Printen

Onze zusterkerken openen alle kerkelijke ambten voor de vrouw

 

Prof. dr. C. van Dam *

04-07-17

 

Wat menigeen die op de hoogte is van het Nederlandse kerkelijke landschap al aan zag komen, is nu werkelijk gebeurd. Onze Nederlandse zusterkerken (Gereformeerde Kerken vrijgemaakt – GKv) hebben op de synodezittingen van 15 en 16 juni 2017 besloten alle kerkelijke ambten voor vrouwen open te stellen. Deze besluitvorming ging in stappen, eerst door de vrouw tot het ambt van diaken toe te laten (30 voor- en 2 tegenstemmen), daarna door de openstelling van het ambt van ouderling (23 stemmen voor en 9 tegen) en tenslotte toelating tot het ambt van predikant van het Woord (21 stemmen voor en 10 tegen, met 1 onthouding). Op zaterdag 17 juni heeft de synode ook besloten dat zodra een plaatselijke kerkenraad de synodebesluiten ratificeert, hij vrouwen in deze ambten kan aanstellen. Als een kerkenraad hier nog niet aan toe is, is dat ook goed. De synode laat het aan de plaatselijke kerk over of zij de vrouw in het ambt al wil aanstellen en zo ja, wanneer zij dat wil doen. De synode wilde respect voor de verschillen t.a.v. dit onderwerp laten zien, en dat er ruimte moet zijn voor deze verschillen binnen de kerken.

 

Hoe moeten we dit alles zien? Het is van belang om ons te realiseren dat het probleem niet in de eerste plaats het besluit van het toelaten van vrouwen tot de ambten is. Dat besluit is een symptoom van een dieper, onderliggend probleem. De synode heeft de nieuwe manier van de Schrift lezen omhelsd; een manier die hen in slavernij brengt, in dit geval de slavernij van de huidige, heersende gelijkheidscultuur. Er ligt een bittere ironie in dat dit aangaan van slaafse banden in het 500ste jaar van de herdenking van de grote Reformatie plaatsvindt. De Reformatie die de kerken vrij heeft gemaakt van dit soort gevangenschap door te verklaren dat de Schrift alléén (sola Scriptura) de onfeilbare regel voor geloof en levenspraktijk van de kerk is.

 

Aangezien in dit herdenkingsjaar van de Reformatie vooral het werk van Maarten Luther wordt herdacht, is het gepast om hierbij stil te staan en dit Nederlandse besluit in het licht van één aspect van Luthers bijdrage over Schriftuitleg te plaatsen, namelijk zijn nadruk op sola Scriptura.

 

Luther over de uitleg van de Schrift

 

Eén van Luthers belangrijkste bijdragen aan de Reformatie was zijn vasthouden aan het absolute gezag van Gods Woord, dat in zijn eenvoudige en duidelijke betekenis moet worden begrepen en nageleefd. Dat klinkt ons bekend in de oren, maar in de context van Luthers tijd was het revolutionair. Door het benadrukken van het totale gezag en de duidelijkheid van de Schrift richtte Luther zijn pijlen rechtstreeks op de Rooms Katholieke leer, dat alleen de paus en andere kerkelijke gezagsdragers de betekenis en bedoeling van de Bijbel konden bepalen. Volgens Rome waren de Schriften duister en was de kerk nodig om de mensen te vertellen wat ze betekenden. Zo werd Gods volk slaaf van de “expertise” (de “deskundigheid”) en het gezag van de kerk die hen zulke “waarheden” als het boete-sacrament en de noodzaak van aflaten van de kerk leerde, om zo vergeving te ontvangen. Luther betwistte dat alles, en meer.
In zijn Over de geknechte wil viel hij de paus aan, omdat die volhield dat de Bijbel onduidelijk was en dat de mensen daarom Rome nodig hadden om hun de betekenis ervan te vertellen. Luther zei verder dat dit hoogst verderfelijk is “omdat het goddeloze mannen ertoe gebracht heeft zichzelf boven de Schrift te stellen en te fabriceren wat hen ook maar aanstond, totdat de Schriften volledig vertrapt zijn en we niets dan de dromen van gekken geloven en leren”. (1) Hij verklaarde verder dat “diegenen die ontkennen dat de Schriften heel helder en duidelijk zijn, ons niets dan duisternis over laten”. (2)

 

Door het absolute gezag van de Schrift en haar helderheid te verdedigen, zodat haar kennelijke duidelijke betekenis kon worden aanvaard, heeft Luther velen vrijgemaakt van de slaafse banden van diegenen die zichzelf als autoriteiten boven de eenvoudige leer van de Schrift hadden gesteld. Luther realiseerde zich echter dat om de mensen werkelijk vrij van zo'n pseudogezag te maken, de Bijbel voor de gewone mensen beschikbaar moest komen en in hun taal worden vertaald. Alle kerkleden moesten zelf de Bijbel kunnen lezen en er kennis van nemen, zodat zij haar leer konden omarmen en ketterij afwijzen. Is het Woord geen lamp voor de voet dat het pad waarop we lopen verlicht (Ps. 119:105)? Ook maakt het lezen van de Schrift gevoelig voor eigentijdse problematiek en geeft een Bijbels perspectief. Zoals Luther het verwoordde: “elke geest moet in de aanwezigheid van de kerk voor de rechtbank van de Schrift beproefd worden”. (3) Geen wonder dat Luther zijn vijfennegentig stellingen tegen de leer van Rome juist aan de deur van de Slotkerk in Wittenberg hechtte om zó de valse leringen van de kérk in het licht van de Schrift aan de kaak te stellen. En wat een zegen voor de kerk dat hij de Bijbel in de taal van het volk heeft vertaald.

 

Implicaties voor vandaag

 

Luther heeft veel mensen van zijn generatie van de valse leringen van Rome bevrijd. Het Woord van Gód werd de norm en moest gehoorzaamd worden - in plaats van de uitspraken van pausen en concilies, die zichzelf boven het Woord plaatsten. In dit herdenkingsjaar van de Reformatie doen we er goed aan te bedenken dat we niet de slaaf zijn van welke leer dan ook die tegen het duidelijke voorschrift van Gods Woord ingaat. Velen verwachten het tegenwoordig van gezagsinstanties buiten de Schrift als het gaat om ethische en andere zaken waar de Schrift duidelijk over is. Veel mensen verwachten objectieve waarheid van de wetenschap over het begin van de wereld. Maar ook de speculatieve theorieën van de wetenschap over het ontstaan van onze planeet moeten nauwkeurig bekeken worden in het licht van Gods normatieve en heldere Woord en in wat daarin over de schepping geleerd wordt. God gebruikte Luther om zijn volk in het verleden vrij te maken van díe gezagsdragers die zichzelf boven de Schrift plaatsten. Ook vandaag moeten we geen slaaf zijn van welke autoriteit dan ook, die zichzelf boven en tegen de duidelijke leer van Gods Woord stelt.

 

Een invloedrijke kracht en autoriteit die momenteel de waarheid van de Schrift aanvalt en uitholt, is onze godloze en egalitaire cultuur die geen normen erkent behalve wat mensen voor zichzelf wensen en zich inbeelden dat hun rechten zijn. Deze alles aantastende cultuur en autoriteit in onze maatschappij moeten ons niet tot slaven maken en ons niet brengen tot het ontkennen van de duidelijke leer van het Woord van God, ook niet als we te maken hebben met de vereisten voor de ambten in de kerk. Het lijkt alsof onze Nederlandse broeders en zusters afglijden naar de slavernij van de machtige en verleidelijke culturele geesten van onze tijd en de Schriften herinterpreteren om de kwalificaties voor het kerkelijk ambt meer in overeenstemming te brengen met de huidige culturele normen.

 

De strijd in onze Nederlandse zusterkerken

 

Zoals aan het begin van dit artikel al aangegeven, is het besluit om de vrouw tot de ambten toe te laten een symptoom van een onderliggend probleem. De duidelijke bedoeling van de Schrift wordt niet langer geaccepteerd, maar de Schrift wordt door een hedendaagse culturele bril gelezen om haar maar te laten zeggen wat beter bij de normen van de samenleving past. Op deze manier wordt het gezag van de Schrift ondermijnd of ontkend, en laat men haar soms het tegenovergestelde zeggen van wat Gods Woord duidelijk zegt en bedoelt.

 

Bij het schrijven van dit artikel is de officiële tekst van de besluiten die de vrouw tot alle ambten in de kerk toelaten, nog niet beschikbaar gesteld. Dit betekent dat commentaar op een mogelijke Bijbelse rechtvaardiging die de Synode voor dit besluit kan aanbieden, op dit punt nog niet kan worden geleverd. Het zal moeten wachten tot zulk materiaal beschikbaar is. Het rapport dat de Synode over dit onderwerp heeft gediend, is echter niet bemoedigend wat betreft de wijze waarop het de Schrift heeft geïnterpreteerd. (Zie het hoofdartikel in Clarion van 10 februari 2017.) We merken ook op dat de Christelijke kerk, hoe zij gedurende tweeduizend jaar zich ook manifesteerde, nooit het ambt van ouderling en predikant voor de vrouw in de kerk heeft geopend. Daar bestond een reden voor. Het was omdat de Schrift op dit punt kristalhelder was en blijft. Er was en is geen dubbelzinnigheid. Het leiderschap in de kerk moest aan de man worden toevertrouwd. De apostel Paulus verklaarde bijvoorbeeld dat een ouderling de man van één vrouw moet zijn en zijn gezin goed moet besturen (1 Tim. 3:2-4; Titus 1:5-6).

 

Maar in het rapport aan de synode ten behoeve van de vrouw in het ambt zult u geen enkele discussie over de voorschriften betreffende de apostolische vereisten voor de ambten vinden. Aan deze tekstgedeelten is simpelweg geen aandacht gegeven. De synode is meegegaan met de voornaamste aanbevelingen van het rapport. Haar besluit om de vrouw tot alle kerkelijke ambten toe te laten is metterdaad een verklaring van deze synode dat de kerkelijke autoriteiten, deskundigen en specialisten van onze tijd nu eindelijk hebben kunnen zien wat gewone mensen vandaag, en de hele kerk gedurende millennia blijkbaar niet hebben kunnen zien: namelijk dat de apostolische vereisten voor de ambten cultureel bepaald en niet langer relevant zijn voor de kerk nu. Dat klinkt heel arrogant en aanmatigend, en dat is het ook. Maar het is ook heel verdrietig. Met dit nieuwe Schriftverstaan hebben feilbare schepselen delen van Gods Woord van nul en generlei waarde verklaard of zij laten die het tegenovergestelde zeggen van wat er duidelijk staat. Waarschijnlijk zullen veel kerkleden en gemeenten - tenzij zij de Schrift kennen met haar heldere voorschriften voor de ambten - dit besluit, genomen met twee-derde meerderheid, slikken. Maar door zich bij dit besluit neer te leggen zullen zij zichzelf tot slaaf maken van kerkelijke autoriteiten, die zichzelf boven de duidelijke leer van het Woord van God plaatsen. Dit was de slavernij waarvan de Reformatie eens Gods volk had vrijgemaakt. En het was ook een slavernij waarvan velen zich bij de Vrijmaking van 1944 hadden vrijgemaakt.

 

Nog een tweede voorbeeld van de nieuwe manier van Schriftuitleg door kerkelijke leiders en deskundigen die zichzelf boven de heldere leer van Gods Woord stellen. Binnen onze zusterkerken wordt geen tucht wordt geoefend over diegenen die in een homoseksuele relatie leven, ondanks het feit dat de Schrift zulke relaties duidelijk veroordeelt, bijvoorbeeld in Romeinen 1. Volgens dr. Ad de Bruijne, professor ethiek en spiritualiteit in Kampen, wordt kerkelijke tucht nauwelijks toegepast op praktiserende homoseksuelen. En hoogstens ongeveer een-derde van de praktiserende homoseksuelen van het Heilig Avondmaal afgehouden. (4)

 

Dit onderwerp staat ook op de agenda van de huidige synode van onze zusterkerken. In mei heeft de Synode erover gesproken hoe de kerken met homoseksuelen zouden moeten omgaan. Deze discussie was een reactie op een vraag van twee kerken in Hardenberg. Zij wilden weten of er ruimte in de gemeente is voor een homoseksueel die de Heere oprecht liefhad en die in 'een relatie van liefde en trouw' wil leven. De synode kon niet tot een definitief besluit over dat punt komen. De zaak zal opnieuw aan de orde komen. Als het besluit over de toelating tot de ambten van de vrouw een indicatie is, dan zijn de vooruitzichten niet erg hoopgevend dat homoseksuele zonden worden veroordeeld en dat zo de strijdende homo's in de gemeente worden geholpen om Christus in heiligheid te omhelzen. De druk om aan de seculiere homoagenda toe te geven is enorm. De kerk moet zich echter niet tot slaaf maken van de heersende cultuur, maar luisteren naar de duidelijke leer van de Schrift, zoals die millennia lang is verstaan. En zo staan in de vrijheid waarin Christus ons heeft vrijgemaakt.

 

Consequenties

 

Het besluit om vrouwen toe te staan in alle kerkelijke ambten te dienen zal enorme consequenties hebben. Hoewel gezegd werd dat kerken tegen dit besluit in beroep kunnen gaan indien zij er niet blij mee zijn, is zulk commentaar zinloos omdat de Synode tegelijk heeft besloten dat de kerken vrij zijn om het besluit onmiddellijk uit te voeren. Als de Synode had besloten de implementatie van haar besluit tot na de volgende synode uit te stellen om kerken het recht van appel te gunnen, dan zou zo'n appel zin hebben. Maar waar eenmaal de kerken vrouwen al in het ambt hebben bevestigd, zal er geen ommekeer meer zijn. Met andere woorden, dit besluit is definitief en zal niet in de nabijgelegen toekomst worden herzien.

 

Nog een andere indicatie van het definitieve karakter van deze breuk met het verleden van de Synode Meppel. Het onmiddellijke gevolg van haar besluit was dat de Synode op een hogesnelheidsspoor overging bij de eenheidsgesprekken met de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK), de vroegere zogenaamde “buitenverbanders”. Onze zusterkerken hopen nu tegen 2023 één met de NGK te zijn, dat is dus over slechts zes jaar. Deze kerken hebben al de vrouw in het ambt. Bovendien hebben tenminste twee NGK-gemeenten, in Groningen en Utrecht, ook besloten dat homoseksuelen die in een relatie van liefde en trouw leven, tot het kerkelijk ambt kunnen worden toegelaten, Kerken, als slaaf van de heersende seculiere cultuur van onze tijd.

 

Een andere consequentie van het Synodebesluit is dat het een hindernis zal vormen voor een hechtere relatie met de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), een zusterkerk van de Free Reformed Churches in Noord-Amerika. Deze kerken besloten in 1998 geen vrouwen in kerkelijke ambten te bevestigen.

Zonder twijfel zal het Nederlandse besluit ook hun relatie met de buitenlandse zusterkerken op negatieve wijze beïnvloeden. Het is aan al deze kerken - die de GKv hebben gewaarschuwd geen vrouwen tot de kerkelijke ambten toe te laten - om te bepalen wat de precieze consequenties van dit besluit zullen zijn. Het zal zeker op de agenda van onze komende synode (CanRC) staan, die in 2019 in Edmonton gehouden zal worden. Evenals op die van de International Council of Reformed Churches (ICRC) staan, die binnenkort in Jordan, Ontario, wordt gehouden.

 

We voelen diep verdriet. Laten we vurig bidden voor onze Nederlandse zusterkerken en voor diegenen die bezwaar maken tegen de slaafse banden van de seculiere denkwijze en cultuur van onze tijd die de zogenaamde kerkelijke deskundigen en vergaderingen hun op willen leggen. Want zij stellen zich boven Gods Woord en laten dat Woord het tegenovergestelde zeggen van wat er duidelijk wordt verklaard. De Reformatie van 500 jaar geleden, die we dit jaar mogen herdenken, is een viering van bevrijding van alles wat tot onbijbelse slavernij kan leiden. Hoe triest is het dat onze zusterkerken er dit jaar voor hebben gekozen om te bezwijken voor de huidige goddeloze gelijkheidscultuur en dat zij de vrijheid hebben opgegeven om Gods Woord naar zijn eenvoudige en heldere betekenis te verstaan als het gaat om de vereisten voor de ambten in de kerk. Onnodig om te zeggen dat deze synodeactie ook ons ter waarschuwing dient, om niet door de huidige cultuur te worden verleid en gevangen genomen. De kerk moet alles weerstaan wat zondig en onbijbels is, in plaats van zich erbij aan te sluiten.

 

Ter afsluiting. Moge de belangrijkste consequentie van dit besluit zijn dat velen zich vrijmaken van het onbijbelse juk dat de Synode Meppel hun heeft opgelegd. Dat zij zich mogen richten naar Gods duidelijke Woord en zich daardoor laten inspireren, aangemoedigd door Zijn werk in de zestiende-eeuwse Reformatie. Dat zij het principe van het sola Scriptura mogen vasthouden, de Schrift alleen is de onfeilbare regel voor geloof en levenspraktijk van de kerk.

 

Cornelis Van Dam

 

* Prof. Dr. C. van Dam, emeritus professor Old Testament aan het Canadian Reformed Theological Seminary, Hamilton.
Het seminarie behoort bij de Canadian Reformed Churches (CanRC). De GKv heeft een zusterkerkrelatie met deze kerken.

 

NOTEN


(1) Luther, Martin, Luther's Works, ed. Jacoslav Pelikan, et al. (Saint Louis, MO: Concordia, 1955-2016), 33:90.
(2) Luther, Luther's Works, 33:94.
(3) Luther, Luther's Works, 33:91. “Wat nieuw is bij Luther is de notie van de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de Schriften tegenover elke autoriteit, hetzij pausen of vergaderingen.” Heiko A. Oberman, Luther: Man Between God and the Devil, trans. Eileen Walliser-Schwarzbart (New Haven, CT: Yale University Press, 1989), 204.
(4) Ad de Bruijne, “Vriendschap voor christen-homo's,” in Open en kwetsbaar: christelijk debat over homoseksualiteit, ed. Ad de Bruijne, TU-Bezinningsreeks 11 (Barneveld: Vuurbaak, 2012), 57-58.
 

Vertaling: R. Sollie-Sleijster

 

For our English readers: a English copy of this article will be published in Clarion, edition July 14 and as an appendix on this site. .