidde het zich plotsklaps razend snel uit. Daardoor vlogen de elementaire deeltjes elkaar met ongelooflijke snelheden om de oren.
Een gevolg was dat ook Pro vol geraakt werd. Toen hij weer bij bewustzijn kwam zat hij vast aan een nieuwe vriendje en twee vriendinnetjes: 'proton Solon' en de neutronnetjes 'Ensis en Aris'. Ze kwamen niet meer los van elkaar. Samen waren ze een 'Helium atoomkern' geworden!

 

'Aris wist dat de Schepper hen belangrijk en noodzakelijk vond voor zijn plan.' Hij wilde 'een nog véél groter heelal: iets wat miljarden malen complexer was'. En ook 'allerlei wezens die iets weerspiegelen van zijn goddelijke creativiteit, grootheid en liefde'. En levend, 'wat dat ook precies is'. En voor die wezens zou Hij 'ergens in een uithoek van het heelal een veilige plek willen inrichten'.

Maar in zo'n lang traject kon er toch 'van alles mis gaan'? Solon had een antwoord klaar: 'De Schepper heeft dat ingecalculeerd', betoogde hij, daarom heeft Hij gezorgd 'voor die overvloed aan energie en materie zodat het miljarden keren kan mislukken en dan nog komt zijn plan niet in gevaar'. 'n Kwestie dus van geduld.

 

Atomen

 

Na enkele 'honderdduizenden jaren' in de hete oersoep merkte Pro plotseling dat het 'iets helderder' begon te worden! 'Fotonen' manifesteerden zich. Eindelijk zagen ze het licht waar 'de Schepper het over had gehad' maar nog nooit te zien was geweest. Geweldig, nu konden ze ook de chaos van 'heliumkernen, protonen en elektronen' waarin ze verkeerden observeren. Wat een bende, als een kruispunt in Caïro!
In die wanorde werden ineens twee elektronenvrouwtjes hun habitat binnen gebotst. Ze bleven heel hoog boven hen 'zweven alsof ze met een onzichtbare draad aan hen vastzaten'. 'Made in heaven, haha', schreeuwde een van hen.

En ze kwamen ook niet meer van los want het was inmiddels daarvoor te koud geworden. Maar, juichte protonnetje Solon: 'Nu zijn we eindelijk bevorderd tot een volwaardig atoom om als bouwsteen echt bruikbaar te worden voor het grote plan'.

Helaas, het wonderschone licht verdween en het werd weer 'aardedonker'. Na '10.000.000 jaar' sloeg de twijfel bij de atoombewoners toe: kwam er wel iets terecht van dat grootse plan?
 

De volgende '200.000.000 jaar' dreef zwaartekracht de Helium-familie en hun omringende soortgenoten steeds meer naar elkaar toe. En natuurlijk ontstonden daardoor steeds meer en heftiger botsingen. Heliumonderdelen vlogen in het rond. De temperatuur liep natuurlijk torenhoog op, tot wel '15.000.000 graden'.

Plotseling ging 'een fel verblindend licht' branden, dat loeide en verschroeide, brandde en ontplofte. In dit 'oergeweld' werd voor het eerst een ster geboren en dat was te zien!

Ongelooflijk: 'protonen fuseerden, sommige protonen werden zelfs neutronen toen ze met andere, nieuwe heliumkernen vormden', elektronen vlogen uit hun banen. Het was een enorme smeltkroes van elementen waarbij 'verzengende hoeveelheden energie vrijkwamen als licht'.

 

Koolstof

 

De tijd schreed voort, 'honderden miljoenen jaren' gingen voorbij waarin de ster alsmaar groter groeide en zijn licht de kleur van oranjerood kreeg. In de druk en hitte ontstonden steeds meer superieure atoomsoorten met 'dure namen als Neon en Magnesium', met soms veel meer neutronen en protonen in hun mars dan de schamele twee plus twee van Pro's Heliumkern.

 

Langzaam dreef het Pro-atoom naar de kern van de ster.

En toen gebeurde het! Zijn atoomkern botste achtereenvolgens met twee andere heliumkernen en ze bleven aan elkaar klitten: een spiksplinternieuwe stabiele atoomkern, 'koofstof', onmisbare basisbouwsteen voor leven! Zes neutronen en zes protonen in de kern, en zes elektronen in cirkeltjes erom heen!

En het ging maar door, met dat tot koolstof-fuseren. Dat zou wel eens kunnen zijn 'omdat de Schepper grote plannen met ons heeft', zo was een gedachte in Pro's nucleus.

 


Sterren

 

Helaas, Pro's ster zakte tenslotte in elkaar door de zwaartekracht en brandstofgebrek. Maar veerde ook telkens weer op en scheidde daarbij materiaal af, de ruimte in. Maar tenslotte schrompelde ze ineen tot 'een kleine witgloeiende, gigantisch zware bol: één theelepeltje ervan woog al een paar duizend kilo'! Was dit het einde? Nee, want 'de Schepper was nog niet klaar met de ster, Hij houdt van hergebruik', wist de Pro inmiddels.

 

Daarom ontplofte de ster in 'een monsterlijke, gewelddadige uitbarsting van energie licht', feller dan Pro ooit had ervaren. Hij en zijn collegae werden de ruimte in geslingerd. Toen hij weer bij zinnen kwam zweefden hij en zijn koolstofvriendjes ergens in het heelal. Overal om hen heen zagen ze 'speldenprikjes licht', allemaal sterren. Pro moest het even verwerken, want hij had altijd gedacht dat hun ster 'uniek' was en 'in het middelpunt van het heelal stond' omdat de Schepper hen wilde gebruiken. Nee dus …

Maar, troostte een van de andere protonnetjes, 'overal waar de Schepper zijn licht laat schijnen, komen kansen om zijn plan te laten slagen'. 

 

Moleculen en stofjes

 

Protonen kunnen heel oud worden en dus Pro ook. Na 'zo'n 8.000.000.000 jaren' kwamen hij en zijn makkers in de buurt van een nieuwe fel brandende ster in wording, 'Helios'. Al hossebossend met belendende atomen draaiden ze eindeloos rondjes rond het gevaarte.

Het ging goed totdat ze in de chaos een uiterst complexe botsing kregen! Toen ze de schade opnamen bleek dat er ineens iets heel bijzonder nieuws was ontstaan: 'een molecuul was gevormd. En niet zomaar het eerste de beste molecuul, maar een ribose-molecuul' dat de ruggengraat van RNA vormt.
 

 

Pro en zijn vrienden bleken nu deel uit te maken van een samenlevinkje, een klein 'pro- en neutronen 'dorpje met meer dan 200 inwoners', niet meegeteld die petieterige elektronenpaartjes die om hen heen zoemden!  

 

Ook daar bleef het niet bij! De ster hield de community stevig in zijn greep en liet hen als een dolle ronddraaien. En in de verplattende 'wolk van sterrenstof klonterde' Pro's ribose-molecuul steeds meer samen met andere moleculen. De samenleving groeide en groeide maar in grootte en werd tenslotte 'iets als een stofje'!
 

De aarde

 

Dat stofje plakte aan een botsend stukje ruimtepuin en even later donderden ze samen met een rotklap op 'een enorm rotsblok! Wat was er gebeurd?

Pas later begreep Pro wat de Schepper hier aan het doen was: een soort heelalhuis bouwen voor die 'bijzondere wezens die Hij altijd al in gedachten had', volgens 'het plan dat hij van vóór het begin van de tijd al had ontworpen'. Daarvoor was dat rotsblok nodig, bewegend in een 'zonnestelsel' met allerlei andere ruimtebrokken.

Maar, het duurde overigens nog wel even voor het zonnestelsel klaar was: 'zeker 50.000.000 jaar'.

 

 

Door allerlei ruimtebotsingen vlogen stukken van rotsblok 'Aarde' - want zo heette het stuk gesteente inmiddels – in het rond. Toch werd het alsmaar groter. Tenslotte kreeg het de vorm van 'een ei waarbij het harde binnenste een kokend hete vloeistof met chemische reacties' was geworden, en waarvan af en toe iets werd uitgebraakt. De planeet had het zwaar te verduren want ook vanuit de ruimte bestookten 'moleculen, meteorieten en kometen' haar. Daarmee kwam ook 'ijs' binnen en zo kwam Aarde onder water te staan.

Het aardse weer was niet al te best in al die 'miljoenen jaren': soms ondragelijk warm, lange perioden waarin het extreem woei, stormde, hagelde, onweerde, wat niet al. Het gevolg was dat 'de planeet er voortdurend anders uitzag'. 'Losse eilanden' ontstonden en verdwenen, 'complete zeeën verdampten'.

 

'Na miljoenen jaren' kwam er gelukkig een verandering ten goede. Want een naburige planeet, 'Jupiter' genaamd, was zo vriendelijk ruimtebrokken voor de Aarde weg te vangen. Dat was geen toeval natuurlijk maar 'de zorg van de Schepper die de aarde op die manier beschermde tegen het ergste geweld vanuit de ruimte om zo een rustige plek te creëren voor het huis dat Hij wilde maken'.

Pro met z'n stoffige moleculen was in een 'water bij een landmassa' geland. Hij genoot volop: van 'het licht, 'waarin de Schepper tal van kleuren bleek te hebben verstopt', van de regenboog, 'de maan en de sterren, en van wisseling van dag en nacht'.
Hoe zou het verder gaan?

 

Aminozuren

 

Er verstreken weer 'een paar miljoen jaren'.

De moleculen werden het wat zat in hun water. Maar ja, ze waren slechts speelballen, 'afhankelijk van krachten buiten henzelf'. Dat bleek wel toen ze bij een zoveelste vulkaanuitbarsting niet terug in zee plonsden maar in een ondiep plasje bij een strand kwakten. Kijk nou, daar wemelde het van talloze 'andersoortige moleculen', niet alleen van Pro's relatief nog eenvoudige ribosesoort maar er bevonden zich ook al 'waterstofcyanide en een wilde meute aminozuren' in, zeer eenvoudige maar ook ingewikkelde, rijk uitgerust met lange staarten of exotische elektronenwolken'! En zie!, er was ook 'een vreemde gebochelde vrouw die zich voorstelde als Ribonucleïnezuur', 'RNA' voor vrienden.

 

Het was dikke pret daar, één groot eindeloos dansfeest. En zoals dat gaat bij dansen, je wordt natuurlijk gemakkelijk intiem. En dat gebeurde dan ook. Na 'dag en nacht, duizenden jaren lang' hopsen, 'klonterden dansers samen tot kleine vetbolletjes met een sponsachtige structuur'. En niet alleen samen met soortgenoten want als je daar in die benauwde plasruimte te close met je gezel botste, welnu dan 'wisselde je toch van partner'? Zo ontstonden er allerlei nieuwe relaties, 'nieuwe moleculen' van allerlei snit!

 

Levende cel

 

Toen, '600.000.000 jaar' na Aarde, gebeurde er 'iets  merkwaardigs'. Een klontje vetsponsjes veranderde 'spontaan van vorm'. Eerst leek het op een 'citroen', toen een 'hondenkluif', daarna op aan elkaar 'gekleefde sneeuwballen'. En 'het wonderlijkste': 'met een zacht plopje splitsten de twee bolletjes zich'! En alle vetsponsjes gingen er mee door, ze braken uit in menigte: vier, acht, zestien, tweeëndertig bolletjes ... Pro & co werden door zo'n bolletje naar binnen getrokken en kon er dus in rondneuzen. Het leek wel een 'fabriek'! 'Naar binnen geslokte materialen werden in stukken gehakt' en vervolgens de stukjes weer 'in elkaar gezet tot andere moleculen'. Onbruikbare restrommel werd afgevoerd en de vrijkomende energie hergebruikt.

 

Mevrouw RNA regelde de hele boel. Ze leek op 'een opgepropt haakwerkje' maar als je haar uit elkaar trok, bleek ze te bestaan uit 'een lang koord van molecuullettertjes, een handleiding hoe de fabriek draaiend te kunnen houden'. Deze mevrouw assembleerde heel knap binnengekomen atomen tot nieuwe RNA-moleculen en rustte die uit met haar eigen handleiding. Die werden dan ook weer RNA 'computertjes'!  

Nadat zo'n 'dochtercelletje' helemaal klaar was, splitste het zich af en ging, met een kopiehandleiding op zak, zelfstandig weer verder! En dan herhaalde het spel zich weer.

Ook Pro werd gehakt door zijn fabriek en vastgeklikt aan een nieuw RNA-molecuul. Zo kwam hij opeens in een 'ongekende nieuwe wereld': van 'dooie boel' naar 'begin van leven'! 'Leven dat energie en grondstoffen verzamelde van buitenaf; dat leven doorgaf aan dochters; dat informatie verzamelde en kennis doorgaf. Hier was een levend wezen, de eerste cel, ontstaan'.

 

De cellenfabrieken bleven zich maar vermenigvuldigen. Na ongeveer '500.000.000 jaar' bleken 'de nakomelingen steeds handiger' te zijn geworden! Zo hadden ze zich 'een beschermend jasje' aangemeten met grondstof-toevoeren, en ook liepen ze op 'zonne-energie'.
Maar dat kopiëren van die handleidingen ging altijd 'niet vlekkeloos', want soms stond er een fout lettertje in de tekst. Dan werd er natuurlijk iets anders gemaakt dan de bedoeling was en ging de zaak in de prut. Maar héél soms bleek het kopieerfoutje in het bouwvoorschrift juist een verbetering! En 'dat bleek precies in het plan van de Schepper te passen' want zó kwam er 'variatie en ontwikkeling'.

 

P. Proton zwierf in zijn cel over de wereldzeeën. Hij ontmoette talloze andere soorten een-celletjes. Hij ontdekte dat er ook nieuwe soorten nakomelingen konden worden verkregen door gewoon stukken van de handleidingen 'te ruilen met soortgenoten zodat je kinderen kreeg met andere eigenschappen, een grote doorbraak'!.
Vermeldenswaard is ook nog dat de mevrouw RNA werd vervangen door een 'extreem lange en magere manager, DNA, die het beheer van het erfelijk materiaal van haar overnam'.

 

Organen

 

Eencellige singles bleken vanzelfsprekend veel belangstelling voor elkaar te hebben, zo gaat dat. Het duurde wel weer even, maar '3.500.000.000 jaar' na het eerste levende een-celletje ontstonden de eerste duurzame meer-celletjes, 'organen' genaamd. Pro was er bij betrokken en zag 'het wonder van schoonheid en vernuft'. 'Cellen die gingen samenwerken; die zich bij elkaar aansloten; die samen één organisme gingen vormen; en die in goed overleg met naburige cellen beslisten of ze zich zouden ontwikkelen tot een stengel of voelspriet, tot oog, ruggenmerg, of vleugel', you name it. En zo ontstond er tenslotte van alles: 'wormachtigen, wieren schimmels en zelfs vissen', ga maar door. Ook in de waterplas van Pro. 'Dit was wat de Schepper bedoeld moest hebben'!

 

Nieuwe soorten

 

Overal leven dus, alleen toe nu toe niet op het land, zo zag Pro vanuit zijn watertje. Maar wat bleek, 'er waren planten die een slimme manier ontdekt hadden om via een wortelsysteem voedingstoffen op te pompen uit de aarde'.
Op vergelijkbare manier ontwikkelden zich ook andere dieren. Met een pomp lieten ze bijvoorbeeld een zuurstoffige voeding via buisjes door hun lijf circuleren. Ze gebruikten 'harde onderdelen die hun lichaamsdelen konden stutten', mooi voor op het land. En ook nog een 'stevige huid', en tot slot een 'draaibare nek'.
'De Schepper had ervoor gezorgd dat naast de oceaan nu ook de aarde bewoonbaar was geworden'.

 

Pro vond het prachtig dat hij aan boord van een vis 'met kieuwen en longen', die op zijn 'vinnen als pootjes' liep, af en toe even op het groene en beboste land, kon rondkijken. Helaas, die 'landvis' was geen blijvertje. Na een 'paar miljoen jaar' werd die met Pro en al zijn vrienden opgevreten door 'een hagedis'. En toen ook dat beest tot stof was weergekeerd, zoog 'een zegelboom' Pro en zijn familie op tot 'hoog in de kruin'. Hoe kreeg die boom dat toch voor elkaar hen daar te krijgen? Wel, de boom was er 'na miljoenen jaren van falen en opnieuw proberen erin geslaagd via een ingenieus systeem' water tot die hoogte op te stuwen. Nu dus met Pro en de zijnen.

 

 

Pro leefde in 'talloze celfabrieken' waarvan hij al die 'miljoenen jaren' deel uit mocht maken. 'Wat was hij onder de indruk van de uitbundige creativiteit van de Schepper. En wat een plezier moet Hij er in hebben gehad'!

Maar die Schepper had 'nog meer plannen', wist het elementaire gezelschap: 'De Schepper wil contact maken met een van de  wezens die Hijzelf gebouwd heeft. Een wezen dat op Hem gaat lijken en met dat wezen wil Hij een speciale band aangaan. Hij schijnt er al miljarden jaren naar uit te kijken'.

 

Daarom begonnen Pro en zijn vrienden te letten op het gedierte waarvan ze deel uitmaakten. Zou Hij dat reusachtige dino-dier, '12 meter lang en 6 meter hoog en op twee poten', bedoelen, dat ze bewoonden? Of misschien het beest waarin ze 'een paar miljoen jaar' later bivakkeerden, waarvan 'de voorpoten geleidelijk in vleugels waren veranderd' en dat 'kon drijven op de wind?' Of mogelijk dat harig 'muisachtig knaagdiertje' dat ze tegenkwamen. Want dat had toch wel heel bijzonder eigenschappen: 'Het vrouwtje van dit dier kan haar jongen voeden met een vloeistof uit haar eigen lichaam. En het beestje is slim. Veel slimmer dan alle dieren die er tot nu toe geweest zijn'!, zei een van de moleculen. Maar onmiddellijk werd die gedachte weer verworpen want hun 'gastheer' stortte zich op het minimuisje en vrat het op. Niet dus.

 

De ramp

 

Schitterend, bont leven dus op Aarde. Maar '4.500.000.000 jaar' na zijn ontstaan werd zij getroffen door een weergaloze ramp: een ruimterots van '10.000 meter doorsnede' ramde met een snelheid van '65.000 kilometer per uur' de Aarde 'in de buurt van Mexico'. De gevolgen waren desastreus. De enorme druk, hitte en een tsunami van '1500 meter hoog' leken het einde van de wereld in te luiden. Het was een en al dood en verderf, 'een vreselijke kaalslag' van al wat leefde, zowel bij planten als dieren. Maar de elementjes veronderstelden 'dat de Schepper deze stap misschien nodig had om iets nieuws te maken, iets wat nog mooier is', dan wat er was voor deze Grote  Ramp. Er is immers 'een tijd voor alles, donker en licht, kou en hitte, grote dieren en kleine dieren', enzovoort. 
 

En de Aarde leefde weer op! Groen schoot de grond uit, mininakomelingen van dinosauriërs vlogen rond, nieuwe soorten zoogdieren ontstonden. 'In een razend tempo' was er 'binnen 500.000 jaar' weer een geweldig dierenrijk dat graasde, knaagde, jaagde, vocht en elkaar opvrat. Een beest dat 'haar eigen jong opat' en 'een moedervogel haar kleinste jong het nest uitgooide'. Maar 'dat kan niet anders: het leven moet worden doorgegeven. Daar gaat het om'. 

 

Heel bijzonder: 'verre familieleden van het knaagdiertje ontwikkelden handige tenen en vingers waarmee ze in bomen konden klimmen, en ogen waarmee ze diepte konden inschatten, wat handig was bij het springen.'

Ook hadden 'een heel grote kop'. Ja, met veel hersenen, zo wist Pro, omdat hij als proton wel eens binnenin zo'n schedel had gezeten. Waarom zoveel eigenlijk?, verwonderde hij zich, want ze moesten nogal wat eten zoeken om die hersenen te laten werken.

 

De nazaten van de minimuizen werden door voortdurende gunstige DNA-kopieerfoutjes alsmaar 'groter en slimmer'. Tot ze eindelijk ontwikkeld waren tot 'primaten, gorilla's, chimpansees en mensachtigen'. De beesten ontwikkelden hele mooie eigenschappen: 'ze beschermden en hielpen elkaar, ontdekten dat het lonend kon zijn iets aardigs te doen voor een ander'. Maar leerden ook 'van zich af te bijten'. De mensachtigen gingen zelfs op twee poten lopen. 'Zou deze het zijn die de Schepper bedoelde?, vroeg Pro zich af. Uit een vergelijking met talloos andere beesten, kon hij eigenlijk niet anders concluderen dan dat deze 'Homo Sapiens het wezen was dat de Schepper al zo lang op het oog had.' Want deze apensoort kon inmiddels toch wel héél veel: kende 'het geheim van het vuur, leerde koper en ijzer bewerken, ging verf maken en beschilderde wanden van grotten met gedetailleerde tekeningen, maakte muziekinstrumenten en bouwde hutten'. En het jaagde, en vocht met wapens.  En ze 'ontwikkelden een steeds complexere taal'. Zo konden ze elkaar 'vertellen over vroeger hoe de wereld ontstaan was, over geesten en goden'.

 

 

Mens

 

Op een dag waren Pro cs. getuige van een heel bijzonder gesprek. Ze waren op de een of andere manier in 'een bamboestok' beland en zo hoorden zij van dichtbij hoe het primatenstel 'Womuntu en Maisha' elkaar vertelden van een zeer bijzondere ontmoeting die zij ieder hadden gehad met de Schepper! Ze konden het haast niet bevatten: 'bijna 14.000.000.000 jaar was het nu geleden' dat 'het minuscule ei' was gelegd waar alles uit was ontstaan en nú was 'de Schepper zijn eigen schepping binnengestapt!' Hem hadden zij 'al die tijd al gezocht', Hem 'dankten ze als het regende,  zijn aanwezigheid voelden ze zonder dat ze Hem kenden'.

 

De Schepper vertelde dat 'Hij al zó lang had uitgekeken naar dit moment. Dat hij al aan hen dacht vóór Hij het licht en de kleuren maakte! Dat Hij zó betrokken was geweest bij hun ontstaan dat het was alsof Hij hen eigenhandig boetseerde uit bouwstoffen van de aarde en hen de levensadem inblies. En dat Hij expres twee gelijkwaardige varianten van hen had gemaakt, mannelijk en vrouwelijk, zodat ze niet alléén zouden zijn en elkaar kunnen aanvullen en samen zijn liefde kunnen weerspiegelen'.  

Terwijl het primatenechtpaar altijd had gedacht dat achter alles 'de zon zat en dat de maan óók god was. Hoe hadden ze toch zó blind kunnen zijn?' Maar de Schepper vond dat 'niet erg, was er niet boos over dat ze zo onwetend waren. Hij hield van hen'. 

En nu was Hij dus gekomen en had met hen gesproken!

 

De Schepper gaf hun 'de taak voor de aarde te zorgen'. Zij waren de enige soort wezens 'waaraan Hij dat kon toevertrouwen', had Hij gezegd. Een grootse taak maar Hij 'zou regelmatig langskomen' om te helpen.
Dan was er nog iets. De Schepper had het ook gehad over 'twee waterbronnen': een bron met 'water dat leven geeft' en een andere waar ze van af moesten blijven.

Womuntu en zijn vrouw besloten het allemaal gauw aan hun mededorpelingen te vertellen.

 

De deeltjesfamilie had het hele gesprek gevolgd. Ze vroegen zich af waarom de Schepper nu juist voor deze wezens had gekozen want 'hun genen verschillen immers nauwelijks van die van andere dieren', toch? Pro had een antwoord: ze hebben 'zelfbewustzijn', zei hij. Maar dat hebben 'dolfijnen, kraaien en mensapen' ook, weersprak een ander proton. Nee, beweerde weer een ander, mensen kunnen 'veel gevarieerder communiceren, gedachten en gevoelens omzetten in klanken, plannen maken en argumenten afwegen. En ze waren steeds slimmer geworden'. Veel belangrijker nog: 'Het is het enige wezen dat nadenkt over waar het vandaan komt. Over de oorsprong en zin van het leven. Denken over verleden en toekomst. Zij hebben lief, schilderen, maken muziek.'

En ze kunnen 'zichzelf beheersen, daarin zijn ze toch anders dan andere dieren'.

En het allerbelangrijkste is wellicht dat deze diersoort 'het enige wezen is dat 'omhoogkijkt en beseft dat er een schepper moet zijn! Iemand groter dan hijzelf'.
En zo kwamen ze tenslotte tot de conclusie: We hebben 'vandaag een nieuwe soort zien ontstaan. Homo Sapiens is een Homo Divinus geworden'. Oftewel, de verstandige mens, is een goddelijke mens geworden, 'de mens die door de Schepper is aangesproken'.

 

Bronnen

 

Womuntu en Maisha lieten er geen gras over groeien. Enthousiast maakten zij de volgende dag hun dorpelingen bekend met alles wat ze gehoord en ervaren hadden. Ze vertelden ook van de bronnen: de ene die speciale kracht van leven had waardoor 'je op den duur voor altijd samen met Hem mag leven', maar de ander die gemeden moest worden want dan 'verbreek je de band van de liefde en zul je sterven'. Womuntu stelde voor om gelijk de verboden bron te bezoeken zodat niemand bij vergissing eruit zou kunnen drinken. En daarna een groot feest te vieren met elkaar.

En dat deden ze.

 

Enige tijd later werd 'een dorpsvergadering' gehouden. Een 'oudere man Mdala' ondervroeg Womuntu en Maisha over de bronnen. 'Klopt het dat we niet van die ene bron mogen drinken?', vroeg hij. Die Schepper heeft die bron een sterke, genezende kracht gegeven, wordt er gezegd. U weet dat. Maar u wilt die kracht niet met ons delen.' En iemand anders suggereerde dat ook de Schepper 'de geheime kracht van de bron niet wil delen'. Of kan het misschien zijn, vroeg Mdala zich af, dat de Schepper ons op de proef stelt. Dat hij wil zien of we onmondige kinderen zijn, of dat we wezens zijn op zijn niveau, die zelf kunnen beslissen of iets goed of niet goed is?'

Dat werd een doorslaggevend argument, ook voor Womuntu en zijn vrouw. En in een juichende optocht ging de meute naar de verboden bron, en na het echtpaar, dronk iedereen eruit.

 

Dood

 

De kwalijke gevolgen bleven niet uit.
De volgende dag was 'de sfeer totaal omgeslagen. 'Mensen waren kortaf'. 'Kinderen jengelden, sliepen slecht en kibbelden overdag met elkaar.'
Womuntu en Maisha ontmoetten de Schepper weer maar kwamen er zeer terneergeslagen van terug. Na 'een vreselijke ruzie vertrok Womuntu met zijn prauw'.

 

Enige tijd later waren Pro en co getuigen van een incident in het dorp. Iemand had het hek naar de dorpsmoestuin niet gecontroleerd met als gevolg dat varkens de tuin op zijn kop hadden gezet. Woedende dorpelingen stelden de Schepper aansprakelijk, want Die 'had toch die rotbeesten gemaakt?!'
Toen een oude vrouw overleed kreeg Womentu de schuld. Hij zou 'er de vloek over hebben uitgesproken'. Of misschien was het Womentu's God Zelf wel die het gedaan had!
Nog weer later kregen twee mannen hoogoplopende ruzie over de oogst. Een van de mannen legde het loodje …

De nieuwe vrede was verloren gegaan …


Pro en zijn vrienden probeerden te doorgronden wat er was gebeurd. Ze hadden gezien hoe 'mensen ruzie konden maken, elkaar verwonden en doden. Maar dat was allemaal voordat ze de Schepper hadden ontmoet; voordat ze de nieuwe weg ingeslagen waren, De weg van liefde, vrede en harmonie.'

Ze vermoedden dat 'de Schepper een duistere tegenstander heeft die eropuit is om de macht zelf in de handen te krijgen.' En probeert de Schepper 'in het hart te treffen door zijn lievelingsproject te dwarsbomen. Door verwarring te zaaien en de mens achter zich te krijgen.' Terwijl de mensen daarvan 'niets in de gaten hadden gehad'.
Zo kon het kwaad zich verspreiden, snel 'als een besmettelijk virus'.

 

Maar er was hoop. Want wat de deeltjes hadden opgevangen uit het gesprek van Womuntu en Maisha met de Schepper was, dat Hij 'doorging met zijn project'. Weliswaar was Hij 'ontgoocheld en diep teleurgesteld over wat ze gedaan hadden' maar toch wel 'erg aan de mensen gehecht geraakt, scheen het. Hij wilde niet dat ze zichzelf in het ongeluk stortten. Hij zocht een manier om hen voor zich terug te winnen.' 

 


 

Tot zover het verhaal.

 

We zeggen het gelijk maar eerlijk, we hebben een heleboel vragen. Vragen over het evolutie-theoretische stramien zelf, en over de manier waarop de Heilige Geschiedenis er op is gepind.

Is dit verhaal werkelijk te verantwoorden voor de almachtige Schepper van hemel en aarde? Durven we dit boek met aanbeveling geven aan onze jongeren en aan de ongelovige buurman? Of zijn er betere alternatieven?

We hopen er de volgende keer uitgebreid op in te gaan.

 

Wordt vervolgd